Kan ik het productpaspoort koppelen aan mijn ERP- of voorraadsysteem?
Koppeling wordt pas concreet als de technische standaard er is
Een directe koppeling tussen het digitale productpaspoort en een ERP- of voorraadsysteem is op dit moment niet mogelijk, omdat de technische specificaties daarvoor nog niet zijn vastgesteld. De ESPR (Verordening (EU) 2024/1781) legt in artikel 10 en artikel 11 wel de basis vast: het paspoort moet interoperabel zijn, gebaseerd op open standaarden, en machineleesbaar. Dat betekent dat geautomatiseerde uitwisseling met bedrijfssystemen uiteindelijk het uitgangspunt is, niet een uitzondering. Maar hoe die uitwisseling er in de praktijk uitziet — welk bestandsformaat, welke interface, welke toegangsrechten — volgt pas uit gedelegeerde handelingen per productgroep. Voor ijzer en staal is die handeling er nog niet.
Waarvoor dit wel en niet geldt
Dit gaat over de vraag of systemen straks automatisch data uit het paspoort kunnen ophalen of erin kunnen wegschrijven. Dat raakt de technische inrichting van het paspoort zelf, zoals die in de verordening wordt omschreven: hoe het is opgebouwd, wie erbij mag, en in welke vorm de data beschikbaar komt. Het gaat niet over de vraag of een specifiek ERP-pakket geschikt is, en ook niet over een concrete API of dataformaat — die keuzes zijn nog niet gemaakt. Het gaat evenmin over de verplichting zelf om een paspoort te hebben; dat is een apart onderwerp dat per productgroep wordt ingevuld. Wat hier beschreven wordt, is uitsluitend het principe dat het paspoort machineleesbaar en interoperabel moet zijn — de manier waarop dat principe voor ijzer en staal concreet wordt, staat nog open.
Nog geen vaste datum, nog geen vaste technische standaard
Er is nog geen datum waarop een technische koppelstandaard voor ijzer en staal van kracht wordt, omdat die standaard onderdeel is van de gedelegeerde handeling die nog moet verschijnen. Volgens het werkplan van de ESPR voor de periode 2025-2030 wordt de eerste gedelegeerde handeling in 2026 verwacht, met verplichtingen die daarna nog een aanlooptijd van achttien maanden kennen. Zolang die handeling er niet is, staat vast dát het paspoort interoperabel en machineleesbaar moet zijn (artikel 10 en 11), maar niet hóe dat technisch wordt ingevuld. Tot die tijd functioneert het paspoort in de praktijk als een door een mens te raadplegen document via de QR-datadrager, niet als een geautomatiseerde datastroom naar een extern systeem.
Wat dit betekent voor de aanpak
Voor wie nu al nadenkt over de koppeling met een eigen systeem, is de volgorde als volgt. Eerst: er hoeft nog niets gebouwd te worden, want er is geen standaard om tegen te bouwen. Ten tweede: de eigen productdata op orde brengen is wel nu al zinvol, ongeacht de uiteindelijke technische vorm — een overzichtelijke, consistente set gegevens per product (herkomst, samenstelling, certificaten) is de basis waar elk toekomstig koppelmechanisme op zal steunen. Ten derde: zodra de gedelegeerde handeling voor ijzer en staal verschijnt, zal daarin duidelijk worden welk formaat en welke toegangswijze gelden, en pas dan is een concrete koppeling te ontwerpen. Ten vierde: tot die tijd blijft het paspoort raadpleegbaar via de QR-code die aan het product hangt, wat voor de meeste dagelijkse handelingen in de staalhandel en metaalverwerking al voldoende is — de koppeling met een ERP-systeem is dan een efficiencyslag voor later, geen voorwaarde om nu te kunnen werken met het paspoort.
Waar dit uit volgt: artikel 10 en 11 van de ESPR
Artikel 10 van de ESPR (Verordening (EU) 2024/1781) beschrijft de vereisten waaraan het digitale productpaspoort moet voldoen, waaronder interoperabiliteit en het gebruik van open standaarden. Artikel 11 gaat over het technische ontwerp en de werking van het paspoort, zoals de registers, de toegang tot data en de manier waarop het paspoort functioneert. Beide artikelen bevatten het principe dat het paspoort geschikt moet zijn voor machinale verwerking, maar de uitwerking daarvan — de daadwerkelijke technische specificatie per productgroep — wordt overgelaten aan gedelegeerde handelingen die nog moeten verschijnen. Voor de precieze formulering is de officiële tekst van de verordening leidend.
Wie nu al wil voorsorteren, kan het beste de eigen productdata alvast gestructureerd en compleet bijhouden, zodat die op het moment dat de technische standaard verschijnt zonder veel omwegen aan te sluiten is op wat er dan wordt vastgesteld. Deze pagina wordt bijgewerkt zodra de gedelegeerde handeling voor ijzer en staal is gepubliceerd en de technische details bekend zijn.
Waar dit op gebaseerd is
- Verordening (EU) 2024/1781 (ESPR), artikel 11 (technisch ontwerp en werking van het digitale productpaspoort)
- Verordening (EU) 2024/1781 (ESPR), artikel 10 (vereisten voor het digitale productpaspoort)
De verordening zelf staat op EUR-Lex. Wij verwijzen per bewering; u hoeft ons niet te geloven.
Wat u concreet moet doen
Wat er van u wordt verwacht
Gegevens moeten machineleesbaar en overdraagbaar zijn
Artikel 10 van de ESPR (Verordening (EU) 2024/1781) schrijft voor dat de gegevens in het digitale productpaspoort in een gestructureerd, machineleesbaar formaat beschikbaar zijn. Dat is meteen het aanknopingspunt voor koppeling met een eigen systeem: gegevens die machineleesbaar zijn, zijn in principe ook geschikt om automatisch in of uit een ERP- of voorraadsysteem te laten lopen. Voor een bedrijf van 10 tot 100 medewerkers betekent dit vooral dat de vraag "kan dit gekoppeld worden" niet in de eerste plaats een juridische vraag is, maar een technische: welk formaat gebruikt het paspoort, en kan de eigen software dat formaat lezen of schrijven. Zie ook de pagina over in welk formaat moet ik de gegevens aanleveren voor het productpaspoort.
Het paspoort moet aansluiten op een uniforme technische structuur
Artikel 11 van de ESPR gaat over het technisch ontwerp en de werking van het paspoort, en verwijst naar technische specificaties die de Commissie nog verder uitwerkt. Voor de praktijk van koppelen betekent dit dat er niet zomaar "een eigen bestandje" kan worden aangeleverd of opgehaald: er ligt een gestandaardiseerde structuur onder, waarschijnlijk gebaseerd op bestaande identificatiesystemen. Wie nu al werkt met een systeem voor artikelcodering, doet er goed aan te bekijken hoe dat aansluit op de manier waarop straks unieke identificatiecodes worden toegekend — zie hoe geef ik elk product een unieke identificatiecode. Een ERP-systeem dat al met eenduidige, stabiele productcodes werkt, staat er voor de koppeling gunstiger voor dan een systeem waarin codes per order of per klant verschillen.
De koppeling loopt via een drager, niet via een directe databaseverbinding
Artikel 11 beschrijft ook dat het paspoort toegankelijk is via een datadrager op het product. Dat is een belangrijk punt voor de verwachting die een bedrijf mag hebben van "koppelen": het gaat niet om een rechtstreekse databasekoppeling tussen twee bedrijven, maar om een keten waarin de datadrager (doorgaans een QR-code) verwijst naar een opgeslagen paspoort. De koppeling met een ERP- of voorraadsysteem zit dus aan twee kanten: bij het aanleveren van productgegevens vanuit het eigen systeem naar de partij die het paspoort samenstelt, en bij het inlezen van paspoortgegevens (bijvoorbeeld bij inkoop van staal) in het eigen systeem. Meer over die drager staat op de pagina hoe komt de QR-code voor het productpaspoort op mijn staal.
Gegevens moeten actueel blijven zolang het paspoort bestaat
Uit artikel 10 volgt ook dat gegevens in het paspoort correct en actueel moeten zijn zolang het paspoort bestaat. Voor een koppeling met een voorraadsysteem betekent dit dat eenmalig aanleveren meestal niet volstaat: als eigenschappen van een partij staal wijzigen, of als een fout wordt ontdekt, moet er een manier zijn om dat door te geven aan de plek waar het paspoort wordt gehost. Bedrijven die hun ERP-systeem koppelen, doen er goed aan hierbij ook te kijken naar hoelang die actualiteit moet worden bijgehouden — zie hoe lang moet een productpaspoort beschikbaar blijven.
Waar het misgaat in de praktijk
Interne artikelcodes worden verward met de officiële productidentificatie. Een ERP-systeem kent een product onder een interne SKU, terwijl het paspoort een andere, unieke identificatiecode nodig heeft. Zonder een vertaaltabel tussen beide ontstaat verwarring bij het koppelen, vooral als één interne code meerdere partijen dekt.
Voorraadmutaties worden niet doorgezet naar de paspoortgegevens. Een voorraadsysteem registreert bijvoorbeeld dat een partij staal is omgesmolten, gesplitst of samengevoegd, maar die wijziging bereikt het paspoort niet automatisch. Dit speelt sterk mee bij de vraag of staal per batch of per stuk wordt geregistreerd — zie registreer ik staal per batch of per stuk — want de registratie-eenheid in het ERP-systeem moet aansluiten op de eenheid waarop het paspoort is gebaseerd.
Exportbestanden uit het ERP-systeem sluiten niet aan op het vereiste formaat. Veel ERP-pakketten exporteren standaard in Excel, CSV of een eigen XML-structuur. Zonder afstemming vooraf blijkt zo'n bestand niet compatibel met het formaat dat nodig is voor het paspoort, met vertraging en extra handwerk als gevolg.
Er wordt van uitgegaan dat de koppeling ook zonder internetverbinding werkt. Sommige voorraadsystemen op de werkvloer draaien deels offline, bijvoorbeeld op een magazijnterminal. Dat roept de vraag op of het paspoort zelf ook zonder verbinding raadpleegbaar moet zijn; dat is een aparte vraag die los staat van de koppeling met het ERP-systeem. Zie moet het productpaspoort ook werken zonder internetverbinding.
Toegangsrechten tussen systemen worden niet geregeld. Een koppeling betekent dat gegevens tussen twee of meer systemen stromen, vaak via een derde partij die het paspoort host. Als niet vastligt wie welke gegevens mag inzien, aanpassen of doorgeven, ontstaat onduidelijkheid over verantwoordelijkheid bij een fout — een vraag die raakt aan hoe de gegevens onderweg beveiligd zijn, zie hoe zorg ik dat de gegevens in het productpaspoort veilig zijn.
Wat u kunt vastleggen
- Een overzicht van welke velden in het ERP- of voorraadsysteem corresponderen met welke velden in het productpaspoort, inclusief een vertaaltabel tussen interne artikelcodes en de unieke identificatiecode van het product.
- Een beschrijving van het exportformaat dat het eigen systeem gebruikt, en een vergelijking met het formaat dat voor het paspoort nodig is.
- Afspraken met de partij die het paspoort samenstelt of host over de frequentie en manier van gegevensuitwisseling: eenmalig bij aanmaak, of doorlopend bij wijzigingen.
- Een procedure voor het doorgeven van wijzigingen in voorraad, partij-indeling of producteigenschappen aan de paspoortgegevens, inclusief wie daarvoor verantwoordelijk is.
- Een overzicht van wie binnen het bedrijf toegang heeft tot de koppeling tussen het eigen systeem en het paspoort, en welke rechten daarbij horen.
- Een vastgelegde afspraak over wat er gebeurt met de koppeling en de gegevensstroom als het paspoort voor een product wordt aangepast, ingetrokken of vervangen.
Dit is geen juridisch advies. Deze pagina geeft algemene informatie over de regelgeving waar dit platform over gaat. Wij kennen uw situatie niet. Bij twijfel over uw eigen geval raadpleegt u een jurist of de bevoegde toezichthouder.
Geschreven met AI op basis van de bronnen hierboven, gecontroleerd door een mens op 2026-08-22. Klopt er iets niet? Laat het weten — correcties krijgen voorrang.