ferropas.eu

in welk formaat moet ik de gegevens aanleveren voor het productpaspoort

Het bestandsformaat ligt nog niet vast

De ESPR schrijft geen bestandsformaat voor — geen ".csv", geen ".xml", geen ".json". Artikel 11 van de ESPR (Verordening (EU) 2024/1781) bepaalt wél dat het digitale productpaspoort moet werken volgens open, interoperabele technische standaarden, zodat systemen van verschillende partijen de gegevens kunnen uitlezen en verwerken. Welke standaard dat precies wordt, volgt uit gedelegeerde handelingen die per productgroep worden opgesteld. Voor ijzer en staal is die handeling er nog niet. Wie nu al vraagt "in welk formaat moet ik aanleveren", krijgt dus terecht geen concreet antwoord — dat antwoord bestaat op dit moment simpelweg nog niet.

Voor wie dit geldt, en voor wie niet

Deze onduidelijkheid geldt voor iedereen die staal of ijzeren halffabricaten produceert, importeert of verhandelt en zich voorbereidt op het productpaspoort: staalhandel, metaalverwerkers, constructiebedrijven. Het speelt niet alleen voor staal — elke productgroep die onder de ESPR valt, krijgt zijn eigen gedelegeerde handeling met eigen technische specificaties. Het formaat voor batterijen, textiel of meubels kan dus afwijken van wat straks voor staal gaat gelden. Belangrijk is ook het onderscheid tussen het opslagformaat en het uitwisselformaat: artikel 11 gaat over hoe systemen onderling gegevens moeten kunnen lezen, niet over hoe een fabrikant zijn eigen administratie inricht. Een bedrijf dat zijn gegevens nu in een Excel-bestand of in het ERP-systeem bijhoudt, hoeft daarvoor niets te veranderen — de vertaalslag naar het uiteindelijke formaat is iets dat bij het samenstellen van het paspoort gebeurt, niet bij de eigen brongegevens.

Wanneer dit wel vastligt

Er is geen datum te noemen waarop het bestandsformaat voor staal bekend wordt, omdat die datum niet bestaat in de bronnen die nu beschikbaar zijn. Wat vaststaat is de route: de Europese Commissie werkt de technische vereisten uit in een gedelegeerde handeling per productgroep, zoals artikel 4 en artikel 11 van de ESPR voorschrijven. Zolang die handeling voor ijzer en staal niet is gepubliceerd, is er ook geen formaat om aan te houden. Tot die tijd verandert er niets aan de manier waarop bedrijven hun productgegevens nu bijhouden — er is geen voorlopig formaat dat al zou moeten worden toegepast. Zodra de gedelegeerde handeling voor staal gepubliceerd is, komt de specifieke technische invulling hier te staan.

Wat te doen zolang het formaat nog niet vaststaat

Voor wie nu al wil voorsorteren, is de meest praktische stap het op orde brengen van de eigen brongegevens, los van het uiteindelijke bestandsformaat. Dat begint bij het vastleggen van welke gegevens er per product beschikbaar zijn — samenstelling, herkomst, certificaten — en hoe die gegevens intern worden opgeslagen. Daarna is het zinvol om te kijken hoe die gegevens straks gekoppeld kunnen worden aan een systeem dat het paspoort samenstelt; koppelen aan een eigen ERP- of voorraadsysteem is daarbij een vraag die onafhankelijk van het bestandsformaat al beantwoord kan worden. Ook de vraag hoe elk product of elke batch wordt geïdentificeerd, staat los van het formaat en kan nu al worden uitgezocht — zie hoe elk product een unieke identificatiecode krijgt. Zodra de gedelegeerde handeling voor staal er is, volgt daaruit vermoedelijk ook hoe de koppeling met een standaard als GS1 Digital Link precies wordt ingevuld; wie daar nu al kennis over wil opbouwen, kan starten bij wat GS1 Digital Link inhoudt voor het productpaspoort. Het bestandsformaat zelf is dus de laatste stap in een reeks — de voorbereiding erop begint bij de gegevens zelf, niet bij de technische specificatie die nog moet komen.

De wettelijke basis: artikel 10 en 11 van de ESPR

Artikel 10 van de ESPR (Verordening (EU) 2024/1781) beschrijft de algemene vereisten waaraan het digitale productpaspoort moet voldoen, waaronder toegankelijkheid en betrouwbaarheid van de gegevens. Artikel 11 werkt dit verder uit voor het technisch ontwerp en de werking van het paspoort: het schrijft voor dat de onderliggende technologie open standaarden moet volgen, interoperabel moet zijn tussen marktdeelnemers, en machinaal leesbaar moet zijn. Geen van beide artikelen noemt een specifiek bestandsformaat, een specifieke codering of een specifieke technische norm — die invulling is uitdrukkelijk gedelegeerd aan latere handelingen per productgroep. Dat is ook de reden dat dit antwoord nu niet verder kan gaan dan het benoemen van het principe: de wet legt de eis aan interoperabiliteit vast, maar niet de technische norm waarmee die eis wordt ingevuld.

Wat nu te doen staat

Er is op dit moment niets te kiezen of te installeren op het vlak van bestandsformaat — die keuze ligt bij de gedelegeerde handeling die nog moet verschijnen. Wat wel zin heeft, is het op orde brengen van de eigen productgegevens en het uitzoeken van de identificatie- en koppelvraagstukken die hierboven staan genoemd, zodat de overstap naar het definitieve formaat later een kwestie van aansluiten is in plaats van een herstart vanaf nul.

Wat u concreet moet doen

Wat er van u wordt verwacht

Open, gestandaardiseerde gegevensformaten gebruiken

Artikel 10 van de ESPR (Verordening (EU) 2024/1781) stelt dat de gegevens in een digitaal productpaspoort moeten voldoen aan open, interoperabele standaarden. Dat betekent dat een bestandsformaat dat alleen door één specifiek softwarepakket leesbaar is, niet aansluit op de bedoeling van de verordening. Voor een staalhandel of metaalverwerker met tussen de 10 en 100 medewerkers komt dit er praktisch op neer dat de gegevens uit het eigen ERP- of voorraadsysteem worden geëxporteerd naar een formaat dat door andere partijen — klanten, toezichthouders, recyclingbedrijven — zonder extra licentie of speciale software gelezen kan worden. Een export naar een gesloten, bedrijfseigen bestandstype past daar niet bij, ook als dat exportformaat intern al jaren gebruikt wordt.

Machinaal leesbaar aanleveren

Artikel 11 van de ESPR (Verordening (EU) 2024/1781) beschrijft dat het paspoort machinaal leesbaar moet zijn en via de drager (doorgaans een QR-code) automatisch uitgelezen kan worden. Dat sluit een gescande PDF van een papieren certificaat feitelijk uit als enige databron: die is voor een mens leesbaar, maar niet betrouwbaar automatisch te verwerken. Voor een bedrijf dat gewend is materiaalcertificaten als PDF te versturen, betekent dit dat er een omzetting nodig is naar gestructureerde data — denk aan velden met een vaste betekenis (staalsoort, charge, samenstelling) in plaats van vrije tekst in een documentlay-out.

Structuur die aansluit op de rest van het systeem

Beide artikelen wijzen in de richting van een gegevensstructuur die niet op zichzelf staat, maar aansluit op de bredere infrastructuur van het productpaspoort: het unieke identificatienummer, de koppeling met het register, en de manier waarop het paspoort na verkoop van het product nog jarenlang opvraagbaar blijft. Voor een middelgroot metaalbedrijf betekent dit dat de keuze van bestandsformaat niet los gezien kan worden van hoe elk product een unieke identificatiecode krijgt: zie Hoe geef ik elk product een unieke identificatiecode?. Het formaat van de gegevens en de identificatie van het product horen bij elkaar; een los Excel-bestand zonder consistente koppeling aan een productcode voldoet niet aan het idee van interoperabiliteit dat in artikel 10 wordt beschreven.

Waar het misgaat in de praktijk

Een eerste situatie die vaak terugkomt: een staalhandel levert al jaren materiaalcertificaten (bijvoorbeeld 3.1-certificaten) als PDF aan klanten, en gaat ervan uit dat dit ook voor het productpaspoort volstaat. De PDF bevat de juiste gegevens, maar niet in een vorm die automatisch uitleesbaar is — waardoor die niet aansluit bij wat artikel 11 beschrijft.

Een tweede situatie: een bedrijf gebruikt een intern Excel-bestand met eigen kolomnamen en eigen afkortingen voor staalsoorten. Dat werkt prima binnen het eigen bedrijf, maar zodra een klant, toezichthouder of het register die data moet interpreteren, ontbreekt de gedeelde betekenis die een gestandaardiseerd formaat wel biedt.

Een derde situatie ontstaat bij bedrijven die de omzetting naar een gestructureerd formaat pas doen op het moment dat het product de deur uitgaat. Wanneer die omzetting handmatig gebeurt, per verkooporder, is de kans op fouten en inconsistenties tussen paspoorten groot — vooral bij een assortiment met veel varianten in legering, dikte of warmtebehandeling.

Een vierde situatie: het bestandsformaat wordt wel goed gekozen, maar de koppeling met het eigen voorraadsysteem ontbreekt, waardoor gegevens dubbel worden ingevoerd en na een update van het ERP-systeem uit de pas gaan lopen met wat in het paspoort staat. Zie hierover ook Kan ik het productpaspoort koppelen aan mijn ERP- of voorraadsysteem?.

Een vijfde, minder zichtbare situatie: een bedrijf denkt dat het bestandsformaat een eenmalige keuze is bij de eerste levering, terwijl het paspoort jarenlang beschikbaar moet blijven. Een formaat dat nu gangbaar is, hoeft dat over jaren niet meer te zijn — een risico dat samenhangt met hoe lang het paspoort feitelijk moet blijven bestaan, zie Hoe lang moet een productpaspoort beschikbaar blijven?.

Wat u kunt vastleggen

  • Een overzicht van de huidige exportformaten uit het eigen ERP- of voorraadsysteem, met een aantekening welke daarvan machinaal leesbaar zijn en welke niet (bijvoorbeeld PDF versus CSV of XML).
  • Een vaste veldenlijst per productgroep (staalsoort, charge, afmetingen, samenstelling) zodat interne data altijd op dezelfde manier gestructureerd wordt, onafhankelijk van wie de data invoert.
  • Een afspraak met leveranciers of fabrikanten over het formaat waarin zij hun gegevens aanleveren, zodat data niet handmatig overgetypt hoeft te worden uit certificaten of PDF's.
  • Een verwijzing naar de koppeling met de unieke identificatiecode van elk product, zodat het bestandsformaat en de identificatie samen één geheel vormen — zie Hoe geef ik elk product een unieke identificatiecode?.
  • Een aantekening over de leesbaarheid zonder internetverbinding, voor zover dat relevant is voor de eigen werkprocessen op de werkvloer of bij transport, zie moet het productpaspoort ook werken zonder internetverbinding.
  • Een dossier met de gekozen dataformaten per productlijn, inclusief de datum van wijziging, zodat bij een latere aanpassing van standaarden nagegaan kan worden welke oudere paspoorten nog in een verouderd formaat staan.

De precieze technische specificaties van het te gebruiken bestandsformaat worden nader uitgewerkt in gedelegeerde handelingen per productgroep; op dit moment beschrijven artikel 10 en artikel 11 van de ESPR (Verordening (EU) 2024/1781) het kader waarbinnen die keuzes gemaakt zullen worden. Zodra de gedelegeerde handeling voor ijzer en staal is gepubliceerd, wordt hier aangevuld welk formaat concreet wordt voorgeschreven.

Dit is geen juridisch advies. Deze pagina geeft algemene informatie over de regelgeving waar dit platform over gaat. Wij kennen uw situatie niet. Bij twijfel over uw eigen geval raadpleegt u een jurist of de bevoegde toezichthouder.

Geschreven met AI op basis van de bronnen hierboven, gecontroleerd door een mens op 2026-09-05. Klopt er iets niet? Laat het weten — correcties krijgen voorrang.