ferropas.eu

Wat gebeurt er met het paspoort als ik staal doorverwerk tot een ander product?

De informatie blijft, het paspoort van het staal niet automatisch

Wanneer staal wordt doorverwerkt tot een ander product, houdt het paspoort van dat staal in de praktijk op met zijn oorspronkelijke functie: het beschrijft immers een halffabricaat dat niet meer als zodanig bestaat. De gegevens uit dat paspoort verdwijnen echter niet zomaar. Artikel 38 van de ESPR verplicht actoren in de toeleveringsketen om productinformatie die relevant is voor de naleving van eisen, door te geven aan de volgende partij in de keten. Wie staal met een paspoort inkoopt en er een nieuw product van maakt — een profiel, een constructieonderdeel, een machineonderdeel — neemt daarmee gegevens over die vervolgens weer terug moeten komen in de informatie over het nieuwe product, voor zover dat nieuwe product zelf onder een paspoortverplichting valt.

Voor wie dit geldt en voor wat niet

Dit onderwerp speelt voor bedrijven die staal of ijzeren halffabricaten met een digitaal productpaspoort inkopen en er, door bewerking, een ander product van maken dat als zelfstandig product op de markt wordt gebracht. Het gaat dus om een verandering van productidentiteit: van plaat, profiel of staaf naar een herkenbaar eindproduct of een ander halffabricaat. Het geldt niet voor handelingen die het product niet wezenlijk veranderen, zoals opslag, transport of eenvoudig op maat zagen zonder dat er een ander product ontstaat — daarvoor blijft het bestaande paspoort in beginsel gewoon van toepassing, omdat het onderliggende product hetzelfde blijft. Het gaat hier ook niet over de vraag of het nieuwe product zélf een paspoort nodig heeft; dat hangt af van een aparte gedelegeerde handeling voor die productcategorie, en daar doet dit artikel geen uitspraak over.

Nog geen vaste datum, wel een vaste volgorde

Er is nog geen gepubliceerde gedelegeerde handeling voor ijzer en staal, en dus ook geen wettelijke verplichting die nu al bepaalt wat er met het paspoort gebeurt bij doorverwerking. Het ESPR-werkplan voor 2025-2030 noemt een eerste gedelegeerde handeling die in 2026 wordt verwacht, met verplichtingen die daarna nog een periode later ingaan; een exacte datum voor staal staat op dit moment niet vast. Tot de handeling er is, bestaat er voor staal geen wettelijke paspoortplicht — de doorgifte van gegevens zoals hierboven beschreven, is dus op dit moment nog geen afdwingbare verplichting, maar wel de lijn die uit artikel 38 volgt zodra de betreffende verplichtingen gaan gelden. Zodra de datum vaststaat, wordt die hier vermeld.

Hoe dit in de praktijk uitpakt

Voor wie staal met een paspoort doorverwerkt tot een ander product, is de eerste vraag of dat nieuwe product zelf binnen een productcategorie valt waarvoor een paspoortverplichting geldt of gaat gelden. Is dat het geval, dan is de tweede stap om na te gaan welke gegevens uit het paspoort van het ingekochte staal relevant zijn voor het nieuwe product — denk aan samenstelling, herkomst en eigenschappen die van belang zijn voor naleving van eisen die op het eindproduct rusten. Die gegevens vormen input voor het paspoort van het nieuwe product, ze worden niet automatisch "meegekopieerd". De derde stap is het bewaren van een verband tussen het oude en het nieuwe: de unieke identificatiecode die volgens artikel 12 aan elk paspoort hangt, is bedoeld om een product en de bijbehorende gegevens vindbaar te houden, en bij een nieuw product hoort in beginsel een eigen code die aansluit op het nieuwe paspoort. Wie deze route volgt, doet er verstandig aan om vast te leggen van welke leverancier en welk paspoort de gebruikte grondstof afkomstig was, ook als dat nu nog niet verplicht is — dat scheelt uitzoekwerk zodra de verplichtingen wel gaan gelden. Wie zelf geen actor is die het staal wezenlijk verandert, maar het slechts doorverkoopt of verwerkt zonder dat er een nieuw product ontstaat, hoeft zich met deze vraag niet bezig te houden; daarvoor blijft het bestaande paspoort van toepassing.

Waar dit op is gebaseerd: artikel 38 en artikel 12 ESPR

Artikel 38 van Verordening (EU) 2024/1781 (ESPR) regelt de verplichtingen van actoren in de toeleveringsketen, waaronder het doorgeven van productinformatie aan de volgende schakel en de vraag wanneer een actor door zijn eigen handelen verantwoordelijkheden overneemt die normaal bij de fabrikant liggen. Artikel 12 van dezelfde verordening regelt de unieke identificatiecode die aan een paspoort is gekoppeld en die producten en hun gegevens herleidbaar houdt. Samen vormen deze artikelen de basis voor de lijn dat gegevens uit een paspoort van een halffabricaat moeten worden doorgegeven wanneer dat halffabricaat wordt verwerkt tot een nieuw product, en dat dat nieuwe product waar nodig een eigen identificatie en eigen paspoort krijgt.

Wat te doen

Wie staal doorverwerkt tot een ander product, kan nu al de herkomstgegevens en paspoortinformatie van het ingekochte staal bewaren en koppelen aan het eigen inkoopdossier, ook zonder dat daar op dit moment een wettelijke plicht toe bestaat. Zodra de gedelegeerde handeling voor ijzer en staal is gepubliceerd en duidelijk is welke productcategorieën eronder vallen, is dat dossier het startpunt om te bepalen of het nieuwe product een eigen paspoort nodig heeft en welke gegevens daarin terugkomen. Voor de actuele stand van de regelgeving is de officiële tekst van de ESPR de vindplaats om te raadplegen.

Waar dit op gebaseerd is

De verordening zelf staat op EUR-Lex. Wij verwijzen per bewering; u hoeft ons niet te geloven.

Wat u concreet moet doen

Staal komt zelden bij de eindgebruiker terecht in de vorm waarin het de fabriek verlaat. Een plaat wordt gesneden, gewalst, gelast, gecoat of samengevoegd met andere materialen tot een nieuw product. Voor bedrijven die deze stap zetten, roept dat een praktische vraag op: blijft het paspoort van het ingekochte staal geldig, of ontstaat er een nieuwe verplichting zodra er een ander product uit ontstaat? Dit artikel beschrijft wat daarover uit de ESPR volgt.

Wat er van u wordt verwacht

Gegevens uit het paspoort van het basismateriaal doorgeven in de keten

Artikel 38 van de ESPR gaat over de verplichtingen van actoren in de toeleveringsketen. De strekking daarvan is dat wie een product met een paspoort ontvangt en het verwerkt tot iets anders, de relevante informatie niet zomaar laat verdwijnen. Voor een metaalverwerker betekent dit praktisch: de samenstelling, herkomst en andere kenmerken van het ingekochte staal blijven relevant voor het nieuwe product, ook als de vorm compleet is veranderd. Een constructiebedrijf dat platen inkoopt en er een balk of frame van maakt, geeft in feite de eigenschappen van het basismateriaal door aan wat het uiteindelijk aflevert. Welke gegevens precies moet u opvragen om dit goed te kunnen doen? Dat wordt beschreven op de pagina over welke gegevens u bij uw leverancier van staal opvraagt.

Beoordelen of het doorverwerkte product een eigen paspoort nodig heeft

Niet elk tussenproduct krijgt automatisch een eigen paspoort — dat hangt af van of het eindproduct zelf onder een productgroep valt waarvoor een paspoort verplicht is gesteld via een gedelegeerde handeling. Voor een bedrijf van 10 tot 100 medewerkers dat halffabricaten doorverwerkt, betekent dit dat er een onderscheid gemaakt moet worden tussen "ik verwerk staal dat al een paspoort heeft" en "ik maak een nieuw product waarvoor mogelijk een eigen paspoortplicht ontstaat". Dat onderscheid is niet altijd vanzelf duidelijk, en de regels hierover worden per productgroep afzonderlijk vastgesteld. Meer over hoe dat mechanisme werkt staat op de pagina over wat een gedelegeerde handeling is en waarom die bepaalt wat u moet doen.

De unieke identificatiecode meenemen of vervangen

Artikel 12 van de ESPR regelt de unieke identificatiecode die aan een product wordt gekoppeld. Bij doorverwerking ontstaat de vraag of de code van het basismateriaal nog bruikbaar is, of dat het nieuwe product een eigen code krijgt. Voor de praktijk is relevant dat een code is gekoppeld aan een product zoals dat op de markt wordt gebracht — een ingrijpende bewerking die tot een ander product leidt, ligt dan ook voor de hand als aanleiding voor een nieuwe code, terwijl een lichte bewerking (zoals op maat snijden zonder wezenlijke verandering) minder voor de hand liggend als zodanig wordt behandeld. Hier is nog geen scherpe grens gedefinieerd; dat maakt het samenvoegen van herkomstgegevens uit meerdere leveringen een punt van aandacht, zoals ook beschreven op de pagina over hoe u gegevens van verschillende leveranciers combineert in één paspoort.

Herleidbaarheid van de herkomst behouden

Ook als de vorm van het materiaal verandert, blijft de vraag waar het oorspronkelijke staal vandaan komt relevant — zeker wanneer een deel van de grondstof van buiten de EU is ingevoerd. Voor bedrijven die met meerdere herkomsten werken (deels EU-staal, deels import) is het van belang de herkomst per partij herleidbaar te houden, ook na verwerking. Wat daarbij speelt bij invoer van staal van buiten de EU wordt toegelicht op de pagina wat het productpaspoort betekent bij invoer van buiten de Europese Unie.

Waar het misgaat in de praktijk

Gegevens gaan verloren bij het mengen van partijen. Een verwerker koopt staal van twee leveranciers in, mengt de partijen in productie, en kan achteraf niet meer aangeven welk deel van het eindproduct van welke bron komt. Zonder registratie per partij is herleidbaarheid dan niet meer mogelijk.

Men neemt aan dat het paspoort "automatisch mee verhuist". Sommige bedrijven gaan ervan uit dat het paspoort van het ingekochte staal gewoon van toepassing blijft op het eindproduct, zonder te checken of het eindproduct een eigen paspoortplicht heeft of dat de gegevens een nieuwe vertaalslag nodig hebben.

Onduidelijkheid over wie welke informatie moet aanleveren. Bij een lange keten (fabrikant → handelaar → verwerker → eindproduct) is niet altijd vastgelegd wie welk deel van de gegevens doorgeeft. Dat leidt tot hiaten die pas opvallen wanneer het paspoort van het eindproduct moet worden samengesteld.

Coating, lassen of legeren verandert de samenstelling, maar dat wordt niet vastgelegd. Een bewerking die stoffen toevoegt (coating, oppervlaktebehandeling, verbinding met andere metalen) wijzigt de feitelijke samenstelling van het product. Als dat niet wordt geregistreerd, ontbreekt de basis om daar later een juist paspoort op te baseren.

Vertrouwen op mondelinge toezeggingen van de leverancier over herkomst. Wanneer de herkomst van het basismateriaal niet schriftelijk is vastgelegd, valt dat bij een latere controle niet meer te onderbouwen. Hoe u dit soort gegevens beoordeelt op juistheid, staat beschreven op de pagina over hoe u controleert of de gegevens van uw leverancier kloppen.

Wat u kunt vastleggen

  • Per ingekochte partij: het paspoort of de onderliggende gegevens van het basismateriaal, inclusief de unieke identificatiecode zoals bedoeld in artikel 12 van de ESPR.
  • Een registratie van welke partijen zijn samengevoegd of verwerkt tot welk eindproduct, zodat herleidbaarheid behouden blijft.
  • Vastlegging van bewerkingen die de samenstelling wijzigen (coating, legeren, lassen met ander materiaal) en het moment waarop deze zijn uitgevoerd.
  • Afspraken met leveranciers over welke gegevens worden aangeleverd bij levering, vastgelegd in het inkoopcontract — zie de toelichting over hoe u de levering van paspoortgegevens vastlegt in uw inkoopcontract.
  • Een overzicht van welke eindproducten mogelijk zelf onder een paspoortplicht vallen, te herzien zodra een gedelegeerde handeling voor de betreffende productgroep is gepubliceerd.
  • Documentatie van de herkomst van het materiaal, inclusief invoergegevens waar relevant, zodat deze bij een vraag achteraf beschikbaar is.

Dit is geen juridisch advies. Deze pagina geeft algemene informatie over de regelgeving waar dit platform over gaat. Wij kennen uw situatie niet. Bij twijfel over uw eigen geval raadpleegt u een jurist of de bevoegde toezichthouder.

Geschreven met AI op basis van de bronnen hierboven, gecontroleerd door een mens op 2026-08-22. Klopt er iets niet? Laat het weten — correcties krijgen voorrang.