Welke gegevens komen er in het productpaspoort van staal?
Categorieën staan vast, exacte lijst voor staal nog niet
Het productpaspoort van staal bevat straks informatie over drie hoofdlijnen: identificatie van het product en de betrokken partijen, gegevens over materiaalsamenstelling en herkomst, en informatie die nodig is om het product te kunnen repareren, hergebruiken of recyclen. Dat volgt uit de algemene eisen die de ESPR aan elk digitaal productpaspoort stelt. Welke gegevens precies verplicht worden voor ijzeren en stalen halffabricaten, staat nog niet vast — dat wordt per productgroep uitgewerkt in een gedelegeerde handeling die er voor staal nog niet is. De ESPR geeft wel het kader waarbinnen die lijst tot stand komt, en dat kader is nu al te overzien.
Voor welke producten en welke informatie dit geldt
De ESPR is een kaderverordening: zij bepaalt hóe een digitaal productpaspoort eruitziet en welke soorten informatie erin thuishoren, maar niet welk specifiek gegeven voor welk product verplicht wordt. Die invulling gebeurt product voor product via gedelegeerde handelingen. Voor staal en ijzer is die invulling er nog niet. Dit betekent dat een handelaar of verwerker vandaag nog geen verplicht gegevensschema kan raadplegen voor een specifiek staalproduct — dat schema bestaat simpelweg nog niet. Wat wel al vaststaat, is het soort informatie dat de wetgever voor ogen heeft: gegevens over prestaties en duurzaamheid enerzijds (artikelen 5 tot en met 7 van de ESPR), en de manier waarop die gegevens toegankelijk worden gemaakt via het paspoort anderzijds (artikel 10 van de ESPR). Dat onderscheid is voor staal relevant, omdat de inhoud van het paspoort straks direct afhangt van de ecologisch-ontwerpeisen die voor staal worden vastgesteld — en die zijn er nog niet.
Wanneer de precieze gegevenslijst bekend wordt
Een datum voor de gedelegeerde handeling die de gegevens voor ijzer en staal vaststelt, is er nog niet. Wat wel vaststaat: de ESPR zelf is van kracht en beschrijft het proces waarlangs zulke handelingen tot stand komen — via de ecologisch-ontwerpeisen van de artikelen 5 tot en met 7 en de uitwerking daarvan in het paspoort volgens artikel 10. Tot het moment dat er voor staal een gedelegeerde handeling is vastgesteld, geldt er geen verplichte gegevenslijst voor dit product. Zodra die handeling er is, staat de inhoud van de gegevensset — en de datum waarop die verplicht wordt — hier vermeld.
Wat dit nu al betekent voor wie met staal werkt
Voor wie zich nu al wil voorbereiden, is het zinvol om te beginnen bij de gegevens die de ESPR steeds terug laat komen, ongeacht het productgroep: een eenduidige identificatie van het product en van de fabrikant of importeur, gegevens over de materiaalsamenstelling, en informatie die relevant is voor reparatie, hergebruik en recycling. Voor staal ligt het voor de hand dat dit concreet gaat om zaken als de legeringssamenstelling, het aandeel gerecycled materiaal, herkomst en productieroute, en eigenschappen die relevant zijn voor verdere verwerking — dat zijn immers de soorten informatie die artikel 7 van de ESPR noemt als basis voor informatievereisten. Een tweede stap is nagaan welke gegevens al vastliggen in bestaande documentatie, zoals conformiteitsverklaringen, materiaalcertificaten en keuringsrapporten: die vormen straks vermoedelijk de bouwstenen van het paspoort, ook al ligt de exacte indeling nog niet vast. Een derde stap is het op orde brengen van de traceerbaarheid in de eigen keten — wie levert wat, met welke herkomst — omdat het paspoort volgens artikel 10 van de ESPR nu juist bedoeld is om die keten inzichtelijk te maken voor afnemers en toezichthouders. Wachten met dit soort ordening tot de gedelegeerde handeling er is, betekent voor de meeste bedrijven een inhaalslag op het moment dat de verplichting wél ingaat.
Waar dit uit volgt: artikelen 5 tot en met 7 en artikel 10 van de ESPR
De algemene systematiek staat in Verordening (EU) 2024/1781 (ESPR). De artikelen 5 tot en met 7 beschrijven de vereisten inzake ecologisch ontwerp: prestatie-eisen en informatievereisten die per productgroep worden vastgesteld en die bepalen welke duurzaamheids- en circulariteitsgegevens relevant zijn. Artikel 10 van de ESPR beschrijft vervolgens de vereisten voor het digitale productpaspoort zelf: hoe de informatie uit die ecologisch-ontwerpeisen wordt vastgelegd, ontsloten en toegankelijk gemaakt, inclusief identificatie van product en marktdeelnemers. Samen vormen deze artikelen het kader waarbinnen de productspecifieke gedelegeerde handeling voor ijzer en staal moet worden opgesteld. Die handeling zelf, met de definitieve gegevenslijst voor staal, is er op dit moment nog niet.
Wie nu al wil starten, doet er verstandig aan de eigen materiaal-, herkomst- en certificeringsgegevens te inventariseren en te ordenen zoals hierboven beschreven, zodat die gegevens beschikbaar zijn zodra de gedelegeerde handeling voor staal verschijnt en de verplichting ingaat.
Waar dit op gebaseerd is
- Verordening (EU) 2024/1781 (ESPR), artikel 10 (vereisten voor het digitale productpaspoort)
- Verordening (EU) 2024/1781 (ESPR), artikelen 5 tot en met 7 (vereisten inzake ecologisch ontwerp, prestatie- en informatievereisten)
De verordening zelf staat op EUR-Lex. Wij verwijzen per bewering; u hoeft ons niet te geloven.
Wat u concreet moet doen
Wat er van u wordt verwacht
De ESPR zelf legt niet product voor product vast welke data-elementen in een paspoort moeten staan. Artikel 10 van Verordening (EU) 2024/1781 beschrijft de eisen waaraan het paspoort als systeem moet voldoen; de artikelen 5 tot en met 7 beschrijven de categorieën van prestatie- en informatievereisten die de basis vormen voor wat er uiteindelijk in komt. Voor staal wordt de concrete inhoud pas vastgesteld in een gedelegeerde handeling per productgroep. Wat nu al wel te zeggen is: welke soorten informatie in de wetstekst als bouwstenen worden genoemd, en hoe een staalbedrijf zich daarop kan voorbereiden.
Productidentificatie en materiaalsamenstelling
Een paspoort moet het product herleidbaar maken tot een specifieke partij of productielijn. Voor staal betekent dit praktisch: de staalsoort, de toegepaste norm, en de precieze samenstelling van legeringselementen. Een bedrijf van 10 tot 100 medewerkers dat halffabricaten verhandelt, doet er goed aan dit al bij binnenkomst van het materiaal te structureren, in plaats van het pas bij aflevering te reconstrueren. Hoe u dat inricht, staat beschreven bij hoe leg ik staalsoort en norm vast in het productpaspoort? en bij welke legeringselementen moet ik melden?.
Milieuprestatie-gegevens
Artikel 5 noemt onder meer klimaatverandering en hulpbronnengebruik als categorieën waarop prestatie-eisen kunnen worden gesteld. Voor staal ligt het voor de hand dat CO2-uitstoot per ton een terugkerend gegeven wordt, samen met het aandeel schroot in de smelt. Dit zijn geen losse getallen die achteraf worden ingevuld — ze volgen uit het productieproces en moeten dus tijdens productie worden vastgelegd, niet erna worden geschat. Zie hoe toon ik de CO2-uitstoot per ton staal aan? en hoe leg ik het aandeel schroot in de smelt vast?.
Herkomst van grondstoffen
Traceerbaarheid van grondstoffen komt terug als onderwerp binnen de informatievereisten van artikel 7. Voor staal raakt dit vooral de herkomst van ijzererts en de herkomst van eventueel gebruikt schroot. Een middelgroot bedrijf dat zelf geen erts verwerkt maar wel halffabricaten inkoopt, is hier afhankelijk van wat de fabrikant of importeur bovenaan de keten aanlevert — dat gegeven kan niet zelf worden verzonnen als de leverancier het niet doorgeeft. Meer hierover bij moet ik vastleggen waar het ijzererts vandaan komt in het paspoort.
Duurzaamheid en einde levensduur
Artikel 5 noemt ook duurzaamheid, herbruikbaarheid en recyclebaarheid als categorieën. Staal is in de kern goed recyclebaar, maar dat "aantonen" is iets anders dan het claimen. Er wordt gekeken naar wat feitelijk is vastgelegd over het proces, niet naar een algemene bewering over de eigenschappen van het materiaal als zodanig. Zie hoe moet ik aantonen dat mijn staal recyclebaar is voor het paspoort.
Verificatie en herkomst van de data
Artikel 10 stelt eisen aan de betrouwbaarheid van de gegevens in het paspoort: ze moeten kunnen worden herleid tot een bron en, waar relevant, tot een meetmethode. Voor staalbedrijven die al werken met keuringscertificaten, ligt hier een aansluitpunt: het certificaat 3.1 bevat al veel van de materiaaltechnische gegevens die ook in het paspoort thuishoren, maar de twee documenten zijn niet inwisselbaar. Zie hoe verhoudt een keuringscertificaat 3.1 zich tot het productpaspoort?.
Waar het misgaat in de praktijk
Een paar situaties die met enige regelmaat opduiken bij metaalverwerkers en constructiebedrijven die zich voorbereiden op het paspoort:
Gegevens worden achteraf gereconstrueerd. Productiegegevens over schrootaandeel of energieverbruik per smelt worden niet vastgelegd op het moment van productie, maar pas wanneer een klant om een paspoort vraagt. Op dat moment is een deel van de onderliggende data al niet meer terug te halen, of alleen bij benadering.
Certificaat en paspoort worden verward. Een keuringscertificaat 3.1 wordt aangeleverd in de veronderstelling dat dit hetzelfde soort informatie bevat als een paspoort. Beide documenten overlappen deels, maar het certificaat is niet gebouwd op de vereisten van artikel 10 en dekt niet automatisch de milieuprestatie-elementen die de ESPR beoogt.
Herkomstgegevens stoppen bij de eigen schakel. Een handelaar of verwerker legt vast wat er in het eigen bedrijf is gebeurd, maar heeft geen gegevens over de herkomst van erts of schroot verder terug in de keten. Zodra die informatie in het paspoort gevraagd wordt, ontbreekt een schakel die niet meer achteraf te reconstrueren is zonder medewerking van de leverancier.
Samenstelling wordt te grofmazig geregistreerd. Een staalsoort wordt genoteerd als typeaanduiding, zonder de onderliggende legeringselementen per gewichtspercentage vast te leggen. Zodra een preciezer gegeven nodig is dan de norm-typering, blijkt die informatie er niet los van te zijn.
Meetmethode wordt niet vastgelegd naast de waarde. Een CO2-waarde per ton staal wordt genoteerd zonder vermelding van de methode waarmee die is berekend. Een getal zonder methode is voor een paspoort van beperkte waarde, omdat de betrouwbaarheid van de waarde niet te beoordelen is.
Wat u kunt vastleggen
- Per productiepartij: staalsoort, toegepaste norm en volledige legeringssamenstelling.
- Herkomst van grondstoffen: aandeel schroot in de smelt, en waar bekend, herkomst van het gebruikte erts.
- Milieudata per partij of productielijn: CO2-uitstoot per ton, energieverbruik, en de methode waarmee deze zijn bepaald — zie ook volgens welke methode moet ik de waarden voor het paspoort meten?.
- Onderliggende bewijsstukken: keuringscertificaten, testrapporten en interne productieregistraties, gekoppeld aan de partij waarop ze betrekking hebben.
- Afspraken met leveranciers over welke gegevens zij aanleveren en in welke vorm, zodat herkomst- en samenstellingsgegevens niet bij de eigen schakel blijven steken.
- Een intern overzicht van welke gegevens al beschikbaar zijn en welke nog ontbreken, als voorbereiding op het moment dat de gedelegeerde handeling voor staal de definitieve lijst vastlegt.
Wij stellen voor abonnees sjablonen samen om deze gegevens per partij te structureren, zodat de overstap naar het paspoort een kwestie van aanleveren wordt in plaats van reconstrueren.
Dit is geen juridisch advies. Deze pagina geeft algemene informatie over de regelgeving waar dit platform over gaat. Wij kennen uw situatie niet. Bij twijfel over uw eigen geval raadpleegt u een jurist of de bevoegde toezichthouder.
Geschreven met AI op basis van de bronnen hierboven, gecontroleerd door een mens op 2026-08-22. Klopt er iets niet? Laat het weten — correcties krijgen voorrang.