Welke legeringselementen moet ik melden?
Nog geen vaste lijst met legeringselementen
Welke legeringselementen straks precies gemeld moeten worden in het digitale productpaspoort van ijzer en staal, staat nog niet vast. De ESPR zelf (Verordening (EU) 2024/1781) legt het kader neer voor wat een productpaspoort in algemene zin moet kunnen bevatten, maar de concrete inhoud per productgroep — dus ook de vraag welke elementen zoals chroom, nikkel, molybdeen of koper gemeld moeten worden, en vanaf welk gehalte dat relevant wordt — komt in een aparte, productspecifieke gedelegeerde handeling. Voor ijzer en staal is die handeling er nog niet. Dat betekent niet dat er niets te zeggen is: de verordening geeft wel aan dat materiaalsamenstelling tot de mogelijke informatievereisten hoort, en zodra de gedelegeerde handeling voor deze productgroep is gepubliceerd, wordt die lijst hier concreet aangevuld.
Voor ijzer- en staalproducten, niet voor andere metalen
Deze vraag speelt specifiek voor halffabricaten van ijzer en staal — het werkterrein van dit platform. Andere metaalgroepen, zoals aluminium of koper, vallen onder hun eigen productspecifieke traject binnen de ESPR en kunnen op een ander moment en met andere inhoud aan bod komen. Ook belangrijk: de ESPR-artikelen 5 tot en met 7 gaan over het algemene systeem van ecologisch ontwerp en informatievereisten voor producten in het algemeen, niet over een kant-en-klare stoffenlijst voor staal. Wie op zoek is naar een concrete opsomming van elementen en drempelwaarden voor een specifieke staalsoort, vindt die dus niet in de verordening zelf, maar zal moeten wachten op de uitwerking die voor deze productgroep nog moet verschijnen.
Vastgesteld pas na de eerste gedelegeerde handeling
Een harde datum is er niet. Wat wel vaststaat, is de fasering die de Europese Commissie voor de ESPR heeft geschetst: in het werkplan voor de periode 2025-2030 wordt de eerste gedelegeerde handeling voor 2026 verwacht, met verplichtingen die daarna nog een periode van achttien maanden later ingaan. Of en wanneer dit specifiek voor ijzer en staal gebeurt, en welke elementen daarin worden opgenomen, is op dit moment niet met een gedelegeerde handeling onderbouwd. Tot die handeling er is, gelden voor legeringselementen in het digitale productpaspoort geen verplichte meldingseisen vanuit de ESPR. Zodra de tekst van de gedelegeerde handeling voor deze productgroep is gepubliceerd, wordt de datum en de inhoud hier bijgewerkt.
Wat nu al te doen is
Wie nu al met dit onderwerp bezig wil zijn, kan het beste bij de eigen documentatie beginnen. Fabrikanten en importeurs van ijzer- en staalproducten leggen de chemische samenstelling van een partij doorgaans al vast, omdat afnemers en normen daar nu al om vragen. Die bestaande gegevens vormen straks waarschijnlijk de basis voor wat in het digitale productpaspoort terechtkomt, ook al ligt de exacte set aan verplichte elementen nog niet vast. Het is dus zinvol om na te gaan welke samenstellingsgegevens al structureel worden vastgelegd en of die op een manier zijn opgeslagen die later eenvoudig te koppelen is aan een productpaspoort. Verder is het verstandig om de publicatie van de gedelegeerde handeling voor ijzer en staal in de gaten te houden, aangezien die zowel de inhoud (welke elementen, welke drempelwaarden) als het moment van verplichting zal bepalen. Tot die tijd is er geen reden om vooruit te lopen op een specifieke lijst die nog niet bestaat.
De basis: artikel 5 tot en met 7 en artikel 10 ESPR
Dat de precieze inhoud nog moet worden vastgesteld, volgt rechtstreeks uit de opzet van de verordening. De artikelen 5 tot en met 7 van de ESPR (Verordening (EU) 2024/1781) beschrijven de vereisten inzake ecologisch ontwerp en de manier waarop prestatie- en informatievereisten voor productgroepen tot stand komen: die worden per productgroep uitgewerkt, niet in de verordening zelf uitgeschreven. Artikel 10 van dezelfde verordening bepaalt vervolgens wat een digitaal productpaspoort moet bevatten, en verwijst daarbij naar de informatie die voortvloeit uit de toepasselijke gedelegeerde handeling voor de betreffende productgroep. Voor legeringselementen in ijzer en staal betekent dit dat de verplichting pas concreet wordt zodra die productspecifieke handeling er is — de ESPR zelf legt slechts het kader en de systematiek vast.
Wie nu al voorbereidingen wil treffen, doet er goed aan de eigen materiaaldocumentatie op orde te houden en deze pagina in de gaten te houden voor de update zodra de gedelegeerde handeling voor ijzer en staal is gepubliceerd — dan verschijnt hier de concrete lijst met elementen en de datum waarop de verplichting ingaat.
Waar dit op gebaseerd is
- Verordening (EU) 2024/1781 (ESPR), artikel 10 (vereisten voor het digitale productpaspoort)
- Verordening (EU) 2024/1781 (ESPR), artikelen 5 tot en met 7 (vereisten inzake ecologisch ontwerp, prestatie- en informatievereisten)
De verordening zelf staat op EUR-Lex. Wij verwijzen per bewering; u hoeft ons niet te geloven.
Wat u concreet moet doen
Wat er van u wordt verwacht
Samenstelling correct en volledig doorgeven
Artikel 7 van de ESPR (Verordening (EU) 2024/1781) noemt de materiaalsamenstelling als informatie die relevant kan zijn voor een productgroep. Voor staal en ijzer betekent dit in de praktijk dat de legeringselementen die de eigenschappen van het materiaal bepalen — denk aan chroom, nikkel, molybdeen, mangaan of vanadium — traceerbaar moeten zijn tot in het paspoort. Welke elementen precies gemeld worden en in welke vorm (percentage, bandbreedte, minimum/maximum), wordt per productgroep uitgewerkt in de gedelegeerde handeling die nog niet is gepubliceerd. Een bedrijf van 10 tot 100 medewerkers dat halffabricaten inkoopt of doorverwerkt, doet er praktisch aan om nu al te achterhalen bij welke schakel in de keten deze gegevens vandaan komen: bij de fabrikant, bij de importeur, of bij een eigen smelt- of legeerproces.
Aansluiten bij bestaande normen
Legeringselementen worden meestal al vermeld op basis van een staalnorm — een EN-norm bijvoorbeeld bepaalt welke elementen binnen welke marge aanwezig mogen zijn voor een bepaalde staalsoort. Artikel 7 vraagt om informatie die het mogelijk maakt de prestatie en samenstelling van het product te beoordelen; dat is in de praktijk vaak dezelfde informatie die al op een certificaat staat. Hoe die norm en de bijbehorende samenstelling precies worden vastgelegd, staat beschreven op de pagina over hoe staalsoort en norm vastgelegd worden in het productpaspoort.
Herleidbaarheid naar de bron van de gegevens
Artikel 10 van de ESPR stelt eisen aan de manier waarop informatie in het digitale productpaspoort wordt opgenomen: het moet gekoppeld zijn aan een specifiek product of productgroep en via de datadrager (de QR-code) toegankelijk zijn. Voor een bedrijf betekent dit dat de opgave van legeringselementen niet los mag staan van de rest van de partijgegevens — de samenstelling moet gekoppeld zijn aan de juiste smelt, coil of batch. Een bedrijf dat zelf materiaal mengt, bewerkt of verder legeert, doet er goed aan om na te gaan hoe die koppeling in de eigen administratie al dan niet bestaat.
Weten wat er al op een certificaat staat versus wat het paspoort vraagt
Een keuringscertificaat 3.1 bevat vaak al een chemische analyse met legeringselementen. Dat wil niet zeggen dat het paspoort automatisch hetzelfde format overneemt: het paspoort is een apart digitaal object met eigen eisen aan structuur en toegankelijkheid volgens artikel 10. Hoe een 3.1-certificaat zich verhoudt tot het paspoort, en waar de gegevens wel en niet één-op-één overlappen, staat toegelicht op de pagina over hoe een keuringscertificaat 3.1 zich verhoudt tot het productpaspoort.
Waar het misgaat in de praktijk
Een metaalverwerker koopt staal in van meerdere leveranciers en mengt dit voor eigen halffabricaten. De legeringssamenstelling van het eindproduct wordt dan een gemiddelde of een nieuwe waarde, maar de herkomstgegevens van de oorspronkelijke partijen raken in de administratie los van elkaar. Op het moment dat een paspoort moet worden samengesteld, is niet meer te herleiden welk deel van welke leverancier kwam.
Een handelsbedrijf verkoopt staal door zonder zelf te bewerken, en gaat ervan uit dat de gegevens van de fabrikant automatisch "meereizen". In de praktijk blijkt dat het certificaat wel wordt doorgestuurd, maar dat niemand controleert of de vermelde legeringselementen overeenkomen met de norm die op de paklijst staat.
Een constructiebedrijf ontvangt materiaal met een certificaat waarop een breed samengestelde legering staat vermeld (bijvoorbeeld een bandbreedte in plaats van een exacte waarde), en weet niet of het paspoort een exacte waarde, een bandbreedte, of allebei verwacht. Zonder duidelijkheid vanuit de gedelegeerde handeling wordt dit nu al met aannames ingevuld, wat tot inconsistenties leidt zodra de eisen wel vastliggen.
Een bedrijf beschouwt de precieze legeringsverhouding als een bedrijfsgeheim, omdat die verhouding het resultaat is van eigen procesontwikkeling. De vraag of en hoe zo'n samenstelling openbaar gemaakt moet worden in het paspoort, wordt dan pas laat gesteld, terwijl die vraag beter vooraf beantwoord kan worden — zie de toelichting over of bedrijfsgevoelige gegevens over staal openbaar gemaakt moeten worden.
Een importeur ontvangt materiaal van buiten de EU met een chemische analyse in een ander format dan gangbaar binnen de EU-normen, en twijfelt of dit format bruikbaar is voor het paspoort of eerst omgezet moet worden.
Wat u kunt vastleggen
- De chemische analyse per partij, smelt of batch, zoals die van de fabrikant of importeur ontvangen wordt — inclusief de norm waarop deze gebaseerd is.
- Een overzicht van welke legeringselementen standaard voorkomen in de staalsoorten die het bedrijf verwerkt of verhandelt, en in welke bandbreedte.
- De koppeling tussen keuringscertificaten 3.1 en de specifieke partijen die het bedrijf in- en verkoopt, zodat samenstelling en herkomst bij elkaar blijven.
- Een interne afspraak over wie binnen het bedrijf verantwoordelijk is voor het doorzetten van samenstellingsgegevens naar de volgende schakel in de keten.
- Documentatie over eventuele eigen bewerkingen (mengen, legeren, warmtebehandeling) die de oorspronkelijke samenstelling wijzigen, met een aantekening van het moment waarop dit gebeurt.
- Een notitie over welke gegevens als bedrijfsgevoelig worden beschouwd en waarom, zodat dit onderscheid al gemaakt is voordat een paspoort samengesteld moet worden.
Dit is geen juridisch advies. Deze pagina geeft algemene informatie over de regelgeving waar dit platform over gaat. Wij kennen uw situatie niet. Bij twijfel over uw eigen geval raadpleegt u een jurist of de bevoegde toezichthouder.
Geschreven met AI op basis van de bronnen hierboven, gecontroleerd door een mens op 2026-08-22. Klopt er iets niet? Laat het weten — correcties krijgen voorrang.