ferropas.eu

Hoe toon ik de CO2-uitstoot per ton staal aan?

CBAM rekent nu al, het productpaspoort nog niet

De CO₂-uitstoot per ton staal aantonen loopt via twee gescheiden sporen, en welk spoor van toepassing is hangt af van wat er met het staal gebeurt. Wie ijzer of staal invoert vanuit een land buiten de EU, krijgt te maken met het koolstofgrenscorrectiemechanisme (CBAM, Verordening (EU) 2023/956): daarin is al een verplichting opgenomen om de ingebedde emissies per ton te berekenen en te rapporteren, volgens een methode die in die verordening staat. Wie staal binnen de EU verhandelt of verwerkt en straks een digitaal productpaspoort moet leveren onder de ESPR, wacht op een andere methode: die voor het productpaspoort zelf, die per productgroep nog moet worden vastgesteld via een gedelegeerde handeling (artikel 39 van Verordening (EU) 2024/1781). Er is dus geen gedeelde rekenmethode die voor beide doelen tegelijk werkt — een CBAM-berekening is niet automatisch geschikt of voldoende voor het productpaspoort, en andersom.

Voor wie dit geldt, en waarvoor niet

CBAM raakt de importeur: degene die ijzer, staal of bepaalde afgeleide producten van buiten de EU de Unie binnenbrengt, is degene bij wie de rapportageverplichting voor ingebedde emissies ligt. De verordening richt zich op die invoerhandeling, niet op staal dat al binnen de EU is geproduceerd of dat binnen de EU van eigenaar wisselt zonder grensoverschrijding van buiten de Unie. Voor staalhandelaren, metaalverwerkers en constructiebedrijven die binnen de EU inkopen, is CBAM dus in de regel niet het relevante kader voor hun eigen inkoop — tenzij zij zelf de importeur zijn.

Het digitale productpaspoort onder de ESPR werkt andersom: dat paspoort gaat over het product zelf, ongeacht waar het is geproduceerd, en is bedoeld om gegevens over onder meer milieuprestaties gedurende de levensduur van het product beschikbaar te maken voor de hele keten — fabrikant, handelaar, verwerker en uiteindelijke gebruiker. Of en hoe CO₂-uitstoot per ton daarin verplicht wordt opgenomen, en volgens welke rekenmethode, staat nog niet vast; dat volgt pas uit de gedelegeerde handeling voor de productgroep ijzer en staal.

CBAM loopt al, de methode voor het paspoort nog niet

Voor CBAM geldt dat de verplichting tot het berekenen en rapporteren van ingebedde emissies al uit de verordening zelf volgt; de precieze rekenregels staan daarin uitgewerkt. Voor het digitale productpaspoort van ijzer en staal onder de ESPR ligt dat anders: artikel 39 bepaalt dat test-, meet- en berekeningsmethoden per productgroep worden vastgesteld, en voor ijzer en staal is die gedelegeerde handeling er nog niet. Tot die handeling is gepubliceerd, is er voor het paspoort geen voorgeschreven manier om CO₂ per ton aan te tonen — wat niet wil zeggen dat er niets gedaan kan worden, maar wel dat een verplichte, geharmoniseerde methode voor het paspoort ontbreekt. Zodra die handeling verschijnt, wordt de datum en de inhoud hiervan op dit platform bijgewerkt.

Hoe dit in de praktijk wordt opgepakt

Wie te maken heeft met invoer van ijzer of staal van buiten de EU, kijkt eerst naar de CBAM-verordening zelf: daarin staat welke goederencodes onder de regeling vallen en welke rekenmethode voor ingebedde emissies moet worden gevolgd. Dat is het spoor waar nu al concrete verplichtingen liggen.

Wie staal binnen de EU verhandelt of verwerkt en zich voorbereidt op het productpaspoort, doet er verstandig aan om alvast te inventariseren welke CO₂-gegevens al beschikbaar zijn — bijvoorbeeld via de fabrikant, via bestaande milieuverklaringen, of via CBAM-gegevens als die er toch al zijn omdat het staal geïmporteerd is. Die gegevens kunnen later dienen als basis, ook al ligt de definitieve rekenmethode voor het paspoort nog niet vast. Het heeft geen zin om nu al een methode als definitief te bestempelen, omdat de gedelegeerde handeling die methode kan vastleggen op een manier die afwijkt van wat nu gangbaar is. Wat wel zin heeft, is de gegevens die er zijn ordelijk bijhouden, zodat ze bij publicatie van de methode snel kunnen worden omgezet naar wat het paspoort vraagt.

De basis: CBAM-verordening en artikel 39 ESPR

De verplichting om ingebedde emissies per ton te berekenen bij invoer van ijzer en staal volgt uit Verordening (EU) 2023/956, het koolstofgrenscorrectiemechanisme. De verplichting om per productgroep een test-, meet- en berekeningsmethode vast te stellen voor het digitale productpaspoort volgt uit artikel 39 van Verordening (EU) 2024/1781 (ESPR). Voor ijzer en staal is die laatste methode nog niet gepubliceerd; de CBAM-methode staat al wel in de verordening zelf.

Wie nu al met CO₂-rapportage voor staal te maken heeft via invoer, raadpleegt de CBAM-verordening voor de geldende rekenregels. Wie zich voorbereidt op het productpaspoort, houdt de bestaande CO₂-gegevens overzichtelijk bij en wacht de gedelegeerde handeling af — deze pagina wordt bijgewerkt zodra die er is.

Waar dit op gebaseerd is

De verordening zelf staat op EUR-Lex. Wij verwijzen per bewering; u hoeft ons niet te geloven.

Wat u concreet moet doen

CO₂-uitstoot per ton staal is een van de cijfers waar ondernemers in de staalhandel het meest tegen aanlopen: iedereen weet dat het cijfer ooit een vast onderdeel van het productpaspoort wordt, maar de rekenmethode die daarbij hoort ligt nog niet vast. Wat er inhoudelijk wél al gebeurt, is CBAM: bij invoer van staal uit landen buiten de EU wordt de CO₂-uitstoot per ton al opgevraagd en berekend, zij het voor een ander doel dan het productpaspoort. Die twee lijnen — CBAM nu, het paspoort straks — lopen deels parallel en dat is precies waar de verwarring ontstaat.

Wat er van u wordt verwacht

CO₂-gegevens aanleveren bij invoer (CBAM)

Voor staal dat van buiten de EU wordt ingevoerd, geldt onder Verordening (EU) 2023/956 (CBAM) dat de CO₂-uitstoot die bij de productie is vrijgekomen, wordt gerapporteerd en op termijn financieel wordt verrekend. Voor een bedrijf van 10 tot 100 medewerkers dat staal importeert, betekent dit in de praktijk dat er bij de leverancier buiten de EU gegevens over de embedded emissions worden opgevraagd, en dat deze gegevens worden vastgelegd per zending. Dit staat los van het productpaspoort: CBAM is een handelsinstrument aan de grens, het paspoort is een productgegevensdrager die met het staal meereist. Wat CBAM betekent voor de invoer van staal is daarom een aparte vraag, die wel raakt aan dezelfde onderliggende cijfers.

Een berekeningsmethode volgen zodra die vastligt

Voor het productpaspoort zelf geldt, op grond van artikel 39 van de ESPR (Verordening (EU) 2024/1781), dat waarden zoals CO₂-uitstoot per ton worden bepaald volgens een test-, meet- of berekeningsmethode die de Europese Commissie per productgroep vastlegt. Voor staal is die methode er nog niet. Dat betekent niet dat er niets te doen is: het betekent dat een bedrijf er verstandig aan doet om nu al te weten welke gegevens aan de basis van zo'n berekening liggen, zodat die niet achteraf herleid moeten worden. Denk aan het aandeel schroot, het type ovenproces, de herkomst van de energie. Wie nu al het aandeel schroot in de smelt vastlegt, heeft straks een belangrijk deel van het rekenwerk al liggen, want schrootaandeel is in de meeste bekende CO₂-methodieken voor staal een kernvariabele.

Onderscheid maken tussen scope 1, 2 en 3

Al zonder vaste methode is het praktisch waardevol om onderscheid te maken tussen de uitstoot van het eigen productieproces (scope 1 en 2) en de uitstoot die al in het ingekochte staal of erts zit (scope 3). Voor halffabrikaten die worden doorverwerkt, telt vooral de vraag mee wat er al aan CO₂-belasting in het ingekochte materiaal zit. Dat sluit aan op de vraag of herkomst van erts wordt vastgelegd in het paspoort, want de herkomst van de grondstof is vaak bepalend voor het CO₂-profiel — erts uit een hoogovenproces zit anders in elkaar dan schroot in een elektro-oven.

Gegevens herleidbaar houden naar de bron

Wat een berekeningsmethode ook wordt, de onderliggende cijfers moeten aantoonbaar ergens vandaan komen: een energiefactuur, een procesregistratie, een opgave van de leverancier. Een CO₂-cijfer dat niet herleidbaar is naar een bron, is in de praktijk niet houdbaar zodra een klant of toezichthouder ernaar vraagt.

Waar het misgaat in de praktijk

Een paar situaties komen terug bij bedrijven die met dit onderwerp aan de slag gaan:

  • CBAM-cijfers worden verward met paspoortcijfers. Een importeur denkt dat de CO₂-opgave die voor CBAM is gedaan, automatisch ook geldt voor het productpaspoort. De reikwijdte en het doel van beide regelingen verschillen, en de rekenmethode voor het paspoort ligt nog niet vast — een CBAM-cijfer een-op-een overnemen kan achteraf een verkeerde inschatting opleveren.
  • Er wordt een gemiddeld cijfer gebruikt in plaats van een cijfer per zending of partij. Een gemiddelde CO₂-waarde over een heel jaar productie zegt weinig over één specifieke coil of baar staal, terwijl het paspoort straks juist per product of partij gegevens verwacht.
  • Schrootaandeel wordt niet apart geregistreerd. Omdat schroot een grote invloed heeft op de CO₂-uitstoot per ton, is een ontbrekende of onnauwkeurige registratie van het schrootaandeel een van de meest voorkomende gaten in het dossier.
  • Leveranciers buiten de EU leveren geen onderliggende data. Bij import wordt soms alleen een eindcijfer ontvangen zonder onderbouwing. Zodra dat cijfer wordt gecontroleerd, is er niets om op terug te vallen.
  • Er wordt gewacht tot de methode er is voordat er iets wordt vastgelegd. Omdat de gedelegeerde handeling nog niet is gepubliceerd, stellen sommige bedrijven alle registratie uit. Dat betekent dat de basisgegevens van vóór die datum ontbreken zodra de methode wél van kracht wordt.

Wat u kunt vastleggen

  • Een overzicht per zending van de CO₂-gegevens die voor CBAM zijn opgegeven, inclusief de onderliggende bron van de leverancier.
  • Een registratie van het schrootaandeel per smelt of partij, te combineren met de vastlegging van het aandeel schroot in de smelt.
  • Een dossier per leverancier met het type productieproces (hoogoven, elektro-oven) en, indien bekend, de energiebron.
  • Facturen of registraties van energieverbruik per productielijn, als onderbouwing voor een toekomstige berekening.
  • Een aantekening bij elke partij over de herkomst van de grondstof, aansluitend op de vastlegging van de herkomst van ijzererts.
  • Een logboek van wijzigingen in productieproces of energiebron, zodat CO₂-cijfers achteraf aan de juiste periode gekoppeld kunnen worden.

Zodra de Europese Commissie de gedelegeerde handeling voor staal onder artikel 39 van de ESPR publiceert, volgt hier de rekenmethode en de datum waarop deze verplicht wordt.

Dit is geen juridisch advies. Deze pagina geeft algemene informatie over de regelgeving waar dit platform over gaat. Wij kennen uw situatie niet. Bij twijfel over uw eigen geval raadpleegt u een jurist of de bevoegde toezichthouder.

Geschreven met AI op basis van de bronnen hierboven, gecontroleerd door een mens op 2026-08-22. Klopt er iets niet? Laat het weten — correcties krijgen voorrang.