ferropas.eu

Wat vraagt een toezichthouder bij een controle op staal?

Documenten en bewijs staan centraal

Een toezichthouder vraagt in de eerste plaats om documenten die laten zien dat een product aan de geldende eisen voldoet, niet om een fysieke test die hij zelf op de staalplaat uitvoert. Op basis van Verordening (EU) 2019/1020 kan een markttoezichtautoriteit een marktdeelnemer vragen om technische documentatie te tonen, om een verklaring van overeenstemming te overleggen, en om aan te geven wie de fabrikant, importeur of gemachtigde van een product is. Zodra het digitaal productpaspoort voor ijzer en staal van toepassing wordt, komt daar de vraag bij of de gegevens uit dat paspoort kloppen en volledig zijn. Het gaat dus niet om de vraag "is dit staal goed genoeg", maar om de vraag of de keten kan aantonen dat de juiste stappen zijn gezet en dat dit is vastgelegd op een manier die een buitenstaander kan controleren.

Voor wie dit wel en niet geldt

Deze vraag raakt in de eerste plaats de marktdeelnemers die de EU-wetgeving als verantwoordelijk aanwijst: fabrikanten, importeurs en gemachtigden. Voor een staalhandel of metaalverwerker die halffabricaten doorverkoopt zonder ze structureel te bewerken, gaat het vooral om de vraag of zij het paspoort en de bijbehorende documentatie kunnen doorgeven aan de volgende schakel, niet om de vraag of zij zelf die technische documentatie hebben opgesteld. Het opstellen daarvan is een taak die artikel 27 van de ESPR (Verordening (EU) 2024/1781) bij de fabrikant legt. Dit stuk gaat niet over de vraag of, en met welk bedrag, een toezichthouder een sanctie oplegt, en ook niet over hoe een specifieke autoriteit in een individueel geval zal oordelen — dat ligt bij de toezichthouder in kwestie en volgt niet uit de hier gebruikte bronnen.

Nog geen vaste datum voor staal

Voor ijzer en staal geldt op dit moment geen verplichting tot een digitaal productpaspoort, omdat de gedelegeerde handeling die de concrete eisen voor deze productgroep vaststelt nog niet is gepubliceerd. Volgens het werkplan van de ESPR voor 2025-2030 wordt een eerste gedelegeerde handeling in 2026 verwacht, met verplichtingen die daarna nog een periode van achttien maanden kennen voordat ze daadwerkelijk gelden. Een vaste kalenderdatum staat dus nog niet vast; zodra de handeling is gepubliceerd, wordt die datum hier vermeld. Tot die tijd blijft het algemene markttoezicht van Verordening (EU) 2019/1020 al wel van toepassing op producten die onder geharmoniseerde EU-wetgeving vallen — dat kader bestaat los van het productpaspoort en is al langer in werking.

Zo bereidt een onderneming zich voor

Wie met staal werkt, kan de volgorde aanhouden waarin een toezichthouder doorgaans vraagt. Eerst is het van belang om helder te hebben wie in de eigen keten verantwoordelijk is voor het opstellen van de technische documentatie en de verklaring van overeenstemming — dat is meestal de fabrikant of importeur, niet de tussenhandel. Daarna is het nuttig om te weten waar die documenten worden bewaard en hoe snel ze binnen de eigen organisatie boven water komen. Vervolgens speelt de vraag of de herkomst van het materiaal — fabrikant, importeur, partij of batch — traceerbaar is vastgelegd; dat gebeurt straks formeel via het productpaspoort, maar nu vaak al via facturen, certificaten en leveranciersverklaringen. Tot slot is het praktisch om vooraf te bepalen wie binnen de organisatie het aanspreekpunt is wanneer een toezichthouder informatie opvraagt, zodat een verzoek niet onbeantwoord blijft liggen.

Basis in markttoezichtverordening en ESPR artikel 27

Dit beeld volgt uit twee bronnen die naast elkaar bestaan. Verordening (EU) 2019/1020 regelt het algemene markttoezicht op producten binnen de EU en geeft toezichthoudende autoriteiten de bevoegdheid om van marktdeelnemers documentatie en informatie te vragen waarmee de conformiteit van een product wordt aangetoond. Artikel 27 van de ESPR (Verordening (EU) 2024/1781) beschrijft daarnaast specifiek de verplichtingen van fabrikanten onder de ecodesignverordening, waaronder het opstellen en bewaren van technische documentatie, het aanleveren van gegevens voor het digitaal productpaspoort zodra dat van toepassing is, en het meewerken aan verzoeken van markttoezichtautoriteiten.

Wie nu al wil voorsorteren, brengt het beste in kaart welke documentatie over herkomst en samenstelling van staal al binnen de eigen keten aanwezig is, en wie daar iets aan kan toevoegen zodra de eisen voor het productpaspoort concreet worden. Voor de actuele stand van de gedelegeerde handeling en de precieze tekst van beide verordeningen blijft de officiële EUR-Lex-pagina de bron om te raadplegen.

Waar dit op gebaseerd is

De verordening zelf staat op EUR-Lex. Wij verwijzen per bewering; u hoeft ons niet te geloven.

Wat u concreet moet doen

Een controle door de markttoezichthouder verloopt in de praktijk niet als een onaangekondigde inval, maar als een verzoek om documenten en gegevens. De bevoegdheden daarvoor liggen vast in Verordening (EU) 2019/1020, die geldt voor productcontrole in de hele EU en niet alleen voor staal. Deze verordening regelt wat een toezichthouder mag opvragen, van wie, en wat een bedrijf beschikbaar moet houden. Voor het digitaal productpaspoort komt daar de invulling uit artikel 27 van de ESPR (Verordening (EU) 2024/1781) bij, die beschrijft welke verplichtingen bij de fabrikant liggen. Wat dat in de praktijk betekent voor een handelsonderneming of verwerker van staal, is vooral een kwestie van kunnen laten zien wat er al gedaan is.

Wat er van u wordt verwacht

Documentatie kunnen tonen op verzoek

Een toezichthouder vraagt in de eerste plaats om inzage: welke informatie hoort bij dit product, en is die te herleiden tot een concrete partij of levering. Verordening (EU) 2019/1020 geeft de toezichthouder de bevoegdheid om die informatie op te vragen bij de partij die verantwoordelijk is voor het product op de markt. Voor een bedrijf van 10 tot 100 medewerkers betekent dit vooral dat de administratie op orde moet zijn: niet alleen het paspoort zelf, maar ook de onderliggende gegevens waarmee dat paspoort is samengesteld. Wie dat proces nog moet inrichten, vindt een overzicht van de stappen in hoe pak ik het productpaspoort voor staal stap voor stap aan.

Herkomst en identiteit van het product aantonen

Een tweede terugkerend punt is de vraag of een product daadwerkelijk onder het digitaal productpaspoort valt, en zo ja, welke categorie en welke regels daarbij horen. Dat is niet voor elk halffabricaat vanzelfsprekend. De vraag of een specifieke partij staal binnen de reikwijdte valt, wordt behandeld in geldt het digitaal productpaspoort voor mijn staal. Een toezichthouder die deze vraag stelt, verwacht een onderbouwd antwoord, niet een aanname.

Toegankelijkheid van de QR-datadrager

Artikel 27 van de ESPR beschrijft dat de fabrikant verantwoordelijk is voor het beschikbaar houden van de productinformatie via de drager die aan het product is gekoppeld. Voor de praktijk betekent dit dat een toezichthouder kan vragen om de QR-code te scannen en te controleren of de gegevens kloppen en actueel zijn. Een beschadigde of onleesbare code is dan een praktisch probleem: wat daaraan te doen is, staat beschreven in wat moet ik doen als de qr code op mijn staal beschadigd is.

Actualiteit en juistheid van de gegevens

Het paspoort moet niet alleen bestaan, het moet ook kloppen op het moment van de controle. Een toezichthouder die gegevens vergelijkt met de fysieke partij staal, kijkt naar afwijkingen tussen wat er in het paspoort staat en wat er daadwerkelijk geleverd is. Voor een bedrijf met meerdere vestigingen is dit een extra aandachtspunt, omdat gegevens die op één locatie zijn samengesteld ook op andere locaties consistent moeten zijn; hoe dat te organiseren is, staat in hoe regel ik het productpaspoort als ik meerdere vestigingen heb.

Medewerking en tijdige reactie

Verordening (EU) 2019/1020 gaat ervan uit dat een bedrijf redelijk snel reageert op een verzoek om informatie. Dat vraagt om een interne route: wie is aanspreekpunt, wie kan de gegevens aanleveren, en is dat bij iedereen op de werkvloer bekend. Personeel dat met het paspoort werkt, moet ook weten wat er gebeurt als er een vraag van een toezichthouder binnenkomt; hoe dat te trainen is, staat in hoe train ik mijn personeel om met het productpaspoort te werken.

Waar het misgaat in de praktijk

Een eerste terugkerende situatie is dat het paspoort wel bestaat, maar dat niemand in het bedrijf precies weet waar de onderliggende gegevens vandaan komen. Als de toezichthouder vraagt naar de bron van een specifieke waarde, ontstaat dan vertraging, omdat eerst uitgezocht moet worden welke leverancier of afdeling die gegevens heeft aangeleverd.

Een tweede situatie is voorraad die al vóór de invoering van de regels is ingekocht of geproduceerd, en waarvoor geen paspoort is opgesteld. De vraag wat daarmee te doen staat, komt dan onvermijdelijk op tafel; een aanzet tot een antwoord staat in wat doe ik met voorraad staal die er al ligt als de regels ingaan.

Een derde situatie is een QR-code die niet meer scant, bijvoorbeeld door slijtage tijdens transport of opslag. Als dat pas tijdens een controle wordt ontdekt, is het te laat om het rustig te herstellen.

Een vierde situatie is dat verschillende vestigingen van hetzelfde bedrijf elk hun eigen werkwijze hebben ontwikkeld, waardoor het paspoort van dezelfde productgroep er per locatie anders uitziet. Dat valt op bij een toezichthouder die meerdere locaties van eenzelfde onderneming bezoekt.

Een vijfde situatie is dat een bedrijf ervan uitgaat dat de regels nog niet gelden omdat de definitieve datum nog niet vaststaat, en daardoor niets heeft voorbereid. Wat in die tussentijd wél te doen is, staat beschreven in wat kan ik nu al doen terwijl de regels nog niet definitief zijn.

Wat u kunt vastleggen

  • Een overzicht van welke productgroepen en partijen staal onder het digitaal productpaspoort vallen, en op basis van welke gegevens die beoordeling is gemaakt.
  • De herkomst van de gegevens die in elk paspoort zijn opgenomen: welke leverancier, welke interne afdeling, en op welk moment aangeleverd.
  • Een interne routebeschrijving voor het geval een toezichthouder om inzage vraagt: wie ontvangt het verzoek, wie levert de documentatie, binnen welke tijd.
  • Een controleprocedure voor de QR-datadrager, inclusief wat te doen bij beschadiging of onleesbaarheid.
  • Afspraken tussen vestigingen over een uniforme werkwijze, zeker als het paspoort op meerdere locaties wordt samengesteld of beheerd.
  • Een trainingsoverzicht van wie binnen het bedrijf is geïnstrueerd over het paspoort en de omgang met een controle.
  • Een testversie van het paspoort, opgesteld voordat de verplichting ingaat, om te zien of de gegevens en de datadrager aansluiten op wat een toezichthouder zou verwachten; hoe dat te organiseren is, staat in kan ik nu al een testversie van mijn productpaspoort laten maken.

Wat hier vastgelegd wordt, is niet bedoeld als juridische verdediging tegen een specifieke uitkomst van een controle, maar als een manier om op het moment dat er gevraagd wordt, snel en volledig te kunnen antwoorden.

Dit is geen juridisch advies. Deze pagina geeft algemene informatie over de regelgeving waar dit platform over gaat. Wij kennen uw situatie niet. Bij twijfel over uw eigen geval raadpleegt u een jurist of de bevoegde toezichthouder.

Geschreven met AI op basis van de bronnen hierboven, gecontroleerd door een mens op 2026-08-22. Klopt er iets niet? Laat het weten — correcties krijgen voorrang.