heb ik extra personeel nodig voor het productpaspoort of kan ik het uitbesteden
Extra personeel is meestal niet nodig, uitbesteden is toegestaan
Nee, de ESPR schrijft niet voor dat er iemand in dienst moet komen voor het digitaal productpaspoort. De verordening beschrijft welke gegevens in het paspoort moeten staan en hoe het toegankelijk moet zijn via een datadrager zoals een QR-code, maar zegt niets over wie dat werk binnen een bedrijf uitvoert of of dat een eigen medewerker moet zijn. Dat is een organisatorische keuze, geen wettelijke verplichting. Voor een klein of middelgroot bedrijf in de staalhandel of metaalverwerking betekent dit dat het samenstellen en beheren van het paspoort net zo goed door een extern platform of dienstverlener kan worden gedaan als door iemand op de eigen loonlijst.
Voor wie dit geldt, en voor wie niet
Deze vraag speelt vooral bij bedrijven die voor het eerst met het productpaspoort te maken krijgen: staalhandelaren, verwerkers en constructiebedrijven die halffabricaten van ijzer en staal inkopen, bewerken of doorverkopen. Wie zelf fabrikant of importeur is, draagt de verantwoordelijkheid voor de juistheid van de gegevens in het paspoort — zie ben ik importeur of fabrikant volgens de ESPR? voor de precieze afbakening daarvan. Die verantwoordelijkheid kan niet worden "uitbesteed" in de zin dat de aansprakelijkheid verdwijnt; wél kan het uitvoerende werk — data verzamelen, invoeren, hosten, de QR-code aanmaken — bij een derde partij worden neergelegd. Dat onderscheid is belangrijk: een dienstverlener kan het werk doen, maar wie verantwoordelijk is voor de juistheid van de gegevens, blijft de partij die volgens de ESPR als fabrikant, importeur of merkhouder wordt aangemerkt. Voor wie staal onder een eigen merk verkoopt, gelden overigens net iets andere uitgangspunten; dat staat beschreven bij verkopen onder eigen merk. Voor distributeurs en handelaren die geen fabrikant zijn, is de rol vaak beperkter — zie welke verplichtingen heeft een distributeur of handelaar van staal?.
De datum staat nog niet vast, dus ook de personeelsvraag nog niet concreet
Er is nog geen vastgestelde ingangsdatum voor de verplichting tot een digitaal productpaspoort voor ijzer en staal. Het ESPR-werkplan voorziet een eerste gedelegeerde handeling in 2026, met verplichtingen die daarna ingaan; de precieze datum wordt pas duidelijk zodra die gedelegeerde handeling is gepubliceerd. Tot die tijd is er geen wettelijke verplichting om personeel aan te nemen of een dienstverlener in te schakelen — er is simpelweg nog geen paspoort verplicht voor deze productgroep. Dat betekent niet dat er niets te doen is: de tijd tot de gedelegeerde handeling er is, kan worden gebruikt om te bepalen welke gegevens er straks nodig zijn en waar die vandaan moeten komen, zonder dat er al een deadline op staat.
Hoe dit in de praktijk wordt opgepakt
De eerste stap is nagaan welke rol het bedrijf zelf speelt: fabrikant, importeur, distributeur of merkhouder, want daaruit volgt wie verantwoordelijk is voor de inhoud van het paspoort. Is die rol duidelijk, dan is de volgende stap kijken welke gegevens al beschikbaar zijn — bijvoorbeeld bij de eigen fabrikant of leverancier — en welke nog verzameld moeten worden. Zit de fabrikant buiten de EU, dan is er een aparte vraag wie het paspoort dan mag samenstellen; dat staat toegelicht bij mijn fabrikant zit buiten de Europese Unie — wie regelt het productpaspoort dan?. Pas daarna wordt de keuze tussen zelf doen of uitbesteden relevant. Voor een bedrijf zonder eigen IT- of compliance-afdeling ligt uitbesteden vaak voor de hand: het samenstellen, tien jaar hosten en beheren van een paspoort en het leveren van de QR-datadrager is precies het soort herhaalbaar, technisch werk dat een platform efficiënter kan doen dan een eenmalige interne inrichting. Wie toch overweegt het intern te doen, moet er rekening mee houden dat het niet gaat om een eenmalige klus maar om een doorlopende verplichting: gegevens moeten actueel blijven en toegankelijk blijven, ook na een verkoop verderop in de keten. Wie via een webshop of marktplaats verkoopt, heeft daarbij nog een extra laag om rekening mee te houden; dat staat bij wat betekent het productpaspoort als ik staal via een online marktplaats verkoop?.
Waar dit uit blijkt: artikel 9 en 10 van de ESPR
Artikel 9 van de ESPR beschrijft het digitaal productpaspoort als instrument en wat het moet bevatten en ontsluiten; artikel 10 beschrijft de technische en inhoudelijke vereisten waaraan het paspoort moet voldoen. Beide artikelen richten zich op de inhoud, structuur en toegankelijkheid van het paspoort, en op wie er verantwoordelijk voor is dat het klopt — niet op de interne organisatie van het bedrijf dat die verantwoordelijkheid draagt. Er staat nergens in de verordening dat het samenstellen of beheren door eigen personeel moet gebeuren. De Europese Commissie bevestigt dit uitgangspunt in de algemene toelichting op de ecodesignverordening: de verplichting ligt bij de economische actor, niet bij een specifieke manier van uitvoeren.
Wie nu al wil voorsorteren, kan het beste beginnen met vaststellen welke rol het eigen bedrijf speelt in de keten — fabrikant, importeur, distributeur of merkhouder — en van daaruit bekijken welke gegevens al aanwezig zijn en welke nog georganiseerd moeten worden. Dat is werk dat los staat van de vraag of er straks een medewerker bij komt of een extern platform het paspoort verzorgt.
Waar dit op gebaseerd is
- Verordening (EU) 2024/1781 (ESPR), artikel 9 (digitaal productpaspoort)
- Verordening (EU) 2024/1781 (ESPR), artikel 10 (vereisten voor het digitale productpaspoort)
- Europese Commissie — verordening ecologisch ontwerp voor duurzame producten
De verordening zelf staat op EUR-Lex. Wij verwijzen per bewering; u hoeft ons niet te geloven.
Wat u concreet moet doen
Wat er van u wordt verwacht
De ESPR schrijft niet voor wie het werk rond het digitale productpaspoort moet uitvoeren en ook niet of daar een aparte functie of afdeling voor moet komen. Artikel 9 en artikel 10 van de ESPR (Verordening (EU) 2024/1781) beschrijven wat er in het paspoort moet staan en hoe het toegankelijk moet zijn, maar niet wie dat intern regelt. Dat betekent dat de vraag "moet ik iemand aannemen" geen vraag is die de verordening beantwoordt — het is een bedrijfsvoeringskeuze. Wat wel uit de regelgeving volgt, is een aantal taken die ergens moeten landen, bij een persoon, een team, of een externe partij.
Gegevens aanleveren en actueel houden
Het productpaspoort bestaat uit gegevens: samenstelling, herkomst, technische kenmerken, en bij staal ook zaken als de productieroute. Die gegevens ontstaan meestal al binnen het bedrijf, bij inkoop, kwaliteitscontrole of productie. Voor een bedrijf van 10 tot 100 medewerkers betekent dit meestal geen nieuwe functie, maar wel dat iemand — vaak degene die nu al de materiaalcertificaten beheert — een vast aanspreekpunt wordt voor die gegevens. Wie precies verantwoordelijk is voor het paspoort zelf, hangt af van de rol in de keten; Wie is verantwoordelijk voor het productpaspoort van staal? gaat daar verder op in.
Zorgen dat de QR-datadrager bij het product blijft
Artikel 10 van de ESPR (Verordening (EU) 2024/1781) stelt eisen aan de toegankelijkheid van het paspoort via een datadrager, in de praktijk een QR-code. Dat is een logistieke taak: de code moet op het product of de verpakking komen en daar blijven, ook als het materiaal wordt versneden, herverpakt of doorverkocht. Voor de meeste bedrijven in deze omvang past dit binnen bestaande verpakkings- of expeditieprocessen, eventueel met een kleine aanpassing van het etiketteersysteem. Een nieuwe medewerker is daar zelden voor nodig; een aanpassing van een bestaande werkinstructie meestal wel.
Beoordelen of gegevens van toeleveranciers kloppen
Wie staal doorverkoopt of verwerkt, ontvangt vaak al een paspoort of de onderliggende gegevens van de fabrikant of importeur. De taak die daarbij ontstaat is niet het maken van het paspoort, maar het controleren of wat binnenkomt aansluit bij wat wordt doorgegeven. Dat is een beoordelingstaak, geen productietaak, en kan prima worden belegd bij iemand die al inkoop- of kwaliteitsverantwoordelijkheid heeft. Voor bedrijven die zelf staal onder een eigen merk verkopen, verschuift dit beeld overigens; Ik verkoop staal onder mijn eigen merk — welke verplichtingen krijg ik? beschrijft wanneer dat een zwaardere rol met zich meebrengt.
Bewaren van de onderliggende documentatie
Het paspoort zelf wordt gehost — bij ons tien jaar — maar de documenten die aan de basis liggen (certificaten, verklaringen, correspondentie met de fabrikant) horen ergens in het eigen archief te blijven. Dat is geen nieuwe functie, wel een nieuwe archiefdiscipline: iets wat meestal wordt toegevoegd aan bestaande kwaliteitsprocedures in plaats van een apart takenpakket te worden.
Waar het misgaat in de praktijk
Een aantal situaties komt terug bij bedrijven die net beginnen met deze taakverdeling.
Niemand is eigenaar van het onderwerp. Het paspoort wordt gezien als "iets van de leverancier" of "iets van de klant die het vraagt", en blijft daardoor tussen afdelingen hangen zonder dat iemand de gegevens daadwerkelijk controleert.
De QR-code verdwijnt in het proces. Bij het versnijden van een partij staal naar kleinere eenheden gaat de koppeling met de datadrager verloren, omdat niemand in de werkinstructie heeft vastgelegd dat die moet worden overgenomen of opnieuw gegenereerd.
Er wordt een dure oplossing ingekocht voor een klein volume. Sommige bedrijven schaffen meteen software of externe dienstverlening aan voor een schaal die niet aansluit bij het eigen volume, terwijl uitbesteden van alleen de hosting en de datadrager — zoals via een platform als dit — vaak voldoende is.
De rol in de keten is niet scherp. Een handelaar die materiaal herverpakt of een nieuw artikelnummer geeft, denkt soms dat de verplichtingen van de fabrikant blijven liggen, terwijl de eigen rol daardoor kan verschuiven. Welke verplichtingen heeft een distributeur of handelaar van staal? beschrijft dat onderscheid.
Buiten de EU gevestigde fabrikanten worden niet meegenomen in de planning. Als het basismateriaal van buiten de EU komt, ontstaat soms onduidelijkheid over wie de gegevens aanlevert en wie ze controleert; dat leidt tot vertraging op het moment dat het paspoort daadwerkelijk nodig is. Mijn fabrikant zit buiten de EU — wie regelt het productpaspoort dan? gaat hier verder op in.
Wat u kunt vastleggen
- Een interne aanwijzing van wie het aanspreekpunt is voor paspoortgegevens — geen nieuwe functie, wel een duidelijke naam naast een bestaande rol.
- Een werkinstructie voor de omgang met de QR-datadrager bij versnijden, herverpakken of doorverkopen van materiaal.
- Een overzicht van welke gegevens van welke toeleverancier worden ontvangen, en wie die controleert voordat ze worden doorgegeven.
- Een archiefafspraak voor de onderliggende certificaten en verklaringen, gekoppeld aan de bewaartermijn die al voor kwaliteitsdocumentatie geldt.
- Een keuze tussen zelf beheren of uitbesteden van de hosting en datadrager, vastgelegd in een overeenkomst met de partij die dat verzorgt.
- Een korte notitie over de eigen rol in de keten — fabrikant, importeur, distributeur of verkoper onder eigen merk — als basis voor wie welke taak oppakt; die rolbepaling staat uitgebreider beschreven onder Ben ik importeur of fabrikant volgens de ESPR?
Deze vastleggingen maken het gemakkelijker om op een later moment te bepalen of het werk intern past bij bestaande functies, of dat uitbesteden — van gegevensbeheer, van hosting, of van beide — praktischer is. Dat is een keuze die per bedrijf verschilt en die niet uit de verordening zelf volgt.
Dit is geen juridisch advies. Deze pagina geeft algemene informatie over de regelgeving waar dit platform over gaat. Wij kennen uw situatie niet. Bij twijfel over uw eigen geval raadpleegt u een jurist of de bevoegde toezichthouder.
Geschreven met AI op basis van de bronnen hierboven, gecontroleerd door een mens op 2026-09-05. Klopt er iets niet? Laat het weten — correcties krijgen voorrang.