ferropas.eu

Hoe komt de QR-code voor het productpaspoort op mijn staal?

De fabrikant of importeur brengt de code aan, Ferropas levert de code zelf

De QR-code die naar het digitaal productpaspoort verwijst, wordt niet door een overheidsinstantie op het staal geplakt — dat doet de partij die het product op de markt brengt, met de gegevens en de code die daarvoor beschikbaar zijn gesteld. Het proces werkt in de kern zo: eerst worden de productgegevens verzameld en vastgelegd in een paspoort, daarna wordt daar een unieke code aan gekoppeld, en pas dan wordt die code — meestal een QR-code, maar de ESPR laat ook andere technieken toe — fysiek op het product, de verpakking of de begeleidende documentatie aangebracht. Ferropas verzorgt het eerste deel: het samenstellen van het paspoort uit de gegevens van fabrikant of importeur, het hosten daarvan, en het aanleveren van de QR-datadrager zelf. Het aanbrengen op het fysieke staal — als sticker, gravure, label of anderszins — is aan degene die het product levert.

Voor welk staal dit geldt, en voor welke andere zaken juist niet

Artikel 11 van de ESPR gaat over het technisch ontwerp en de werking van het digitaal productpaspoort in het algemeen; het is niet specifiek voor ijzer en staal. Of en wanneer een QR-code op een bepaald type staalproduct verplicht wordt, hangt af van de gedelegeerde handeling die voor die productgroep wordt vastgesteld — die is er voor ijzer en staal nog niet. Tot die tijd is er dus geen verplichting om een code aan te brengen, alleen het vooruitzicht dat die er komt.

Belangrijk is ook het onderscheid tussen de datadrager (de QR-code die naar het paspoort verwijst) en het etiket zoals bedoeld in artikel 16. Een etiket is een apart instrument dat naast of in combinatie met het paspoort kan bestaan; de twee lopen niet automatisch in elkaar over. Artikel 17 gaat weer over iets anders: het voorkomen van nagebootste etiketten die kunnen worden verward met een echt etiket of een echte datadrager. Dat artikel zegt dus niets over hoe de code op het product komt, maar wel over de bescherming van het systeem tegen namaak.

Wat hier ook niet onder valt: de QR-code zelf is geen bewijs van conformiteit of kwaliteit. Het is een verwijzing naar gegevens — de inhoud van die gegevens en de juistheid ervan is een ander vraagstuk dan de vraag hoe de code fysiek op het staal terechtkomt.

De verplichting staat nog niet vast, alleen het tijdpad ernaartoe

Er is nog geen vastgestelde datum waarop QR-codes verplicht op ijzer- en staalproducten moeten staan. Wat wel vaststaat is het werkplan van de Europese Commissie voor 2025-2030: de eerste gedelegeerde handelingen onder de ESPR worden voor 2026 verwacht, en verplichtingen die daaruit voortvloeien gaan doorgaans pas achttien maanden na publicatie van zo'n handeling in. Voor ijzer en staal is nog niet bekend wanneer de gedelegeerde handeling verschijnt of wat daarin precies wordt opgenomen. Tot die handeling er is, geldt er geen verplichting om een QR-code aan te brengen — wel kan er, zoals nu, al worden voorgesorteerd door paspoortgegevens en een datadrager gereed te hebben zodra dat wel moet.

Hoe dit in de praktijk verloopt, stap voor stap

De volgorde waarin dit doorgaans wordt aangepakt: eerst worden de productgegevens verzameld bij de fabrikant of importeur — herkomst, samenstelling, en andere gegevens die voor het paspoort nodig zijn. Vervolgens wordt daaruit het paspoort samengesteld en aan een unieke identificatie gekoppeld; die identificatie blijft, in het geval van Ferropas, tien jaar toegankelijk. Daarna wordt de QR-code gegenereerd die naar dat paspoort verwijst, en die code wordt aangeleverd als bestand of als fysiek label, afhankelijk van wat praktisch is voor het type product.

Het aanbrengen zelf is maatwerk per productvorm: bij een stalen plaat of profiel kan een sticker of gegraveerde code volstaan, bij kleinere onderdelen kan een label aan de verpakking praktischer zijn, en bij producten waar fysieke aanbrenging lastig is, kan de code op de begeleidende documentatie staan in plaats van op het product zelf. Waar de balans precies ligt tussen deze opties, wordt duidelijker zodra de gedelegeerde handeling voor ijzer en staal er is — die zal naar verwachting ingaan op de technische eisen aan de datadrager voor deze productgroep specifiek. Tot die tijd is het raadzaam om te weten welke gegevens beschikbaar zijn en hoe die worden vastgelegd, zodat het aanbrengen van de code later een kwestie van uitvoering is en niet van gegevens alsnog verzamelen.

Waar dit op berust: artikel 11, 16 en 17 van de ESPR

Dat het digitaal productpaspoort een technisch vastgelegde datadrager kent, volgt uit artikel 11 van de ESPR (Verordening (EU) 2024/1781), dat het technisch ontwerp en de werking van het paspoort regelt. Het onderscheid met een etiket volgt uit artikel 16, dat etiketten als apart instrument beschrijft. De bescherming tegen namaak van die etiketten of datadragers volgt uit artikel 17, over nagebootste etiketten. Voor de precieze technische eisen aan de QR-code voor ijzer en staal specifiek is de bijbehorende gedelegeerde handeling de bron die nog moet verschijnen.

Wat te doen

Wie nu al staal verhandelt of verwerkt, kan het beste beginnen met het op orde krijgen van de productgegevens die straks in een paspoort moeten komen — herkomst, samenstelling en dergelijke — zodat het aanbrengen van de QR-code later een kwestie van uitvoering is. Zodra de gedelegeerde handeling voor ijzer en staal is gepubliceerd, wordt de datum en de precieze technische eis hier vermeld.

Wat u concreet moet doen

Wat er van u wordt verwacht

Een datadrager die leesbaar en beschikbaar is

Artikel 11 van de ESPR (Verordening (EU) 2024/1781) schrijft voor dat het digitale productpaspoort wordt ontsloten via een datadrager op het product: in de praktijk meestal een QR-code. Die datadrager moet fysiek op het product, de verpakking of de bijgevoegde documentatie staan, en moet leiden naar de gegevens van dat specifieke product of die specifieke batch. Voor een staalhandel of metaalverwerker met 10 tot 100 medewerkers betekent dit dat de QR-code onderdeel wordt van het productieproces zelf: hij moet ergens tussen het walsen, snijden of verpakken van het staal worden aangebracht, en dat moment moet passen in de bestaande werkstroom zonder dat de productie vertraagt.

De koppeling tussen datadrager en unieke identificatie

De QR-code zelf is niet meer dan een verwijzing. Wat erachter zit, is de eigenlijke inhoud: de gegevens die bij dat product of die batch horen. Dat betekent dat de QR-code pas werkt als daarachter een juiste, unieke identificatie hangt. Hoe die identificatie wordt opgebouwd en wat daarvoor nodig is, staat beschreven bij hoe geef ik elk product een unieke identificatiecode?. Zonder een goed werkend identificatiesysteem is de QR-code een lege verwijzing, of erger: een verwijzing naar de verkeerde gegevens.

Techniek die aansluit op een gangbare standaard

Artikel 11 laat ruimte voor de precieze technische invulling, maar in de sector die zich al langer met productidentificatie bezighoudt, ligt een koppeling met GS1-standaarden voor de hand. Voor een bedrijf dat al met GS1-barcodes werkt in de logistiek, is dat een kwestie van uitbreiden van bestaande systemen. Voor een bedrijf dat dat nog niet doet, is het een nieuwe stap. Wat GS1 Digital Link precies inhoudt en of dat nodig is, wordt uitgelegd op wat is GS1 Digital Link en heb ik dat nodig voor het productpaspoort?.

Onderscheid met het etiket

Artikel 16 van de ESPR regelt de etikettering van producten, los van het digitale paspoort, en artikel 17 verbiedt etiketten die een paspoortetiket nabootsen zonder dat er een echt paspoort achter zit. Voor de praktijk betekent dit een onderscheid dat op het eerste gezicht klein lijkt, maar juridisch niet is: een QR-code die naar niets leidt, of naar verkeerde gegevens, is niet alleen een technisch mankement maar valt onder het verbod op nagebootste etiketten. Een bedrijf dat uit gemak een "placeholder" QR-code op producten plakt in afwachting van het echte paspoort, loopt dat risico.

Duurzaamheid van de datadrager op het materiaal zelf

Staal wordt gewalst, gesneden, gelast, verzinkt en soms jarenlang opgeslagen voordat het wordt verwerkt. De QR-code moet die hele levensduur overleven, in elk geval tot het moment waarop de volgende gebruiker in de keten de gegevens nodig heeft. Dat stelt eisen aan de manier van aanbrengen: een sticker die loslaat bij verzinken is geen werkende oplossing, een ingekraste of ingebrande code wel — maar dat vraagt weer om voldoende leesbaarheid ondanks oppervlakteroest of coating.

Waar het misgaat in de praktijk

De QR-code wordt los van de batch aangebracht. Bij staal dat in coils of bundels wordt aangeleverd en later wordt gesneden, verdwijnt de oorspronkelijke QR-code soms samen met het afgesneden restmateriaal. Het overblijvende deel heeft dan geen datadrager meer, terwijl het wel als apart product verder de keten in gaat.

Eén QR-code voor een hele partij, terwijl de gegevens per stuk verschillen. Wanneer een partij staal uit dezelfde smelt maar met verschillende bewerkingen wordt verkocht, is één QR-code voor de hele partij niet meer kloppend voor de stukken die een aparte bewerking hebben gehad. Of dit per batch of per stuk moet worden opgelost, hangt af van hoe het product in de praktijk wordt verhandeld; dat vraagstuk komt aan de orde bij registreer ik staal per batch of per stuk?.

De code is niet leesbaar na verwerking. Een QR-code die is aangebracht vóór het verzinken of coaten van staal, kan na die bewerking onleesbaar zijn geworden. Dit wordt vaak pas ontdekt bij de eindgebruiker, niet bij het bedrijf dat de code heeft aangebracht.

Kleine onderdelen bieden geen ruimte voor een leesbare code. Bij smalle profielen, kleine bouten of dunne plaatdelen is er fysiek te weinig oppervlak voor een QR-code die met een gewone telefoon te scannen is. Praktische oplossingen daarvoor staan bij hoe krijg ik een QR-code op een heel klein stukje staal?.

De QR-code verwijst naar een pagina die inmiddels is verhuisd of verwijderd. Wanneer het hostingplatform wijzigt of een bedrijf overstapt naar een andere aanbieder, blijft de oude QR-code op reeds verkocht staal onveranderd. Als de achterliggende link dan niet meer werkt, ontstaat een probleem dat niet bij de huidige eigenaar van het staal ligt, maar wel bij hem terechtkomt.

Wat u kunt vastleggen

  • Een werkinstructie voor het aanbrengen van de datadrager, met daarin het moment in het productieproces waarop de QR-code wordt aangebracht, de methode (sticker, gravure, laseretsen) en de controle op leesbaarheid na eventuele nabewerking.
  • De koppeling tussen de QR-code en de unieke identificatiecode van het product of de batch, inclusief hoe deze koppeling wordt gecontroleerd voordat het product de deur uitgaat.
  • Afspraken met toeleveranciers en afnemers over wie de datadrager aanbrengt wanneer staal van eigenaar wisselt vóór de definitieve bewerking, zodat niet twee partijen denken dat de ander het regelt — of geen van beide.
  • Een overzicht van welk databestand nodig is achter de QR-code, en in welk formaat dat wordt aangeleverd aan het platform dat het paspoort hostet; zie in welk formaat moet ik de gegevens aanleveren voor het productpaspoort.
  • Een procedure voor herstel bij beschadigde of onleesbare codes, inclusief wie binnen het bedrijf verantwoordelijk is voor het opnieuw aanbrengen van een datadrager wanneer een controle een probleem aan het licht brengt.
  • Bewijs van de gemaakte keuzes, zoals interne notities over waarom voor een bepaalde technische uitvoering (sticker versus gravure, GS1-formaat versus eigen format) is gekozen — nuttig als achteraf blijkt dat een andere aanpak nodig was en aangetoond moet worden dat er een zorgvuldige afweging is gemaakt.

Dit is geen juridisch advies. Deze pagina geeft algemene informatie over de regelgeving waar dit platform over gaat. Wij kennen uw situatie niet. Bij twijfel over uw eigen geval raadpleegt u een jurist of de bevoegde toezichthouder.

Geschreven met AI op basis van de bronnen hierboven, gecontroleerd door een mens op 2026-08-22. Klopt er iets niet? Laat het weten — correcties krijgen voorrang.