ferropas.eu

Hoe verhoudt een keuringscertificaat 3.1 zich tot het productpaspoort?

Een 3.1-certificaat is basismateriaal, geen paspoort

Een keuringscertificaat 3.1 is een kwaliteitsdocument van de fabrikant over een specifieke partij staal of ijzer; het digitale productpaspoort is iets anders en breder. Het certificaat bevestigt dat een product voldoet aan de bestelde specificatie, met de chemische samenstelling en mechanische eigenschappen die zijn vastgesteld door een keurder van de fabrikant zelf. Het productpaspoort dat de ESPR (Verordening (EU) 2024/1781) voor ogen heeft, is een digitaal dossier dat gedurende de hele levensduur van een product toegankelijk blijft en informatie bundelt over herkomst, samenstelling, reparatie, recyclebaarheid en meer — bedoeld voor iedereen in de keten, niet alleen voor de koper van die ene partij. Het certificaat is dus een van de mogelijke bronnen waarmee zo'n paspoort gevuld kan worden, maar het certificaat zelf is geen paspoort en vervangt het niet.

Voor wie dit relevant is, en voor wie niet

Dit onderscheid speelt voor iedere partij in de staalketen die gewend is te werken met keuringscertificaten — fabrikanten, importeurs, staalhandel en verwerkers die materiaal doorleveren met een 3.1- of vergelijkbaar certificaat. Voor hen verandert de vraag niet of zij een certificaat nodig hebben (dat blijft een kwestie van de handelsovereenkomst en de toepasselijke productnorm), maar wel wat er met de gegevens uit dat certificaat gebeurt zodra het productpaspoort verplicht wordt. Het gaat hier niet over de vraag of een 3.1-certificaat vervangen wordt door het paspoort, en ook niet over de vraag welke keuringsklasse (3.1, 3.2, of anders) voor een toepassing nodig is — dat blijft bepaald door de productnorm en de afspraak tussen partijen, niet door de ESPR. De ESPR regelt de informatievoorziening over het product, niet welke keuring voor welke toepassing verplicht is.

Nog geen vaste datum, wel een vaste route

Er is nog geen datum waarop het productpaspoort voor ijzer en staal verplicht wordt. De ESPR zelf is in werking, maar de concrete eisen per productgroep — waaronder ijzer en staal — worden per gedelegeerde handeling uitgewerkt en pas daarna geldt een verplichting. Tot die gedelegeerde handeling er is en de verplichting ingaat, blijft het keuringscertificaat 3.1 functioneren zoals het nu al doet: als bewijsstuk bij levering, op basis van de geldende productnorm en de afspraak tussen leverancier en afnemer. Zodra de datum wel vaststaat, wordt die hier vermeld.

Zo gebruik je het certificaat straks voor het paspoort

Wie nu al met 3.1-certificaten werkt, doet er goed aan de gegevens daarin overzichtelijk en digitaal beschikbaar te houden, want die vormen straks waarschijnlijk een deel van de brongegevens voor het paspoort. Concreet betekent dat: eerst het certificaat zelf op orde houden zoals de productnorm voorschrijft, want dat blijft de basis. Vervolgens is het zinvol om te kijken welke gegevens uit het certificaat — samenstelling, mechanische eigenschappen, herkomst van de partij, de gebruikte testmethode — ook relevant zijn voor het bredere paspoort, en die niet alleen op papier maar ook digitaal en gestructureerd vast te leggen. Daarna is het aan de partij die het paspoort samenstelt (bijvoorbeeld een platform als dit) om te bepalen welke certificaatgegevens in het paspoort terechtkomen en hoe die zich verhouden tot de eisen die de gedelegeerde handeling straks stelt. Voor de handel en verwerker zelf verandert er in de tussentijd niets aan de verplichting om een certificaat aan te vragen of te ontvangen — die blijft zoals die nu is geregeld tussen partijen.

De basis: artikel 10 en artikel 39 van de ESPR

Dat het productpaspoort een zelfstandig, digitaal en levensduurbreed informatiedossier is — en dus iets anders dan een keuringscertificaat — volgt uit artikel 10 van de ESPR, dat de vereisten voor het digitale productpaspoort vastlegt: hoe het toegankelijk moet zijn, wat voor soort informatie erin thuishoort en voor wie. Dat de onderliggende test-, meet- en berekeningsmethoden waarmee eigenschappen van een product worden vastgesteld — zoals ook gebeurt bij het opstellen van een keuringscertificaat — apart geregeld worden, volgt uit artikel 39 van de ESPR over test-, meet- en berekeningsmethoden. Die twee artikelen laten samen zien dat een certificaat en een paspoort verschillende functies hebben binnen hetzelfde systeem: het certificaat toont aan dát en hóe eigenschappen zijn gemeten, het paspoort ontsluit die en andere informatie voor de hele levensduur van het product.

Wie nu al met 3.1-certificaten werkt, kan het beste beginnen met het digitaal en gestructureerd bewaren van de certificaatgegevens per partij, zodat die later eenvoudig aan te leveren zijn zodra de verplichting voor het productpaspoort ingaat — en ondertussen de aankondiging van de eerste gedelegeerde handeling in de gaten houden voor de precieze eisen en de datum.

Waar dit op gebaseerd is

De verordening zelf staat op EUR-Lex. Wij verwijzen per bewering; u hoeft ons niet te geloven.

Wat u concreet moet doen

Wat er van u wordt verwacht

Het certificaat 3.1 blijft bestaan naast het paspoort

Een keuringscertificaat 3.1 (volgens NEN-EN 10204) is een document dat een onafhankelijke keuringsinstantie of de eigen kwaliteitsdienst van de fabrikant afgeeft over specifieke, herleidbare eigenschappen van een partij staal: chemische samenstelling, mechanische eigenschappen, warmtenummer. Het productpaspoort dat uit de ESPR voortvloeit is iets anders: een digitaal, doorlopend toegankelijk dossier met gegevens over het product gedurende de levenscyclus, zoals artikel 10 van de ESPR beschrijft. Het ene vervangt het andere niet. Voor een bedrijf van 10 tot 100 medewerkers betekent dit dat er straks twee informatiestromen naast elkaar lopen: de certificering die nu al gangbaar is in de staalhandel, en de paspoortgegevens die via een nieuw digitaal kanaal ontsloten worden. Beide vragen om een eigen dossieropbouw, ook al overlappen de onderliggende gegevens deels.

De herkomst van de waarden moet traceerbaar zijn

Artikel 39 van de ESPR stelt dat de test-, meet- en berekeningsmethoden die gebruikt worden om paspoortgegevens te onderbouwen, betrouwbaar, nauwkeurig en reproduceerbaar moeten zijn. Een certificaat 3.1 is precies zo'n onderbouwing: het is opgesteld volgens een erkende norm, door een partij die daarvoor bevoegd is. Praktisch betekent dit dat een bedrijf dat een certificaat 3.1 ontvangt van een leverancier, dit certificaat kan gebruiken als bewijsstuk achter een paspoortwaarde — maar dat vraagt wel om een bewuste koppeling. Het certificaat zelf verschijnt niet automatisch in het paspoort; iemand moet vastleggen welke paspoortwaarde op welk certificaat is gebaseerd. Hoe die meetmethoden er precies uitzien, staat beschreven op de pagina over de methode waarmee de waarden voor het paspoort gemeten moeten worden.

Eén paspoort kan op meerdere charges berusten

Een partij staal die het bedrijf verkoopt, bestaat in de praktijk vaak uit meerdere warmtenummers of charges, elk met een eigen certificaat 3.1. Het paspoort daarentegen hoort bij een product of een productgroep. Dat roept de vraag op hoever de herleidbaarheid moet gaan: naar de individuele charge, of naar een gemiddelde of representatieve waarde voor de partij. Dit is een van de punten waar de gedelegeerde handeling voor staal nog invulling aan moet geven; op dit moment is er geen vastgestelde regel over hoe charge-niveau en paspoort-niveau zich tot elkaar verhouden. Voor de dagelijkse praktijk is het wel raadzaam om per charge te kunnen aantonen welk certificaat erbij hoort, ook wanneer het paspoort straks op een hoger aggregatieniveau wordt opgesteld.

Certificaatgegevens en paspoortgegevens dienen een ander doel

Een certificaat 3.1 is in de eerste plaats bedoeld om aan te tonen dat een partij staal voldoet aan een bestelde specificatie — het is een kwaliteitsdocument tussen leverancier en afnemer. Het productpaspoort is breder: het gaat ook over duurzaamheidsinformatie, herkomst en recyclebaarheid, gericht op transparantie in de hele keten en richting eindgebruikers. Welke gegevens dat paspoort precies moet bevatten, staat beschreven op de pagina over welke gegevens er in het productpaspoort van staal komen. Voor een middelgroot bedrijf betekent dit dat het certificaat 3.1 niet zomaar "opgeschaald" kan worden tot paspoort — er komt aanvullende informatie bij die het certificaat nooit heeft bevat, zoals gegevens over de CO2-uitstoot of het aandeel schroot in de smelt.

Waar het misgaat in de praktijk

Een handelsonderneming ontvangt van de fabrikant een certificaat 3.1 bij een partij plaatstaal, maar bewaart dit los van de administratie die straks nodig is om paspoortgegevens aan te leveren aan een volgende afnemer. Wanneer die afnemer om onderbouwing vraagt van een paspoortwaarde, moet er handmatig gezocht worden naar het juiste certificaat bij de juiste charge.

Een constructiebedrijf gaat ervan uit dat een certificaat 3.1 automatisch "voldoende" is voor het paspoort, omdat het een erkend keuringsdocument is. Het certificaat onderbouwt echter alleen de eigenschappen die erop staan — mechanische en chemische waarden — niet de duurzaamheidsgegevens die het paspoort ook vraagt.

Een metaalverwerker splitst een partij staal op in kleinere leveringen aan verschillende klanten, zonder het bijbehorende certificaat 3.1 consequent te koppelen aan elke deellevering. Bij een latere vraag om herleidbaarheid ontbreekt het verband tussen de deellevering en het oorspronkelijke certificaat.

Een bedrijf bewaart certificaten 3.1 alleen op papier of als losse PDF in de mailbox van de inkoper, zonder gestructureerde koppeling aan het artikelnummer of de charge. Wanneer het paspoort- en certificaatdossier na jaren teruggezocht moet worden, is niet meer te reconstrueren welk certificaat bij welke levering hoorde.

Een leverancier verstrekt een certificaat 3.1 waarin een legeringselement wel vermeld staat, maar niet in de vorm die het paspoort verwacht. Zonder aanvullende afspraken over hoe de te melden legeringselementen worden vastgelegd, ontstaat een gat tussen wat het certificaat toont en wat het paspoort nodig heeft.

Wat u kunt vastleggen

  • Een koppeltabel tussen warmtenummer of charge, het bijbehorende certificaat 3.1, en de paspoortwaarden die daarop gebaseerd zijn.
  • Een vaste werkwijze voor het archiveren van certificaten 3.1, inclusief een koppeling naar het artikel- of ordernummer waaronder de partij is doorverkocht.
  • Een overzicht van welke paspoortgegevens wél en welke niet uit het certificaat 3.1 kunnen worden afgeleid, zodat duidelijk is welke aanvullende informatie apart verzameld moet worden — denk aan gegevens die horen bij het aantonen van de CO2-uitstoot per ton staal of bij de vastlegging van staalsoort en norm.
  • Afspraken met leveranciers over de vorm en volledigheid van het certificaat 3.1, zodat de gegevens daarin aansluiten op wat het paspoort straks vraagt.
  • Een bewaartermijnbeleid voor certificaten, afgestemd op de periode waarin het paspoort actief moet blijven — zie ook de pagina over hoe vaak de gegevens in het productpaspoort moeten worden bijgewerkt.

Dit is geen juridisch advies. Deze pagina geeft algemene informatie over de regelgeving waar dit platform over gaat. Wij kennen uw situatie niet. Bij twijfel over uw eigen geval raadpleegt u een jurist of de bevoegde toezichthouder.

Geschreven met AI op basis van de bronnen hierboven, gecontroleerd door een mens op 2026-08-22. Klopt er iets niet? Laat het weten — correcties krijgen voorrang.