Wat betekent CBAM voor de invoer van staal?
CBAM raakt de invoer van staal uit niet-EU-landen
CBAM — het koolstofgrenscorrectiemechanisme — betekent dat wie staal en ijzer van buiten de EU invoert, verplichtingen krijgt rond de CO2-uitstoot die bij de productie van dat staal is vrijgekomen. Het gaat om een Europese regeling die de koolstofprijs die EU-producenten via het emissiehandelssysteem (ETS) betalen, ook laat gelden voor vergelijkbare producten die van buiten de EU binnenkomen. Voor staal en ijzer betekent dit concreet: eerst rapporteren over de ingebedde emissies van het ingevoerde product, en vanaf de definitieve fase ook financieel afrekenen via CBAM-certificaten. De regeling raakt dus niet de fabricage binnen de EU, maar specifiek de invoer van staal en ijzer van buiten de EU-douanegrens.
Voor wie dit geldt, en voor welk staal niet
CBAM geldt voor wie goederen uit bijlage I van Verordening (EU) 2023/956 invoert in het douanegebied van de EU — voor staal en ijzer betreft dat een reeks producten, van ruwe en halffabricaten tot bepaalde afgewerkte artikelen; de volledige lijst met douanecodes staat in die bijlage. Het raakt dus vooral importeurs, en niet zozeer de partijen die staal binnen de EU verhandelen of verwerken nadat het al is ingevoerd. Uitgezonderd zijn goederen die afkomstig zijn uit landen die zelf aan het EU-ETS deelnemen of een daaraan gekoppeld emissiehandelssysteem hebben, zoals IJsland, Liechtenstein, Noorwegen en Zwitserland (artikel 2 van de verordening). Ook zendingen van verwaarloosbare waarde vallen buiten de regeling. Wat CBAM niet doet: het vervangt geen douaneformaliteiten, het zegt niets over productveiligheid of materiaalkwaliteit, en het is een ander instrument dan het digitale productpaspoort — CBAM gaat over de koolstofvoetafdruk van invoer, niet over herkomst- of materiaalgegevens voor de hele levensduur van het product.
Vanaf 2026 volgt de verplichte aankoop van certificaten
Sinds 1 oktober 2023 loopt een overgangsperiode waarin alleen een rapportageverplichting geldt: wie onder bijlage I vallende goederen invoert, meldt per kwartaal de ingebedde emissies, zonder dat daar een financiële afdracht tegenover staat. Die overgangsperiode loopt tot en met 31 december 2025. Vanaf 1 januari 2026 gaat het definitieve systeem in: dan is invoer van de betreffende goederen voorbehouden aan geregistreerde "toegelaten CBAM-aangevers", en komt daar de verplichting bij om jaarlijks een CBAM-aangifte te doen en certificaten aan te kopen en in te leveren die overeenkomen met de ingebedde emissies (artikel 36 van de verordening). Tot die datum blijft het dus bij rapporteren; de financiële kant start met de overgang naar het definitieve systeem.
Wat dit voor de invoerpraktijk betekent
Wie staal of ijzer invoert dat onder bijlage I valt, doet er in de praktijk verstandig aan eerst na te gaan of de eigen productcodes daadwerkelijk in die bijlage voorkomen — niet elk staalproduct valt eronder, en de indeling loopt via de douanecodes, niet via een algemene omschrijving. Vervolgens is het van belang te weten of de emissiegegevens van de buitenlandse producent al beschikbaar zijn, want die gegevens vormen de basis van de rapportage en later van de certificaatverplichting; zonder cijfers van de fabrikant of exporteur is rapporteren lastig. Voor de periode vanaf 2026 is de status van toegelaten CBAM-aangever een voorwaarde om de betreffende goederen nog te mogen invoeren, wat vraagt om een aanvraag bij de bevoegde autoriteit ruim voordat de definitieve verplichtingen ingaan (artikel 4 en volgende van de verordening). Tot slot is het nuttig te volgen of het land van herkomst een eigen koolstofprijs kent, omdat een reeds betaalde koolstofprijs in mindering kan komen op de CBAM-verplichting.
De basis: Verordening (EU) 2023/956
Deze uitleg volgt rechtstreeks uit Verordening (EU) 2023/956 tot vaststelling van een koolstofgrenscorrectiemechanisme. De reikwijdte — welke goederen, waaronder ijzer en staal — staat in artikel 2 en bijlage I; de uitzondering voor bepaalde derde landen eveneens in artikel 2; de verplichting om als toegelaten CBAM-aangever geregistreerd te zijn staat in artikel 4 en de daarop volgende artikelen; en de overgang van de rapportageperiode naar het definitieve systeem met certificaten staat in artikel 36.
Wie nu al staal invoert dat onder bijlage I van deze verordening valt, kan het beste beginnen met het controleren van de eigen douanecodes tegen die bijlage en het opvragen van emissiegegevens bij de leverancier, zodat de kwartaalrapportage in de overgangsperiode op orde is en de aanvraag voor toegelaten CBAM-aangever tijdig kan worden voorbereid vóór het definitieve systeem ingaat. De volledige en actuele tekst van de verordening, inclusief bijlage I met de productcodes, staat bij de vindplaats onder dit artikel.
Waar dit op gebaseerd is
De verordening zelf staat op EUR-Lex. Wij verwijzen per bewering; u hoeft ons niet te geloven.
Wat u concreet moet doen
Wat er van u wordt verwacht
CBAM (Verordening (EU) 2023/956) raakt vooral bedrijven die staal van buiten de EU invoeren. Wie alleen binnen de EU handelt of verwerkt, merkt er indirect iets van — via de vraag van een toeleverancier of afnemer — maar de verplichtingen zelf liggen bij de importeur.
Nagaan of uw producten onder CBAM vallen
Ruwijzer, staal en veel halffabricaten daarvan staan op de goederenlijst van de verordening. Voor een bedrijf van 10 tot 100 medewerkers dat staal inkoopt buiten de EU betekent dit in de praktijk: per goederencode nagaan of die op de lijst voorkomt. Dat is geen inschatting op gevoel, maar een kwestie van de eigen inkooplijst langs de bijlage van de verordening leggen. Wie dit intern niet gedaan heeft, weet feitelijk niet of er een meldplicht speelt.
Gegevens verzamelen over ingevoerde tonnages en emissies
Voor CBAM-plichtige invoer wordt bijgehouden hoeveel materiaal is ingevoerd en welke broeikasgasemissies daaraan verbonden zijn — direct bij de productie en, waar van toepassing, indirect via energieverbruik. Deze gegevens komen doorgaans van de producent buiten de EU, niet uit een eigen meting. Voor een handelsbedrijf betekent dit dat de relatie met de buitenlandse leverancier verandert: er moet nu een emissiecijfer per ton komen, waar voorheen alleen een prijs en een certificaat van belang waren. Dat cijfer wordt vaak op een andere manier bepaald dan de CO2-waarden die in een Europees productpaspoort komen, en het is dan ook een aparte exercitie — zie voor die vergelijking hoe de CO2-uitstoot per ton staal wordt aangetoond.
Rapporteren via de daarvoor bestemde systematiek
De verordening voorziet in een rapportageverplichting voor CBAM-aangevers, met een overgangsperiode waarin vooral gegevens worden verzameld en gerapporteerd voordat er financiële verplichtingen bijkomen. Voor een middelgroot bedrijf betekent dit dat er iemand — intern of een douane-expediteur — de rapportage daadwerkelijk indient, en dat de onderliggende gegevens per zending herleidbaar en onderbouwd zijn. Dit is geen eenmalige actie maar een terugkerende cyclus, gekoppeld aan invoer.
Emissiegegevens onderbouwen richting de eigen keten
Waar een importeur emissiecijfers van een buitenlandse producent doorgeeft, wordt daarmee impliciet ook gevraagd of die cijfers kloppen en op welke methode ze zijn gebaseerd. Dat is een ander vraagstuk dan intern vaststellen volgens welke methode de waarden voor het paspoort worden gemeten, maar de twee onderwerpen raken elkaar: een importeur die straks ook onder de ESPR-verplichtingen voor het productpaspoort van staal valt, doet er goed aan dezelfde brongegevens te ordenen voor beide doeleinden in plaats van twee keer apart te vragen.
Waar het misgaat in de praktijk
De goederencode wordt niet gecontroleerd op de CBAM-lijst. Een bedrijf gaat ervan uit dat "gewoon staal inkopen" buiten de regeling valt, terwijl de specifieke code wel op de lijst staat. Dit komt vooral voor bij halffabricaten en bewerkte producten, waar de indeling minder vanzelfsprekend is dan bij ruw staal.
De buitenlandse leverancier levert geen (bruikbaar) emissiecijfer. Vooral kleinere producenten buiten de EU hebben deze gegevens niet standaard klaarliggen, of leveren een cijfer zonder onderbouwing. De importeur staat dan met een rapportageverplichting waarvoor de basisgegevens ontbreken.
Emissiegegevens en paspoortgegevens worden los van elkaar bijgehouden. Bedrijven die zowel CBAM-rapportage doen als straks een productpaspoort moeten samenstellen, bouwen vaak twee gescheiden dossiers op met deels dezelfde herkomstvragen. Dat kost dubbel werk en levert dubbel risico op inconsistentie.
Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen schroot- en ertsgebaseerde productie. Omdat de emissie-intensiteit van staal sterk verschilt naar productieroute, leidt het niet vastleggen van dat onderscheid tot een emissiecijfer dat niet aansluit bij de werkelijke herkomst van het materiaal. Dit raakt ook de vraag hoe het aandeel schroot in de smelt wordt vastgelegd, die voor de emissie-inschatting relevant is.
De rapportageplicht wordt bij één persoon neergelegd zonder vervanging. Bij bedrijven van deze omvang is de CBAM-rapportage vaak het werk van één inkoper of controller. Bij uitval of personeelswisseling ontstaat een gat in de rapportagecyclus, terwijl de verplichting doorloopt.
Wat u kunt vastleggen
- Een overzicht van goederencodes die het bedrijf invoert, met per code een aantekening of deze op de CBAM-goederenlijst voorkomt.
- Een vast format voor emissiegegevens per leverancier, zodat elke buitenlandse producent dezelfde gegevens in dezelfde vorm aanlevert — dit voorkomt dat elke zending een aparte uitzoekklus wordt.
- Correspondentie met de leverancier over de gebruikte productieroute (erts of schroot), als onderbouwing bij het emissiecijfer.
- Een interne verantwoordelijke met vervanger voor de periodieke rapportage, vastgelegd in een functieomschrijving of werkinstructie.
- Een aansluiting tussen CBAM-dossier en paspoortdossier voor materiaal dat onder beide regelingen valt, zodat brongegevens niet twee keer apart worden opgevraagd. Denk hierbij ook aan de vraag welke gegevens er in het productpaspoort van staal komen, zodat gegevens die toch al voor CBAM worden verzameld, niet later opnieuw bij de leverancier moeten worden nagevraagd.
- Een logboek van ingevoerde tonnages per kwartaal, als basis voor de periodieke rapportage en als controlemiddel bij afwijkingen.
Deze vastlegging is geen doel op zich, maar voorkomt dat de rapportageverplichting bij elke zending opnieuw vanaf nul wordt ingevuld.
Dit is geen juridisch advies. Deze pagina geeft algemene informatie over de regelgeving waar dit platform over gaat. Wij kennen uw situatie niet. Bij twijfel over uw eigen geval raadpleegt u een jurist of de bevoegde toezichthouder.
Geschreven met AI op basis van de bronnen hierboven, gecontroleerd door een mens op 2026-08-22. Klopt er iets niet? Laat het weten — correcties krijgen voorrang.