Wat doe ik met voorraad staal die er al ligt als de regels ingaan?
Nu geldt er nog niets, want staal heeft nog geen eigen eisen
Voorraad staal die er al ligt, hoeft op dit moment aan geen enkele ecodesign- of paspoorteis te voldoen. Dat komt doordat die eisen voor ijzer en staal nog niet bestaan. De ESPR (Verordening (EU) 2024/1781) is een kaderverordening: zij regelt hóe de EU eisen gaat stellen aan producten, maar stelt zelf nog geen concrete eisen per productgroep. Die eisen komen pas met een gedelegeerde handeling die specifiek voor ijzer en staal wordt opgesteld, en die is er nog niet. Zolang die handeling er niet is, is er ook niets waaraan bestaande voorraad zou moeten voldoen — er is simpelweg nog geen norm om aan te toetsen.
Voor wie dit speelt, en voor wie (nog) niet
Deze vraag is relevant voor staalhandel, metaalverwerkers en constructiebedrijven die halffabricaten van ijzer en staal op voorraad hebben of inkopen. Het antwoord hierboven geldt voor de situatie zoals die nu is: vóórdat er een gedelegeerde handeling voor ijzer en staal is vastgesteld. Het geldt niet zonder meer voor productgroepen waarvoor wél al een gedelegeerde handeling bestaat of in een vergevorderd stadium is; daarvoor kunnen eigen overgangsregels gelden die hier niet worden besproken. Het geldt ook niet voor verplichtingen die los staan van de ESPR, zoals CE-markering of andere productregelgeving voor staal — die blijven gewoon van kracht zoals ze nu zijn, ongeacht waar de ESPR in haar traject staat.
Er is geen vaste ingangsdatum; wél een vaststaande route
Er is nog geen vastgestelde datum waarop specifieke eisen voor ijzer en staal gaan gelden. Wat wel vaststaat, is de route daarnaartoe. Op grond van artikel 18 van de ESPR stelt de Commissie een werkplan op waarin productgroepen worden geprioriteerd voor een gedelegeerde handeling, aan de hand van criteria zoals milieueffect en verbeterpotentieel. Pas wanneer voor ijzer en staal zo'n gedelegeerde handeling is vastgesteld en gepubliceerd, ontstaan er concrete eisen én een datum waarop die eisen van toepassing worden. Tot die tijd verandert er niets aan wat er met bestaande voorraad moet gebeuren, simpelweg omdat er nog geen regel is die daarover iets zegt. Zodra die datum bekend is, wordt die hier vermeld.
Wat dit voor de voorraad betekent, in de praktijk
Voor wie nu voorraad staal heeft liggen of inkoopt, volgt uit de ESPR zelf geen actie. Zodra de gedelegeerde handeling voor ijzer en staal er wel komt, draait de eerste vraag om het moment van "in de handel brengen": artikel 1 van de ESPR koppelt de eisen aan producten die in de handel worden gebracht of in bedrijf worden gesteld, niet aan producten die op dat moment al ergens op een pallet, in een magazijn of onderweg naar een klant liggen. Wat dat concreet betekent voor voorraad die vóór de toepassingsdatum al geproduceerd of geleverd is, wordt bepaald door de overgangsbepalingen die in de gedelegeerde handeling zelf worden opgenomen. Die tekst bestaat nu nog niet, en kan dus ook nog niet worden samengevat of voorspeld.
Wat in de tussentijd wel te overzien is: het moment waarop de gedelegeerde handeling voor ijzer en staal wordt gepubliceerd, is het moment om de overgangsbepalingen daarin na te lezen. Vanaf dat moment wordt ook duidelijk of, en zo ja vanaf wanneer, een digitaal productpaspoort nodig is om een product in de handel te mogen brengen. Deze pagina wordt bijgewerkt zodra die tekst er is.
De basis: artikel 1 en artikel 18 van de ESPR
Dat er nu nog geen concrete verplichting bestaat, volgt uit artikel 1 van de ESPR (Verordening (EU) 2024/1781). Dat artikel beschrijft het onderwerp en de reikwijdte van de verordening als een kader voor het stellen van ecodesigneisen aan producten die in de handel worden gebracht of in bedrijf worden gesteld — niet als een verzameling eisen die rechtstreeks uit de verordening zelf al voor staal gelden. Welke productgroepen wanneer aan de beurt zijn, volgt uit artikel 18 van de ESPR: dat artikel verplicht de Commissie een werkplan op te stellen waarin productgroepen worden geprioriteerd voor een gedelegeerde handeling. Voor ijzer en staal is dat traject nog niet afgerond, en er is dus ook nog geen tekst die iets zegt over de behandeling van bestaande voorraad.
Wat nu te doen
Wie hierop wil voorsorteren, kan het beste twee dingen doen: de publicatie van de gedelegeerde handeling voor ijzer en staal in de gaten houden, en ondertussen de eigen voorraadadministratie op orde brengen — herkomst, samenstelling en leveranciersgegevens per partij staal. Dat kost nu weinig moeite en zorgt ervoor dat de gegevens die straks voor een productpaspoort nodig zijn, al beschikbaar zijn op het moment dat de eisen daadwerkelijk gaan gelden.
Waar dit op gebaseerd is
- Verordening (EU) 2024/1781 (ESPR), artikel 18 (prioritering en planning)
- Verordening (EU) 2024/1781 (ESPR), artikel 1 (onderwerp en toepassingsgebied)
De verordening zelf staat op EUR-Lex. Wij verwijzen per bewering; u hoeft ons niet te geloven.
Wat u concreet moet doen
Wat er van u wordt verwacht
Weten dat overgangsrecht een blinde vlek is in de huidige tekst
De ESPR zelf regelt in artikel 1 het onderwerp en de werkingssfeer van de verordening: welke producten onder het systeem kunnen vallen en dat de concrete verplichtingen per productgroep worden ingevuld via gedelegeerde handelingen. Artikel 18 beschrijft hoe de Commissie prioriteert welke productgroepen als eerste aan de beurt zijn en volgens welke planning dat gebeurt. Geen van beide artikelen zegt iets over de vraag wat er gebeurt met voorraad die vóór de ingangsdatum al geproduceerd, geïmporteerd of ingekocht is. Dat is geen omissie van dit platform, het is een leemte in de tekst zoals die er nu ligt: de overgangsbepalingen voor bestaande voorraad worden pas concreet in de gedelegeerde handeling per productgroep, en die is er voor ijzer en staal nog niet. Voor een bedrijf van 10 tot 100 medewerkers betekent dit praktisch dat elke uitspraak over "voorraad die er al ligt mag gewoon verkocht worden" of "moet ook een paspoort krijgen" op dit moment vooruitloopt op iets dat nog niet vastgesteld is.
Onderscheid maken tussen "op de markt brengen" en "in voorraad hebben"
Wat wel uit de systematiek van de ESPR valt af te leiden, is dat verplichtingen doorgaans aangrijpen bij het moment waarop een product op de markt wordt gebracht of in gebruik wordt gesteld, niet bij het moment van fabricage. Dat onderscheid is relevant voor voorraadbeheer: staal dat al in een magazijn ligt maar nog niet verkocht of geleverd is, zit qua status ergens tussen "geproduceerd" en "op de markt gebracht". Welke van die twee momenten bepalend wordt voor de verplichting tot een paspoort, staat pas vast zodra de gedelegeerde handeling voor staal is gepubliceerd. Een bedrijf kan intern al wel het onderscheid vastleggen tussen partijen die vóór en na een bepaalde datum zijn ingekocht, zodat die knip er ligt op het moment dat de regels wel duidelijk worden.
Herkomst en samenstelling van bestaande partijen niet verliezen
Onafhankelijk van hoe het overgangsrecht uitpakt, is het praktisch zinvol om van voorraad die er nu al ligt te weten waar die vandaan komt, welke samenstelling en eigenschappen de leverancier heeft opgegeven, en welke documentatie daarbij is meegeleverd. Dat is geen verplichting die uit artikel 1 of artikel 18 volgt, maar een voorwaarde om later, als er wel een paspoortplicht komt, niet met een berg ongedocumenteerd staal te blijven zitten. Wie zich afvraagt wat kan ik nu al doen terwijl de regels nog niet definitief zijn, vindt daar een aanpak die precies op dit punt aansluit: dossiervorming vooruitlopend op verplichte paspoorten.
Volgen wanneer de productgroep staal daadwerkelijk in de planning komt
Artikel 18 beschrijft de prioritering van productgroepen, en staal en ijzer worden genoemd als kandidaat voor een van de eerste gedelegeerde handelingen. Zolang die handeling niet gepubliceerd is, staat niet vast per wanneer verplichtingen gaan gelden, en dus ook niet of en hoe bestaande voorraad daarbinnen een uitzondering krijgt. Een bedrijf dat nu voorraad aanhoudt of opbouwt, doet er goed aan de publicatie van die handeling te volgen in plaats van op basis van aannames al maatregelen te nemen die achteraf overbodig of net verkeerd gericht blijken.
Waar het misgaat in de praktijk
Een handelsonderneming besluit uit voorzorg om alle bestaande voorraad versneld af te verkopen vóór een vermoedelijke ingangsdatum, gebaseerd op een datum die nog niet officieel is. Als die datum vervolgens verschuift, blijkt de haast onnodig geweest en zijn er mogelijk marges opgeofferd voor niets.
Een ander bedrijf gaat ervan uit dat voorraad die vóór de ingangsdatum is ingekocht automatisch is uitgesloten van de paspoortplicht, zonder dat hiervoor een tekst bestaat die dat bevestigt. Als de gedelegeerde handeling straks het moment van eerste verkoop aan de eindgebruiker als aangrijpingspunt neemt in plaats van het moment van inkoop, valt diezelfde voorraad alsnog onder de verplichting.
Een derde situatie: een metaalverwerker mengt oude en nieuwe partijen staal in één opslaglocatie zonder onderscheid te houden naar herkomst of inkoopdatum. Zodra er wel een verplichting komt, is niet meer te achterhalen welk deel van de voorraad onder het overgangsrecht valt en welk deel niet, met als gevolg dat de hele partij voorzichtigheidshalve als "nieuw" behandeld moet worden.
Een vierde: een bedrijf met meerdere vestigingen registreert voorraad op elke locatie anders, waardoor er geen centraal overzicht is van wat waar ligt en sinds wanneer. Wie zich afvraagt hoe regel ik het productpaspoort als ik meerdere vestigingen heb, stuit hier op een probleem dat al vóór de paspoortplicht zelf ontstaat: zonder centrale voorraadregistratie is er straks niets om op terug te vallen.
Een vijfde situatie: een bedrijf wacht passief af tot de verplichting officieel ingaat en heeft dan geen enkel dossier over de samenstelling van de voorraad die het al jaren aanhoudt, terwijl de oorspronkelijke leverancier inmiddels niet meer bestaat of niet meer reageert. De gegevens die nodig zijn om alsnog een paspoort samen te stellen, zijn dan niet meer te achterhalen.
Wat u kunt vastleggen
- Een overzicht per partij voorraad: inkoopdatum, leverancier, samenstelling en eventuele certificaten die bij levering zijn meegegeven.
- Een fysieke of administratieve scheiding tussen voorraad die vóór en na een vast te leggen peildatum is ingekocht, zodat een toekomstige knip in het overgangsrecht niet met terugwerkende kracht hoeft te worden uitgezocht.
- Een dossier per leverancier met de contactgegevens en technische documentatie die nodig zou zijn om, als het zover komt, een paspoort met terugwerkende kracht samen te stellen.
- Een interne afspraak over wie binnen het bedrijf de publicatie van de gedelegeerde handeling voor staal volgt en wanneer daarop actie volgt.
- Een aantekening bij oudere partijen als de oorspronkelijke leverancier niet meer traceerbaar is, zodat dit risico vooraf bekend is in plaats van pas bij een controle. Wie meer wil weten over wat daarbij ter sprake komt, leest wat vraagt een toezichthouder bij een controle op staal.
Deze vastlegging vervangt geen wettelijke verplichting, want die is er voor bestaande voorraad nog niet. Het is een manier om niet met lege handen te staan zodra de gedelegeerde handeling voor ijzer en staal wel duidelijkheid geeft over de positie van voorraad die er al ligt.
Dit is geen juridisch advies. Deze pagina geeft algemene informatie over de regelgeving waar dit platform over gaat. Wij kennen uw situatie niet. Bij twijfel over uw eigen geval raadpleegt u een jurist of de bevoegde toezichthouder.
Geschreven met AI op basis van de bronnen hierboven, gecontroleerd door een mens op 2026-08-22. Klopt er iets niet? Laat het weten — correcties krijgen voorrang.