Wat geldt er extra voor staal dat in de bouw wordt toegepast?
Bouwstaal valt onder de bouwproductenverordening, niet automatisch onder de ESPR
Staal dat wordt verwerkt in bouwproducten — wapeningsstaal, profielen, platen, buizen bedoeld voor constructies — valt in de eerste plaats onder Verordening (EU) 2024/3110, de bouwproductenverordening. Die verordening regelt al langer hoe bouwproducten op de markt komen, welke prestaties worden verklaard en, in de vernieuwde versie, ook welke duurzaamheidsinformatie daarbij hoort. De ESPR (Verordening (EU) 2024/1781) is het bredere kader voor ecologisch ontwerp van producten in het algemeen, en artikel 1 van die verordening beschrijft het onderwerp en de reikwijdte ervan — inclusief de manier waarop de ESPR zich verhoudt tot sectorspecifieke regelgeving zoals die voor bouwproducten. Voor staal dat als bouwproduct wordt verkocht, is dus niet gezegd dat automatisch dezelfde generieke ESPR-eisen gelden als voor staal dat voor andere toepassingen wordt gebruikt.
Voor wie en welk staal dit geldt — en welk niet
Dit onderscheid raakt vooral partijen die staal leveren of verwerken tot iets dat bestemd is om blijvend in een bouwwerk te worden ingebouwd: constructiestaal, wapeningsstaal, dakbedekking, gevelbeplating, stalen kozijnen en vergelijkbare producten. Zodra staal die bestemming heeft en als bouwproduct wordt verhandeld, is de bouwproductenverordening het aangrijpingspunt voor eisen over prestaties en, waar van toepassing, duurzaamheidsinformatie.
Dit geldt nadrukkelijk niet voor staal dat geen bouwproduct is in de zin van die verordening: staal voor machines, voertuigen, verpakkingen, gereedschap of andere niet-bouwtoepassingen volgt een ander spoor, mogelijk het generieke ESPR-traject zodra daarvoor productgroepspecifieke regels verschijnen. Het gaat dus niet om het materiaal "staal" op zich, maar om de bestemming en de manier waarop het product op de markt wordt gebracht. Halffabricaten die zowel voor bouw als voor andere sectoren kunnen worden ingezet, zitten in de praktijk in een grijs gebied totdat duidelijk is voor welk eindgebruik ze zijn bestemd.
Wanneer dit ingaat: nog geen vaste datum
Voor staal specifiek staat nog geen vaste ingangsdatum vast, noch onder de bouwproductenverordening, noch onder een eventueel ESPR-spoor voor staal buiten de bouw. Wat wel vaststaat: de ESPR werkt met een werkplan voor de periode 2025-2030, waarin de eerste gedelegeerde handelingen worden verwacht in 2026, met verplichtingen die daarna nog een periode van achttien maanden kennen voordat ze gaan gelden. Zodra een gedelegeerde handeling voor staal is gepubliceerd, wordt de datum hier vermeld. Voor bouwproducten loopt het traject onder Verordening (EU) 2024/3110 in beginsel apart daarvan, met eigen bepalingen over inwerkingtreding en overgang.
Tot die tijd verandert er voor lopende leveringen niets aan wat al gold: bestaande verplichtingen rond CE-markering, prestatieverklaringen en productinformatie onder de bouwproductenregels blijven het uitgangspunt, zonder dat daar al een digitaal productpaspoort of een generieke ESPR-verplichting voor staal aan is toegevoegd.
Wat dit voor de lezer betekent — stap voor stap
Voor wie staal levert of verwerkt in de bouw is de eerste vraag welk regime van toepassing is: wordt het staal als bouwproduct op de markt gebracht, of niet? Die vraag bepaalt of Verordening (EU) 2024/3110 het aangrijpingspunt is, of dat gekeken moet worden naar de generieke ESPR-lijn.
Een tweede stap is nagaan of het eigen product al onder bestaande CE-markering en prestatieverklaringen valt — dat is voor veel bouwstaal al langer de praktijk, en die verplichtingen blijven bestaan naast wat er later bijkomt. Een derde stap is het volgen van de publicatie van gedelegeerde handelingen: voor bouwproducten via het spoor van de bouwproductenverordening, voor eventuele generieke ecodesign-eisen via het ESPR-werkplan. Pas wanneer zo'n handeling is gepubliceerd, wordt duidelijk welke concrete informatie, en in welke vorm, moet worden meegeleverd. Tot die tijd is het vooral zaak om te weten in welk hokje het eigen product valt, zodat er niet onnodig vooruit wordt gewerkt op basis van eisen die nog niet bestaan, en niet te laat wordt gestart zodra ze er wel zijn.
Waar dit op is gebaseerd
Dit onderscheid volgt uit de opzet van Verordening (EU) 2024/3110, die specifiek bouwproducten reguleert, gelezen naast artikel 1 van Verordening (EU) 2024/1781 (ESPR), waarin het onderwerp en het toepassingsgebied van de ESPR staan omschreven — inclusief de plek van sectorspecifieke regelgeving daarbinnen. De precieze afbakening tussen beide regimes voor staal wordt pas volledig duidelijk zodra de bijbehorende gedelegeerde handelingen zijn gepubliceerd.
Wie nu al wil weten onder welk regime een specifiek staalproduct valt, kan het beste de tekst van Verordening (EU) 2024/3110 raadplegen voor de bouwkant en artikel 1 van de ESPR voor de afbakening met het generieke kader — de links naar beide staan hieronder. Deze pagina wordt bijgewerkt zodra er een gedelegeerde handeling voor staal verschijnt of een datum vaststaat.
Waar dit op gebaseerd is
- Verordening (EU) 2024/3110 (bouwproducten)
- Verordening (EU) 2024/1781 (ESPR), artikel 1 (onderwerp en toepassingsgebied)
De verordening zelf staat op EUR-Lex. Wij verwijzen per bewering; u hoeft ons niet te geloven.
Wat u concreet moet doen
Wat er van u wordt verwacht
Staal dat in de bouw terechtkomt, heeft in de praktijk met twee regelingen te maken die naast elkaar bestaan. Verordening (EU) 2024/3110 gaat over bouwproducten en regelt onder welke voorwaarden een product als balk, plaat of profiel op de markt komt en welke prestatieverklaring daarbij hoort. Verordening (EU) 2024/1781, de ESPR, regelt het digitale productpaspoort en de eisen aan duurzaamheid en informatie over het product zelf, los van de toepassing waarin het terechtkomt. Voor een bedrijf dat staal verhandelt of verwerkt voor de bouw betekent dit dat beide kaders tegelijk relevant kunnen zijn, en dat vraagt om helderheid over wie welk stuk regelt.
Bouwproduct-status vaststellen
Het uitgangspunt is dat staal dat bedoeld is om permanent in een bouwwerk te worden verwerkt, onder het toepassingsgebied van Verordening (EU) 2024/3110 valt. Dat raakt aan de prestatieverklaring en de CE-markering voor het bouwproduct, los van het productpaspoort. Voor een staalhandel of constructiebedrijf met 10 tot 100 medewerkers betekent dit praktisch dat er twee dossiers per product kunnen ontstaan: één met de bouwproducttechnische gegevens, één met de gegevens voor het digitale paspoort volgens de ESPR. Wie die twee dossiers los van elkaar beheert, loopt het risico dat gegevens uit elkaar gaan lopen zodra een specificatie wijzigt.
Herkomst en rol in de keten bepalen
Artikel 1 van de ESPR bepaalt het onderwerp en toepassingsgebied van de verordening, en daaruit volgt dat de verplichtingen verschillen naar de rol die een bedrijf in de keten heeft. Een staalhandel die profielen inkoopt bij een Europese fabrikant staat er anders voor dan een importeur die rechtstreeks van buiten de EU betrekt. Wie hierover twijfelt, kan de eigen positie toetsen aan de vraag ben ik importeur of fabrikant volgens de ESPR? Voor bedrijven die staal doorverkopen zonder het zelf te bewerken, is de vraag welke verplichtingen heeft een distributeur of handelaar van staal? relevant, want een handelaar heeft doorgaans een andere verantwoordelijkheid dan een fabrikant.
Gegevens aanleveren die kloppen met de bouwtoepassing
Voor staal dat in de bouw wordt toegepast, ligt er extra gewicht op de vraag of de gegevens in het paspoort aansluiten bij wat er in de prestatieverklaring van het bouwproduct staat. Een discrepantie tussen beide documenten is voor een afnemer — bijvoorbeeld een aannemer die het staal verwerkt — een signaal dat er iets niet klopt in de keten. Voor bedrijven die staal onder een eigen merknaam op de markt zetten, gelden hier aanvullende overwegingen; de pagina ik verkoop staal onder mijn eigen merk — welke verplichtingen krijg ik? gaat daar verder op in.
Traceerbaarheid door de keten heen behouden
Bouwstaal gaat vaak door meerdere handen: producent, handelaar, verwerker, aannemer. Bij elke overdracht moet de koppeling tussen het fysieke product en de bijbehorende gegevens intact blijven, zodat de QR-datadrager op de bouwplaats nog naar de juiste informatie verwijst. Voor bedrijven die met leveranciers buiten de EU werken, is dit een terugkerend punt; zie hierover mijn fabrikant zit buiten de Europese Unie — wie regelt het productpaspoort dan?
Waar het misgaat in de praktijk
Een aantal situaties komt in de bouwstaalketen geregeld terug:
- Een handelaar gaat ervan uit dat de CE-markering van het bouwproduct ook het digitale productpaspoort dekt, en ontdekt pas bij een controle dat het twee gescheiden verplichtingen zijn.
- Staal wordt versneden of bewerkt voordat het de bouwplaats bereikt, waarbij de partij die de bewerking uitvoert niet vastlegt of de oorspronkelijke productgegevens nog kloppen voor het bewerkte stuk.
- Een importeur van staalprofielen van buiten de EU levert wel een prestatieverklaring aan, maar heeft geen zicht op wie de gegevens voor het productpaspoort moet samenstellen.
- Bij een fusie van partijleveringen op de bouwplaats — verschillende charges staal die samen één bouwdeel vormen — raakt de koppeling tussen fysiek product en digitaal paspoort onduidelijk.
- Een constructiebedrijf verkoopt reststaal van een project door aan een andere partij, zonder dat er iemand heeft vastgelegd wie op dat moment verantwoordelijk is voor de juistheid van de gegevens.
Wat u kunt vastleggen
Voor bedrijven die staal voor de bouw verhandelen of verwerken, is het praktisch om onderstaande punten schriftelijk te beleggen:
- Wie in de organisatie verantwoordelijk is voor het bouwproductdossier (prestatieverklaring) en wie voor het digitale productpaspoort, inclusief een vaste afspraak over hoe die twee op elkaar aansluiten — zie ook wie is verantwoordelijk voor het productpaspoort van staal?
- Een overzicht per productlijn van de rol die het eigen bedrijf inneemt: fabrikant, importeur, distributeur of merkhouder.
- Afspraken met leveranciers over het moment waarop paspoortgegevens worden aangeleverd, en wat er gebeurt als een partij staal wordt bewerkt of samengevoegd voordat die de bouwplaats bereikt.
- Een vastgelegde procedure voor wat er gebeurt als gegevens in het paspoort niet overeenkomen met de prestatieverklaring van het bouwproduct, inclusief wie daarop wordt aangesproken — relevant in het licht van de vraag wie is aansprakelijk als er foute gegevens in het productpaspoort staan?
- Een keuze over of het samenstellen en beheren van paspoortgegevens intern wordt opgepakt of wordt uitbesteed, mede afhankelijk van de omvang van het productassortiment — zie heb ik extra personeel nodig voor het productpaspoort of kan ik het uitbesteden?
Deze punten leggen geen wettelijke verplichting vast die niet al uit de regelgeving volgt, maar zorgen ervoor dat binnen de organisatie duidelijk is wie welk deel van het dossier beheert — iets wat in een keten met meerdere schakels, zoals bij bouwstaal vaak het geval is, snel uit het oog verdwijnt.
Dit is geen juridisch advies. Deze pagina geeft algemene informatie over de regelgeving waar dit platform over gaat. Wij kennen uw situatie niet. Bij twijfel over uw eigen geval raadpleegt u een jurist of de bevoegde toezichthouder.
Geschreven met AI op basis van de bronnen hierboven, gecontroleerd door een mens op 2026-08-22. Klopt er iets niet? Laat het weten — correcties krijgen voorrang.