hoe moet ik aantonen dat mijn staal recyclebaar is voor het paspoort
Recyclebaarheid onderbouwen met een berekening, niet met een claim
Recyclebaarheid van staal toon je aan met een berekening op basis van erkende meet- en berekeningsmethoden, niet met een algemene bewering dat "staal recyclebaar is". Die bewering is op zichzelf waar — staal is een van de meest gerecyclede materialen ter wereld — maar het productpaspoort vraagt om een onderbouwd percentage of een onderbouwde indicator, gebaseerd op een methode die controleerbaar en herhaalbaar is. Zonder die onderbouwing staat er straks een getal in het paspoort dat niemand kan verifiëren, en dat is precies waar toezicht en afnemers naar gaan kijken.
Voor welk staal dit geldt, en wat er nog ontbreekt
Deze vraag speelt voor alle halffabricaten van ijzer en staal die onder een productpaspoort komen te vallen: profielen, platen, staven, coils en vergelijkbare producten. De verplichting om recyclebaarheid aan te tonen volgt uit de bredere ecologisch-ontwerpvereisten van de ESPR, maar de precieze indicator, de rekenmethode en de drempelwaarden voor staal specifiek zijn nog niet vastgelegd in een gedelegeerde handeling. Er is dus nog geen vaststaande formule waarmee een staalhandelaar of verwerker vandaag al kan uitrekenen "mijn product is X% recyclebaar volgens de officiële methode". Wat wel al vaststaat, is het kader waarbinnen die methode straks moet passen: geharmoniseerde, herhaalbare en controleerbare metingen. Dit onderscheid is belangrijk, want het betekent dat een leverancier die nu al cijfers over recyclebaarheid communiceert, dat doet op basis van eigen of sectorbrede aannames — niet op basis van een verplichte EU-methode die er nog niet is.
Wat vaststaat en wat nog moet worden vastgesteld
Er is nog geen datum waarop een specifieke rekenmethode voor recyclebaarheid van staal verplicht wordt. De ESPR zelf is van kracht, en het werkplan 2025-2030 voorziet in gedelegeerde handelingen die productgroepen zoals staal invullen — met een eerste handeling die wordt verwacht in 2026, gevolgd door verplichtingen die daarna nog een aanlooptijd kennen. Tot die gedelegeerde handeling er is, ontbreekt de concrete methode voor staal, en daarmee ook de precieze eisen aan wat een "aantoonbaar recyclebaar" percentage inhoudt. Zodra de handeling voor staal wordt gepubliceerd, komt die informatie hier te staan. Tot die tijd is er geen wettelijk voorgeschreven berekeningswijze om op te bouwen — wat er wel is, is de systematiek uit de ESPR zelf over hoe zulke methoden in het algemeen worden vastgesteld.
Hoe dit in de praktijk wordt opgepakt
De eerste stap is nagaan welke gegevens al beschikbaar zijn, ook zonder dat de definitieve methode bekend is. Recyclebaarheid van staal hangt samen met factoren die toch al relevant zijn voor het paspoort, zoals het aandeel schroot dat in de smelt is verwerkt en de zuiverheid van de legering. Wie die gegevens nu al vastlegt, bouwt een basis op waarmee later, zodra de officiële methode bekend is, relatief snel kan worden aangesloten. Voor dat schrootaandeel is het praktisch om nu al te kijken naar hoe het aandeel schroot in de smelt wordt vastgelegd, omdat die vastlegging waarschijnlijk een bouwsteen wordt voor een recyclebaarheidsindicator.
De tweede stap is onderscheid maken tussen recyclebaarheid en gerecycled gehalte — twee begrippen die vaak worden verward. Recyclebaarheid gaat over de mate waarin het product ná gebruik weer in de kringloop kan, gerecycled gehalte gaat over hoeveel gerecycled materiaal er al in zit. Voor staal is dat laatste vaak eenvoudiger te onderbouwen, omdat het rechtstreeks samenhangt met het productieproces en de herkomst van de grondstof. Een deel van die herkomstinformatie moet toch al worden vastgelegd, bijvoorbeeld voor wie moet nagaan hoe de herkomst van het ijzererts wordt vastgelegd.
De derde stap is de link naar het paspoort zelf leggen: welk veld gaat de recyclebaarheidsindicator innemen, en wie moet die kunnen inzien. Dat sluit aan bij de vraag welke gegevens er precies in het productpaspoort van staal komen, en bij de vraag wie die gegevens straks mag raadplegen — een afnemer, een toezichthouder, of alleen de eigen keten. Tot de definitieve methode bekend is, is het raadzaam om aannames en rekenwijzen die nu al worden gebruikt, goed te documenteren: welke norm is toegepast, welke bron is gebruikt voor het schrootaandeel, en op welke manier is het percentage berekend. Die documentatie is niet de wettelijke methode, maar wel het aantoonbare spoor dat nodig is zodra er wél een wettelijke methode komt.
De wettelijke basis: artikelen 5 tot en met 7, 10 en 39 van de ESPR
De verplichting om prestaties zoals recyclebaarheid aan te tonen volgt uit de ecologisch-ontwerpvereisten in de artikelen 5 tot en met 7 van de ESPR (Verordening (EU) 2024/1781), die bepalen dat producten moeten voldoen aan prestatie- en informatievereisten die per productgroep worden ingevuld. Artikel 10 van de ESPR regelt wat er in het digitale productpaspoort moet staan, waaronder informatie die relevant is voor circulariteit. Artikel 39 van de ESPR bepaalt dat metingen en berekeningen moeten gebeuren volgens methoden die betrouwbaar, nauwkeurig en herhaalbaar zijn — dat is het kader waarbinnen de nog te publiceren methode voor staal zal moeten passen. Voor wie op zoek is naar de bredere systematiek achter zulke berekeningen, geeft de pagina over de methode waarmee waarden voor het paspoort worden gemeten een aanvullend overzicht.
Wie nu al met dit onderwerp aan de slag wil, kan het beste beginnen met het op orde brengen van de eigen procesgegevens — schrootaandeel, legering, herkomst — zodat die gegevens klaarstaan zodra de gedelegeerde handeling voor staal een concrete rekenmethode voorschrijft.
Waar dit op gebaseerd is
- Verordening (EU) 2024/1781 (ESPR), artikel 10 (vereisten voor het digitale productpaspoort)
- Verordening (EU) 2024/1781 (ESPR), artikelen 5 tot en met 7 (vereisten inzake ecologisch ontwerp, prestatie- en informatievereisten)
- Verordening (EU) 2023/956 (koolstofgrenscorrectiemechanisme, CBAM)
- Verordening (EU) 2024/1781 (ESPR), artikel 39 (test-, meet- en berekeningsmethoden)
De verordening zelf staat op EUR-Lex. Wij verwijzen per bewering; u hoeft ons niet te geloven.
Wat u concreet moet doen
Wat er van u wordt verwacht
Recyclebaarheid is een van de onderwerpen waarbij de ESPR een vereiste stelt (de eigenschap moet aantoonbaar zijn) zonder tot in detail voor te schrijven hoe die aantoonbaarheid voor staal specifiek wordt ingevuld. Artikel 5 tot en met 7 van de ESPR (Verordening (EU) 2024/1781) benoemt recyclebaarheid als een van de productaspecten waarop ecologisch-ontwerpvereisten kunnen worden gesteld, en artikel 10 regelt dat de onderliggende informatie via het digitale productpaspoort toegankelijk moet zijn. Wat dat in de praktijk vraagt van een staalhandel of metaalverwerker, valt in een aantal onderdelen uiteen.
Onderbouwen dat het materiaal recyclebaar is
Voor staal als materiaalcategorie is recyclebaarheid doorgaans geen twijfelgeval — staal wordt al decennia grootschalig gerecycled via de schrootroute. Waar het om gaat in het paspoort is niet zozeer de vraag óf staal recyclebaar is, maar of de samenstelling van een specifiek product die recyclebaarheid niet ondermijnt. Legeringselementen, coatings en verbindingstechnieken kunnen de scheidbaarheid van het materiaal in de recyclingfase beïnvloeden. Een bedrijf dat halffabricaten samenstelt of bewerkt, doet er goed aan bij te houden welke legeringselementen zijn toegevoegd en welke oppervlaktebehandelingen zijn toegepast, omdat die gegevens de basis vormen voor een onderbouwde uitspraak over recyclebaarheid.
Aansluiten op de nog vast te stellen productregels
De concrete indicatoren, drempelwaarden of testmethoden voor recyclebaarheid van staal worden per productgroep uitgewerkt in gedelegeerde handelingen onder de ESPR. Zolang die productspecifieke regels niet zijn gepubliceerd, is er geen vastgestelde methode om aan te houden. Een bedrijf van 10 tot 100 medewerkers hoeft dus niet nu al een testrapport te laten opstellen voor iets waarvoor de meetmethode nog niet bestaat — maar het is wel verstandig om de eigen productinformatie zo te structureren dat die straks in het gevraagde format past.
Meten en berekenen volgens een erkende methode
Zodra er wel een methode is vastgesteld, bepaalt artikel 39 van de ESPR (Verordening (EU) 2024/1781) dat test-, meet- en berekeningsmethoden betrouwbaar, nauwkeurig en reproduceerbaar moeten zijn, en waar mogelijk aansluiten op geharmoniseerde normen. Dat betekent dat een eigen inschatting van recyclebaarheid — hoe redelijk ook — niet zomaar als onderbouwing voor het paspoort kan dienen zodra een erkende methode beschikbaar is. Meer over hoe die verplichting in het algemeen wordt ingevuld staat bij de vraag volgens welke methode de waarden voor het paspoort gemeten moeten worden.
Herleidbaarheid van de onderliggende gegevens
Recyclebaarheid van staal hangt mede af van de herkomst en samenstelling van de grondstof: schroot brengt andere overwegingen mee dan primair staal uit ertsroute. Bedrijven die zelf smelten of hersmelten, hebben daarom baat bij een vastgelegde koppeling tussen het aandeel schroot in de smelt en de uiteindelijke samenstelling van het halffabricaat. Zie hierover hoe het aandeel schroot in de smelt wordt vastgelegd. Voor bedrijven die staal invoeren speelt daarnaast een ander regime: CBAM (Verordening (EU) 2023/956) stelt eisen aan de rapportage van ingevoerd staal, los van de recyclebaarheidsvraag uit de ESPR — de twee verordeningen lopen naast elkaar en dienen niet met elkaar verward te worden.
Waar het misgaat in de praktijk
Een paar situaties komen in de praktijk regelmatig terug.
Een verwerker gebruikt een coating of lasverbinding die de scheidbaarheid van het materiaal in de recyclingfase beïnvloedt, zonder dat vast te leggen. Op het moment dat de recyclebaarheid van het eindproduct ter discussie staat, is niet meer te reconstrueren welke bewerking daaraan heeft bijgedragen.
Een handelsbedrijf neemt een claim over recyclebaarheid één op één over van de fabrikant, zonder te weten op welke productvariant die claim precies slaat. Bij halffabricaten die na inkoop nog bewerkt worden, kan de oorspronkelijke claim niet meer zonder meer gelden.
Een bedrijf wacht de definitieve productregels af en stelt intussen niets vast — met als gevolg dat de gegevens over legeringselementen, coatings en schrootaandeel niet systematisch zijn bijgehouden zodra die regels er wel zijn. Achteraf reconstrueren is dan aanzienlijk lastiger dan gaandeweg vastleggen.
Een importeur behandelt de CBAM-rapportage en de ESPR-informatie over recyclebaarheid als hetzelfde traject, terwijl het gaat om twee verordeningen met een ander doel: de ene gaat over koolstofkosten bij invoer, de andere over materiaaleigenschappen in het paspoort. Wie dat door elkaar laat lopen, loopt het risico dat geen van beide dossiers compleet is.
Een bedrijf onderbouwt recyclebaarheid met een eigen inschatting in plaats van een methode die aansluit op wat artikel 39 van de ESPR (Verordening (EU) 2024/1781) vraagt, en moet die onderbouwing later alsnog vervangen zodra een erkende methode van kracht wordt.
Wat u kunt vastleggen
- Een overzicht van de legeringselementen en coatings per productvariant, inclusief het effect daarvan op scheidbaarheid bij recycling, voor zover dat bekend is.
- De koppeling tussen staalsoort en toegepaste norm enerzijds en de recyclebaarheidsclaim anderzijds, zodat een claim herleidbaar blijft tot een specifieke productvariant.
- Gegevens over het aandeel schroot in de smelt, voor bedrijven die zelf smelten of hersmelten.
- Correspondentie of documentatie van de fabrikant of importeur waarop een recyclebaarheidsclaim is gebaseerd, inclusief de datum en de productvariant waarop die claim betrekking heeft.
- Een aantekening welke informatie nog ontbreekt zolang de productspecifieke regels voor staal niet zijn vastgesteld, zodat bij publicatie van de gedelegeerde handeling snel duidelijk is welke gegevens nog moeten worden aangevuld.
- Een dossier waarin CBAM-gerelateerde documentatie (Verordening (EU) 2023/956) gescheiden blijft van de ESPR-onderbouwing, om te voorkomen dat beide dossiers vermengd raken. Meer hierover bij wat CBAM betekent voor de invoer van staal.
Dit is geen juridisch advies. Deze pagina geeft algemene informatie over de regelgeving waar dit platform over gaat. Wij kennen uw situatie niet. Bij twijfel over uw eigen geval raadpleegt u een jurist of de bevoegde toezichthouder.
Geschreven met AI op basis van de bronnen hierboven, gecontroleerd door een mens op 2026-09-05. Klopt er iets niet? Laat het weten — correcties krijgen voorrang.