ferropas.eu

Hoe pak ik het productpaspoort voor staal stap voor stap aan?

Het paspoort ontstaat in vijf logische stappen

Het digitaal productpaspoort voor staal en ijzeren halffabricaten komt niet in één keer tot stand, maar bouwt zich op in een vaste volgorde. Eerst wordt duidelijk welke productgegevens relevant zijn en beschikbaar moeten zijn, dan wie die gegevens aanlevert, vervolgens hoe ze worden vastgelegd en gekoppeld aan een unieke identificatie, daarna hoe het paspoort toegankelijk wordt gemaakt via een gegevensdrager zoals een QR-code, en tot slot hoe het paspoort gedurende de vereiste periode beschikbaar blijft. Deze opbouw volgt rechtstreeks uit de manier waarop de ESPR het paspoort inricht: artikel 9 van Verordening (EU) 2024/1781 beschrijft wat een digitaal productpaspoort in algemene zin moet doen, en artikel 10 werkt uit aan welke technische en organisatorische eisen het moet voldoen. Voor staal en ijzer is er nog geen gedelegeerde handeling gepubliceerd die precies vastlegt welke gegevens in het paspoort moeten staan. De stappen hieronder beschrijven daarom de opbouw zoals die uit de ESPR zelf volgt, niet de exacte inhoud die pas met die handeling vaststaat.

Voor halffabricaten van ijzer en staal, niet voor elk product

Deze opbouw geldt voor producten die onder een gedelegeerde handeling van de ESPR vallen. Ijzer en staal staan op het werkplan van de Europese Commissie als productgroep waarvoor zo'n handeling wordt voorbereid, maar die handeling is er nog niet. Dat betekent dat de stappen hieronder een voorbereiding zijn op iets dat nog moet worden vastgesteld, niet een verplichting die nu al geldt voor staalhandel, metaalverwerkers of constructiebedrijven. Het gaat bovendien specifiek om het digitale paspoort zoals de ESPR dat beschrijft, niet om andere documentatie die in de staalketen al gebruikelijk is, zoals keuringscertificaten of conformiteitsverklaringen onder andere regelgeving. Die documenten kunnen straks input leveren voor het paspoort, maar zijn er geen vervanging van en worden er ook niet automatisch door vervangen.

Nog geen vaste datum, wel een vastliggend tijdpad

Er is nog geen datum vastgesteld waarop het digitaal productpaspoort voor staal verplicht wordt. Volgens het werkplan van de ESPR voor de periode 2025-2030 wordt de eerste gedelegeerde handeling in 2026 verwacht, waarna de verplichtingen achttien maanden later ingaan. Dit is een planning, geen vaststaande datum: zolang de gedelegeerde handeling voor ijzer en staal niet is gepubliceerd, geldt er voor deze productgroep geen verplichting op grond van artikel 9 of 10. Tot die tijd kan een bedrijf wel alvast bekijken welke gegevens over de eigen producten beschikbaar zijn en hoe die worden vastgelegd, zonder dat daar een wettelijke termijn aan hangt. Zodra de gedelegeerde handeling is gepubliceerd, wordt hier de datum vermeld.

Zo pak je de voorbereiding aan

De volgorde waarin een bedrijf dit in de praktijk oppakt, volgt de opbouw van de ESPR zelf. Eerst wordt in kaart gebracht welke productgegevens er al bestaan: herkomst en samenstelling van het materiaal, mechanische eigenschappen, gebruikte productieprocessen, bestaande certificaten en testresultaten. Daarna wordt bepaald wie in de keten verantwoordelijk is voor het aanleveren van die gegevens; dat kan de fabrikant zijn, maar bij ingevoerde producten ook de importeur. Vervolgens wordt gekeken hoe die gegevens worden samengebracht tot één paspoort met een unieke identificatie, zodat het paspoort aan één specifiek product of één specifieke partij is te koppelen. Daarna volgt de keuze voor een gegevensdrager, meestal een QR-code, die op of bij het product wordt aangebracht en die toegang geeft tot het paspoort. Tot slot wordt geregeld hoe het paspoort gedurende de vereiste periode bereikbaar blijft, ook als het product intussen van eigenaar wisselt of verder wordt verwerkt. Platforms die dit proces ondersteunen, zoals Ferropas, nemen doorgaans het samenstellen van het paspoort uit de aangeleverde gegevens, de hosting en het leveren van de gegevensdrager voor hun rekening, zodat een bedrijf zelf vooral verantwoordelijk blijft voor het aanleveren van juiste en volledige productinformatie.

De wettelijke basis: artikelen 9 en 10 van de ESPR

Artikel 9 van Verordening (EU) 2024/1781 legt vast dat voor producten die onder een gedelegeerde handeling vallen, een digitaal productpaspoort beschikbaar moet zijn, en beschrijft in algemene termen wat dat paspoort moet doen: informatie over het product toegankelijk maken voor de partijen die daar recht op hebben, gedurende de levensduur van het product. Artikel 10 werkt dit verder uit naar concrete eisen: het paspoort moet gekoppeld zijn aan een unieke productidentificatie, toegankelijk zijn via een gegevensdrager, voldoen aan eisen van interoperabiliteit met andere systemen, en beschikbaar blijven voor de partijen die volgens de regelgeving toegang moeten hebben. Beide artikelen laten de precieze inhoud – welke gegevens, in welk formaat, voor welke productcategorie – over aan de gedelegeerde handelingen die per productgroep worden vastgesteld. Voor ijzer en staal is die handeling er nog niet, wat betekent dat de stappen in dit artikel de structuur van de ESPR volgen, en niet de details die pas met de handeling voor staal concreet worden.

Wie nu al wil voorsorteren, kan het beste beginnen met het ordenen van de productgegevens die al beschikbaar zijn – herkomst, samenstelling, certificaten – zodat die op het moment dat de gedelegeerde handeling voor staal wordt gepubliceerd, snel om te zetten zijn naar een paspoort.

Waar dit op gebaseerd is

De verordening zelf staat op EUR-Lex. Wij verwijzen per bewering; u hoeft ons niet te geloven.

Wat u concreet moet doen

Een digitaal productpaspoort komt niet in één keer tot stand. Het is een keten van kleine, opeenvolgende beslissingen: wat moet erin, wie levert de gegevens, wie zet het paspoort klaar, en hoe komt de QR-code op het staal terecht. Wie deze stappen op volgorde zet, voorkomt dat er in de laatste maand voor de verplichting alles tegelijk moet gebeuren. Hieronder staat wat er in de meeste gevallen bij zo'n traject komt, gebaseerd op de artikelen 9 en 10 van de ESPR (Verordening (EU) 2024/1781), die vastleggen wat een digitaal productpaspoort moet bevatten en aan welke technische eisen het moet voldoen.

Wat er van u wordt verwacht

Vaststellen of het product onder de regeling valt

Niet elk stalen halffabricaat krijgt vanzelf een productpaspoort; dat wordt per productgroep uitgewerkt in gedelegeerde handelingen. Voor een bedrijf van 10 tot 100 medewerkers betekent dit praktisch dat de eerste stap niet "een paspoort maken" is, maar "uitzoeken welke producten in het assortiment straks onder de regeling vallen". Dat is een kwestie van de eigen productcatalogus naast de komende gedelegeerde handelingen leggen. Wie hier twijfelt, vindt een uitgebreidere toelichting op Geldt het digitaal productpaspoort voor mijn staal?.

Gegevens verzamelen bij de bron

Artikel 9 van de ESPR noemt productinformatie zoals herkomst, samenstelling en verwerkingskenmerken als onderdeel van het paspoort. Voor een handelsonderneming betekent dit dat de gegevens meestal niet zelf geproduceerd worden, maar aangeleverd moeten worden door de fabrikant of importeur. Praktisch is dit vaak de meest tijdrovende stap: nagaan welke leverancier welke gegevens al vastlegt, en welke ontbreken.

Het paspoort technisch laten samenstellen

Artikel 10 van de ESPR stelt eisen aan het formaat en de toegankelijkheid van het digitale paspoort: het moet leesbaar zijn via een dataveldstructuur die machines kunnen verwerken, niet alleen een PDF met tekst. Voor een middelgroot bedrijf betekent dit dat er een technische tussenstap nodig is tussen "de gegevens zijn er" en "het paspoort is klaar" — dat is precies het deel dat een platform als dit invult.

De QR-code aanbrengen en koppelen

Het paspoort moet via een datadrager, in de praktijk een QR-code, herleidbaar zijn tot het fysieke product. Dat vraagt een fysieke stap op de werkvloer: de code moet op het product, de verpakking of de begeleidende documentatie terechtkomen, en gekoppeld blijven aan de juiste partij staal. Bij grotere volumes of meerdere productielocaties is dit een logistieke vraag op zich; wie met meerdere vestigingen werkt, doet er goed aan deze koppeling per locatie apart te regelen.

Het paspoort tien jaar beschikbaar houden

Artikel 10 gaat ook in op de duur waarin een paspoort raadpleegbaar moet blijven. Dat is geen eenmalige actie maar een lopende verplichting: iemand moet erop toezien dat hosting, koppelingen en toegankelijkheid jarenlang blijven werken, ook als de leverancier van het paspoort ondertussen wisselt of het bedrijf zelf van systeem verandert.

Waar het misgaat in de praktijk

Een aantal situaties komt in de praktijk telkens terug.

De gegevens komen te laat binnen. Een fabrikant levert de samenstelling van een partij staal pas na verzending, terwijl het paspoort er al bij de aflevering had moeten zijn. Dit is vooral een keten-probleem: het paspoort kan niet eerder klaar zijn dan de gegevens waarop het is gebaseerd.

De QR-code wordt los van het product bewaard. Een sticker met code ligt in de administratie, maar is nooit op de balk of coil zelf aangebracht. Zodra het product de vestiging verlaat, is de koppeling tussen paspoort en fysiek product weg.

Niemand heeft geoefend met het proces vóór de eerste echte partij. Het eerste paspoort wordt in haast samengesteld, met foutjes die bij een rustige proefronde waren opgevallen. Een testtraject vooraf, zoals beschreven op Kan ik nu al een testversie van mijn productpaspoort laten maken, voorkomt dat de eerste keer meteen de belangrijkste keer is.

De QR-code raakt beschadigd tijdens transport of opslag, en er is geen procedure om die te vervangen zonder de onderliggende gegevens te verliezen. Zie hierover Wat moet ik doen als de QR-code op mijn staal beschadigd is.

Het personeel op de werkvloer weet niet wat er van hen verwacht wordt. Iemand die pakketten staal verzendklaar maakt, moet weten wanneer een QR-code aangebracht moet worden en bij wie hij terechtkan als de gegevens niet kloppen. Zonder training op de werkvloer ontstaat een fout niet bij het opstellen van het paspoort, maar bij de uitvoering ervan — zie Hoe train ik mijn personeel om met het productpaspoort te werken.

Wat u kunt vastleggen

Een aantal zaken is goed om vooraf op papier te zetten, ook al staat de definitieve verplichting nog niet vast:

  • Een overzicht van producten en productgroepen, met daarbij een inschatting of ze onder een toekomstige gedelegeerde handeling kunnen vallen.
  • Een lijst van leveranciers en de gegevens die zij (nog niet) aanleveren, zodat duidelijk is waar de keten nog een gat heeft.
  • Een interne afspraak over wie verantwoordelijk is voor het aanbrengen van de QR-code op de werkvloer, en wie bij een beschadigde code de vervanging regelt.
  • Een testrapport van een proefpaspoort, inclusief de fouten die daarbij naar boven kwamen en hoe die zijn opgelost.
  • Een trainingsoverzicht van wie op de werkvloer is geïnstrueerd, en wanneer.
  • Een kostenraming, zodat een toekomstige verplichting niet als financiële verrassing komt; een eerste indicatie staat op Wat kost een productpaspoort voor staal?.
  • Een check of er al een sectorstandaard is waarop aangesloten kan worden, te vinden via Is er al een branchestandaard voor het productpaspoort van staal.

Wie deze stukken al klaar heeft liggen, hoeft bij publicatie van de eerste gedelegeerde handeling niet vanaf nul te beginnen — alleen de laatste stappen van het traject moeten dan nog gezet worden.

Dit is geen juridisch advies. Deze pagina geeft algemene informatie over de regelgeving waar dit platform over gaat. Wij kennen uw situatie niet. Bij twijfel over uw eigen geval raadpleegt u een jurist of de bevoegde toezichthouder.

Geschreven met AI op basis van de bronnen hierboven, gecontroleerd door een mens op 2026-08-22. Klopt er iets niet? Laat het weten — correcties krijgen voorrang.