ferropas.eu

moet het productpaspoort ook werken zonder internetverbinding

Op dit punt geeft de ESPR geen duidelijk antwoord

De ESPR beschrijft het productpaspoort als een digitaal systeem dat gegevens ontsluit via een webportaal en een unieke identificatiecode, maar een uitdrukkelijke eis dat de inhoud ook zonder internetverbinding leesbaar moet zijn, staat niet in de verordening. Artikel 10 van de ESPR (Verordening (EU) 2024/1781) somt de vereisten op waaraan een digitaal productpaspoort moet voldoen — denk aan zaken als toegankelijkheid, interoperabiliteit en de mogelijkheid om gegevens bij te werken — maar een offline-vereiste staat daar niet expliciet tussen. Het paspoort is in de kern een verwijzing naar gegevens die elders, bij de fabrikant of een dienstverlener, worden gehost en via internet worden opgehaald. Dat is precies waarom deze vraag vaak terugkomt: een QR-code op een stalen balk of plaat is nutteloos op een plek zonder bereik, en toch is dat in de praktijk van de staalhandel en de bouwplaats een reëel scenario.

Voor wie dit relevant is, en voor wie niet

Deze vraag speelt vooral voor partijen die het paspoort willen raadplegen op locaties waar geen of een slechte internetverbinding beschikbaar is: een bouwplaats in een buitengebied, een opslagloods zonder wifi, een werf onder de grond. Voor de fabrikant of importeur die de gegevens aanlevert, is de vraag minder acuut — die werkt vanuit een kantoor- of productieomgeving met internetverbinding, en de verplichting daar ligt bij het correct en volledig aanleveren van gegevens, niet bij het offline beschikbaar maken ervan. Het onderwerp gaat ook niet over de vraag of de QR-code zelf werkt zonder internet — die code is een fysieke drager die altijd leesbaar is, los van verbinding. Het gaat om wat er gebeurt nadat die code is gescand: of de achterliggende gegevens dan alsnog opgehaald kunnen worden. Dat onderscheid tussen de drager en de data is ook relevant bij de vraag hoe de QR-code op het staal terechtkomt — de code zelf is statisch, de inhoud waar hij naar verwijst niet noodzakelijk.

Nog geen vastgestelde datum, dus nog geen vastgestelde eis

Er is geen datum waarop deze eis ingaat, omdat er nog geen gedelegeerde handeling is gepubliceerd die dit onderwerp voor ijzer en staal concreet invult. De ESPR zelf is de kaderwet; de productspecifieke details — waaronder mogelijk eisen aan toegankelijkheid in situaties zonder verbinding — moeten nog worden uitgewerkt in een gedelegeerde handeling voor deze productgroep. Volgens het werkplan van de Europese Commissie voor 2025-2030 wordt de eerste gedelegeerde handeling die relevant is voor ijzer en staal in 2026 verwacht, met verplichtingen die daarna ingaan. Tot die handeling is gepubliceerd, staat niet vast of, en zo ja hoe, een offline-leesbaarheidseis wordt vormgegeven. Wat wel vaststaat is het kader uit artikel 13 en artikel 14 van de ESPR (Verordening (EU) 2024/1781): er komt een centraal register van productpaspoorten en een webportaal waarmee gegevens kunnen worden opgevraagd — beide zijn in de basis online voorzieningen.

Wat dit betekent voor de praktijk

Voor wie nu al een productpaspoort voorbereidt, is de meest praktische aanpak om uit te gaan van een online-first systeem en de vraag over offline-toegang apart te houden van de basisinrichting. Eerst gaat het om een werkende koppeling tussen het fysieke product en de digitale gegevens: dat begint bij een unieke identificatiecode per product en een QR-code die daar consistent naar verwijst. Vervolgens is het zinvol om te kijken hoe de hosting is ingericht — een dienstverlener die de data host, kan techniek toevoegen die de ervaring verbetert zonder dat de ESPR dat voorschrijft, zoals een gecachte of licht samengevatte versie van de kerngegevens die al bij het scannen wordt meegegeven, of een pagina die ook met een zwakke verbinding snel laadt. Dat is geen wettelijke verplichting, maar een ontwerpkeuze die het risico op een onbruikbare QR-code op een bouwplaats beperkt. Voor bedrijven die overwegen dit zelf te beheren in plaats van uit te besteden, is het koppelen van het paspoort aan het eigen ERP- of voorraadsysteem een aandachtspunt: ook dan blijft de onderliggende afhankelijkheid van een internetverbinding voor het ophalen van live gegevens bestaan, tenzij er bewust voor extra offline-functionaliteit wordt gekozen. Zodra de gedelegeerde handeling voor ijzer en staal gepubliceerd wordt, is dat het moment om te controleren of er alsnog een concrete eis in staat.

De basis in de artikelen 10, 13 en 14 van de ESPR

Artikel 10 van de ESPR (Verordening (EU) 2024/1781) legt de algemene vereisten vast waaraan het digitale productpaspoort moet voldoen, zonder een offline-leesbaarheidseis te noemen. Artikel 13 van de ESPR (Verordening (EU) 2024/1781) regelt het centrale register waarin paspoorten worden opgenomen, en artikel 14 van de ESPR (Verordening (EU) 2024/1781) regelt het webportaal waarmee de gegevens uit het paspoort kunnen worden geraadpleegd — beide artikelen beschrijven een systeem dat in de basis draait op een online verbinding tussen scanner en databron. Een expliciete offline-vereiste is in deze artikelen niet terug te vinden, en moet dus komen uit een productspecifieke gedelegeerde handeling, mocht die er komen.

Wie dit nu wil voorbereiden, doet er goed aan de basisinrichting — unieke identificatie, QR-code en hosting — op orde te krijgen en de vraag over offline-toegang te blijven volgen zodra de gedelegeerde handeling voor ijzer en staal wordt gepubliceerd.

Wat u concreet moet doen

Wat er van u wordt verwacht

De ESPR beschrijft het digitale productpaspoort als een systeem waarin gegevens via een databron ontsloten worden, opgeroepen via een unieke identificatiecode en een datadrager zoals een QR-code. Of de gegevens zelf ook offline moeten kunnen worden geraadpleegd, is iets waar de tekst van de verordening zelf geen expliciete uitspraak over doet in de artikelen die het paspoort en het webportaal beschrijven. Wat wel vaststaat, is een aantal eisen die raken aan de manier waarop het paspoort technisch werkt.

De gegevens moeten via een databron oproepbaar zijn

Artikel 10 van de ESPR beschrijft de vereisten voor het digitale productpaspoort, waaronder dat gegevens toegankelijk moeten zijn via een datadrager die naar een databron verwijst. Dat wijst op een systeem dat draait bij een verbinding: de QR-code zelf bevat geen gegevens, die verwijst alleen naar waar de gegevens staan. Voor een metaalverwerker met tussen de 10 en 100 medewerkers betekent dit in de praktijk dat het paspoort een online dienst is, geen bestand dat op het product zelf wordt opgeslagen. Wie hierover afspraken maakt met een leverancier of klant, doet er goed aan om vast te leggen wie de databron beheert en hoelang die bereikbaar blijft — iets waar meer over te lezen is bij hoe lang moet een productpaspoort beschikbaar blijven.

Het register houdt een kopie van basisgegevens bij

Artikel 13 van de ESPR regelt een register van digitale productpaspoorten op EU-niveau. Dat register is bedoeld voor toezicht en bevat basisgegevens, niet het volledige paspoort. Voor een bedrijf dat staalproducten op de markt brengt, betekent dit dat er twee plekken zijn waar gegevens terechtkomen: de eigen (of uitbestede) databron, en het centrale register. Wat precies in dat register moet staan en wie dat invoert, is uitgewerkt op de pagina over het register van digitale productpaspoorten en wat u daarin zet.

Het webportaal ontsluit gegevens, maar vervangt de databron niet

Artikel 14 van de ESPR beschrijft een webportaal waarmee gegevens uit het digitale productpaspoort raadpleegbaar zijn. Dit portaal is een aanvullende toegangsweg, geen vervanging van de directe koppeling tussen QR-code en databron. Voor de praktijk van een handelsbedrijf betekent dit dat een klant op twee manieren bij dezelfde informatie kan komen: door de code op het product te scannen, of via het portaal. Beide routes veronderstellen een actieve verbinding met een databron op internet.

Waar het misgaat in de praktijk

Een paar situaties waarin de vraag "werkt dit ook zonder internet" in de praktijk misgaat:

Een magazijn met slechte dekking. Staal wordt vaak buiten of in grote hallen opgeslagen, waar mobiele dekking wisselend is. Een medewerker die op de werkvloer een paspoort wil raadplegen, komt dan tegen een lege pagina aan zonder dat duidelijk is of dat een probleem is met het paspoort of met het netwerk.

Verwarring tussen "de QR-code" en "het paspoort". Sommige bedrijven denken dat het paspoort ín de QR-code zit, zoals bij een barcode met productcode. Dat is niet zo — de code verwijst naar een databron. Wie zich hierin wil verdiepen, vindt meer uitleg bij hoe komt de QR-code voor het productpaspoort op mijn staal.

Aannames over lokale opslag. Een constructiebedrijf dat langdurig staal op een bouwplaats zonder internetverbinding verwerkt, gaat er soms van uit dat een eenmaal gedownloade PDF of foto van het paspoort volstaat als bewijs. Of dat aanvaardbaar is als vervanging van de live databron, is niet iets waar de ESPR-tekst zelf een uitspraak over doet.

Systeem dat stopt met bestaan bij bedrijfsbeëindiging. Wanneer een fabrikant de eigen databron zelf hostte en het bedrijf stopt, valt de toegang tot het paspoort mogelijk helemaal weg — met of zonder internet. Dat risico staat los van de vraag "offline of online", maar wordt er in de praktijk vaak mee verward. Zie ook wat gebeurt er met het productpaspoort als een bedrijf stopt.

Verkeerde koppeling met het ERP-systeem. Een bedrijf dat het paspoort probeert te koppelen aan een intern voorraadsysteem, loopt soms tegen de aanname aan dat die koppeling ook offline moet werken omdat het interne systeem dat wel doet. De koppeling met een extern raadpleegbare databron is een andere laag dan de interne bedrijfsvoering; meer hierover bij kan het productpaspoort koppelen aan een ERP- of voorraadsysteem.

Wat u kunt vastleggen

  • Afspraken met de partij die de databron hostte of host, over beschikbaarheid en uitvalmomenten.
  • Een overzicht van waar in het bedrijfsproces een paspoort geraadpleegd moet worden zonder betrouwbare internetverbinding (bijvoorbeeld op een bouwplaats of in een magazijn), zodat dit risico intern bekend is.
  • Documentatie over welke identificatiecode bij welk product of batch hoort, onafhankelijk van de vraag of die online of offline geraadpleegd wordt — zie ook hoe geeft u elk product een unieke identificatiecode en registreert u staal per batch of per stuk.
  • Een vastgelegde procedure voor wat er gebeurt als een klant of toezichthouder een paspoort niet kan raadplegen op het moment van controle.
  • Techni­sche documentatie over het formaat waarin gegevens zijn aangeleverd, zodat bij een eventuele toekomstige eis over offline beschikbaarheid duidelijk is wat er al vastligt — meer hierover bij in welk formaat moeten gegevens worden aangeleverd voor het productpaspoort.

Zodra de Europese Commissie een gedelegeerde handeling publiceert die specifiek op ijzer en staal ingaat, kan daarin een concretere eis over offline beschikbaarheid staan. Tot die tijd is dit een onderwerp waarover de kaderverordening zelf geen directe uitspraak doet, en blijft het zaak om deze pagina in de gaten te houden voor updates zodra die duidelijkheid er is.

Dit is geen juridisch advies. Deze pagina geeft algemene informatie over de regelgeving waar dit platform over gaat. Wij kennen uw situatie niet. Bij twijfel over uw eigen geval raadpleegt u een jurist of de bevoegde toezichthouder.

Geschreven met AI op basis van de bronnen hierboven, gecontroleerd door een mens op 2026-09-05. Klopt er iets niet? Laat het weten — correcties krijgen voorrang.