ferropas.eu

kan ik nu al een testversie van mijn productpaspoort laten maken

Ja, een testversie is nu al te maken

Een testversie van een productpaspoort laten maken kan nu al, ook al ligt de wettelijke verplichting voor staal nog niet vast. Er is geen regel die het maken van een proefpaspoort verbiedt of eraan bindt: de ESPR bepaalt wanneer een paspoort verplicht wordt en wat erin moet staan zodra die verplichting geldt, maar niets houdt een bedrijf tegen om vooruitlopend daarop de eigen productgegevens al te verzamelen en in paspoortvorm te zetten. Zo'n testversie is dan een oefening op basis van de gegevens die nu al beschikbaar zijn, niet een paspoort met juridische status.

Wat een testversie wél en niet is

Een testversie is bedoeld om te zien welke gegevens er al zijn, welke ontbreken, en hoe een paspoort er in de praktijk uitziet voor een specifiek product zoals een balk, plaat of buis. Het is een proefopstelling: de inhoud kan later wijzigen zodra de definitieve eisen voor staal bekend zijn, en de testversie hoeft niet te voldoen aan een vastgestelde norm, want die norm is er voor deze productgroep nog niet. Wat een testversie niet is: een wettelijk geldig digitaal productpaspoort in de zin van artikel 9 en artikel 10 van de ESPR (Verordening (EU) 2024/1781). Die artikelen beschrijven wat een paspoort moet bevatten en hoe het toegankelijk moet zijn zodra een gedelegeerde handeling dat voor een productgroep verplicht stelt — en die handeling is er voor ijzer en staal nog niet. Een testversie kan dus niet gebruikt worden om aan een verplichting te voldoen die nog niet bestaat, en ook niet om aan te tonen dat een bedrijf "er al aan voldoet", want er is nog niets om aan te voldoen.

Wanneer het wél verplicht wordt, staat nog niet vast

Er is nog geen vaste datum waarop het digitaal productpaspoort voor ijzer en staal verplicht wordt. De ESPR werkt met gedelegeerde handelingen per productgroep: artikel 18 van de ESPR beschrijft hoe de Commissie productgroepen prioriteert en een werkplan opstelt, en pas met een gedelegeerde handeling voor de specifieke productgroep staat vast wat er precies moet, en vanaf wanneer. Voor ijzer en staal is die handeling er nog niet. Tot die handeling gepubliceerd is, geldt er geen verplichting om een digitaal productpaspoort te voeren voor deze productgroep — wel kan een bedrijf al vrijwillig oefenen met het opzetten ervan. Zodra er een concrete datum bekend is, wordt die hier vermeld.

Zo pakt een bedrijf een testversie praktisch aan

De volgorde die de meeste zin heeft, begint bij de gegevens die er al liggen: materiaalsamenstelling, herkomst, certificaten, en wat een fabrikant of importeur al standaard meelevert. Een testpaspoort is in feite een eerste inventarisatie van die gegevens, gebundeld in de structuur die de ESPR straks vraagt. Daarna is het zinvol om te kijken welke gegevens ontbreken of nog niet gestandaardiseerd zijn — dat is meteen de plek waar een bedrijf leert waar de eigen administratie of die van leveranciers nog tekortschiet. Voor wie dit stap voor stap wil opbouwen, staat er een overzicht bij hoe pak ik het productpaspoort voor staal stap voor stap aan, met de volgorde van gegevens verzamelen, koppelen aan een product en beschikbaar stellen via een datadrager.

Belangrijk om in het achterhoofd te houden: een testversie is geen garantie dat de uiteindelijke, wettelijk verplichte versie er precies zo uitziet. De gedelegeerde handeling kan andere gegevensvelden voorschrijven, andere eisen stellen aan de datadrager, of andere verantwoordelijkheden leggen bij fabrikant, importeur of handelaar — dat volgt uit artikel 38 van de ESPR, dat de verplichtingen van actoren in de toeleveringsketen beschrijft en dat per productgroep verder wordt ingevuld. Een testversie is dus vooral leerzaam voor het proces en de eigen gegevenshuishouding, niet een blauwdruk die één-op-één overgenomen kan worden zodra de regels vaststaan. Wie breder wil weten wat er nu al te doen is, vooruitlopend op de definitieve regels, vindt dat op de pagina over wat kan ik nu al doen terwijl de regels nog niet definitief zijn.

Dit volgt uit artikel 9, 10, 18 en 38 van de ESPR

De onderbouwing van dit antwoord ligt in vier artikelen van de ESPR (Verordening (EU) 2024/1781). Artikel 9 beschrijft wat een digitaal productpaspoort is en welke functie het heeft. Artikel 10 werkt uit welke vereisten aan zo'n paspoort gesteld worden zodra het verplicht is voor een productgroep. Artikel 18 beschrijft hoe de Commissie een werkplan en prioritering opstelt voor welke productgroepen wanneer aan de beurt zijn — en laat zien dat dit per productgroep apart via een gedelegeerde handeling loopt. Artikel 38 beschrijft de verplichtingen van de verschillende actoren in de toeleveringsketen, wat relevant wordt zodra de verplichting voor ijzer en staal er is. Geen van deze artikelen verbiedt het vrijwillig testen van een paspoort vooruitlopend op die verplichting; ze beschrijven alleen wat er geldt zodra de verplichting er is.

Wie nu al wil starten, kan het beste beginnen met een inventarisatie van de eigen productgegevens en een eerste testpaspoort voor één productlijn, zonder daarbij vooruit te lopen op een definitieve norm die er nog niet is.

Wat u concreet moet doen

Wat er van u wordt verwacht

De letterlijke vraag — kan ik nu al een testversie laten maken — heeft geen wettelijk antwoord, want er is nog geen verplichting om aan te toetsen. De gedelegeerde handeling voor ijzer en staal is er nog niet, en artikel 18 van de ESPR (Verordening (EU) 2024/1781) is precies het artikel dat regelt hoe de Europese Commissie productgroepen prioriteert en de inhoud van die handelingen voorbereidt. Zolang die handeling niet gepubliceerd is, ligt er geen verplichte dataset, geen verplicht format en geen verplichte QR-drager vast om tegen te testen. Wat er wél is: de artikelen die de algemene vorm van het digitaal productpaspoort beschrijven, en die vorm verandert niet meer wezenlijk, ook al is de inhoud per productgroep nog open.

Artikel 9: weten wat een paspoort moet kunnen

Artikel 9 van de ESPR beschrijft wat een digitaal productpaspoort in algemene zin is en moet kunnen: gegevens koppelen aan een specifiek product of productmodel, toegankelijk maken via een datadrager, en gedurende een bepaalde periode beschikbaar blijven. Voor een bedrijf van 10 tot 100 medewerkers betekent dit vooral dat een testversie zich kan richten op de structuur — welke gegevens hangen aan welk product, wie mag ze zien, hoe wordt de koppeling met een fysieke coil, plaat of profiel gelegd — zonder dat de exacte inhoud al vaststaat. Dat is precies het soort voorbereiding dat je kunt doen terwijl de regels nog niet definitief zijn.

Artikel 10: weten welke eisen aan de drager en de data worden gesteld

Artikel 10 van de ESPR gaat over de technische vereisten: interoperabiliteit, toegankelijkheid, en de manier waarop gegevens raadpleegbaar moeten zijn zonder dat degene die ze bekijkt afhankelijk is van één leverancier. Voor een testtraject is dit het artikel dat bepaalt of een pilot "toekomstbestendig" aanvoelt: een testversie die gebaseerd is op een gesloten, niet-overdraagbare drager loopt het risico dat hij bij publicatie van de definitieve handeling opnieuw gebouwd moet worden. Een testversie die uitgaat van open, overdraagbare data sluit beter aan bij wat artikel 10 beoogt, ook al ligt de exacte norm nog niet vast.

Artikel 38: weten wie in de keten welke gegevens aanlevert

Artikel 38 van de ESPR beschrijft de vereisten voor actoren in de toeleveringsketen: wie welke informatie moet doorgeven aan wie, en in welke vorm. Voor een staalhandel of metaalverwerker is dit relevant omdat een testversie van een paspoort zonder betrouwbare herkomstgegevens van de fabrikant of importeur weinig voorstelt. Een pilot kan dus prima getest worden op basis van de gegevens die vandaag al binnenkomen bij inkoop — certificaten, materiaalspecificaties, herkomstverklaringen — om te zien of die gegevensstroom al geschikt is om straks in een paspoort te landen.

Waar het misgaat in de praktijk

Een eerste situatie die vaak misgaat: een bedrijf laat een testpaspoort bouwen rond een sjabloon dat is afgekeken van een andere sector, bijvoorbeeld textiel of elektronica, zonder te kijken of dat aansluit bij wat voor staal relevant is. Het resultaat werkt technisch, maar moet bij publicatie van de sectorspecifieke handeling grotendeels opnieuw.

Een tweede situatie: de testversie wordt gebouwd op basis van gegevens die intern al lang niet meer klopten, zoals een oude leverancierslijst of een verouderde certificeringsstatus. De pilot ziet er dan goed uit, maar zegt weinig over of het bedrijf straks echt klaar is, omdat de onderliggende data niet is opgeschoond.

Een derde situatie: bedrijven testen alleen de QR-code en de weergave, maar niet het proces daarachter — wie in de organisatie de gegevens actueel houdt, wie verantwoordelijk is bij een fout, en wat er gebeurt als een klant om aanvullende informatie vraagt. Een testversie die alleen het "voorkant" van het paspoort simuleert, zegt weinig over de vraag hoe train ik mijn personeel om met het productpaspoort te werken, en die vraag komt onvermijdelijk terug zodra het paspoort verplicht wordt.

Een vierde situatie: een bedrijf met meerdere vestigingen laat op één locatie een testversie bouwen en neemt aan dat die zich later automatisch laat opschalen. Of dat zo werkt hangt af van hoe centraal de gegevensverwerking is ingericht; dat is een vraag die apart aandacht verdient, zie hoe regel ik het productpaspoort als ik meerdere vestigingen heb.

Een vijfde situatie: het testtraject wordt gezien als eindpunt in plaats van oefening. Er wordt een demo gebouwd, gepresenteerd aan het management, en vervolgens blijft die demo liggen tot de regels definitief zijn — waarna blijkt dat de dataset intussen alweer verouderd is.

Wat u kunt vastleggen

  • Een overzicht van welke productgegevens vandaag al beschikbaar zijn per materiaalsoort of productlijn, en welke daarvan afkomstig zijn van de fabrikant of importeur zoals bedoeld in artikel 38 van de ESPR.
  • Een beschrijving van de huidige gegevensstroom: waar komen certificaten en herkomstinformatie binnen, wie beheert ze, en in welk systeem staan ze.
  • Een notitie over welke testversie is gekozen (welk platform, welke standaard) en waarom, zodat bij publicatie van de definitieve handeling snel te beoordelen is wat overeind kan blijven.
  • Een lijst van aannames die in de testversie zijn gedaan over dataveldstructuur en toegankelijkheid, te toetsen aan artikel 9 en artikel 10 van de ESPR zodra de sectorspecifieke handeling verschijnt.
  • Afspraken over wie in de organisatie de pilot beheert en wie verantwoordelijk is voor het actueel houden van de onderliggende gegevens.

Voor een overzicht van de stappen die hierbij passen, ook los van een concrete testversie, is er de vraag hoe pak ik het productpaspoort voor staal stap voor stap aan. En voor bedrijven die zich afvragen of zo'n testtraject al ergens op een gedeelde standaard kan aansluiten, is relevant of er al een gemeenschappelijke lijn is binnen de sector, zie is er al een branchestandaard voor het productpaspoort van staal.

Dit is geen juridisch advies. Deze pagina geeft algemene informatie over de regelgeving waar dit platform over gaat. Wij kennen uw situatie niet. Bij twijfel over uw eigen geval raadpleegt u een jurist of de bevoegde toezichthouder.

Geschreven met AI op basis van de bronnen hierboven, gecontroleerd door een mens op 2026-09-05. Klopt er iets niet? Laat het weten — correcties krijgen voorrang.