Wat gebeurt er als ik geen productpaspoort heb voor mijn staal?
Zonder paspoort voldoet een product niet aan de eisen
Als voor een categorie staal of ijzer een digitaal productpaspoort verplicht is en dat paspoort ontbreekt, voldoet het product niet aan de eisen van de ESPR (Verordening (EU) 2024/1781). Markttoezichthouders kunnen dan gebruikmaken van de bevoegdheden die zij hebben onder Verordening (EU) 2019/1020: zij kunnen een marktdeelnemer vragen om corrigerende maatregelen te nemen, het beschikbaar stellen van het product op de markt beperken of verbieden, of een product laten terugroepen. Dit zijn geen automatische gevolgen die bij elke controle optreden — het zijn de instrumenten die een toezichthouder tot zijn beschikking heeft als een product niet aan de geldende eisen blijkt te voldoen. Belangrijk om te beseffen: deze gevolgen ontstaan pas zodra de verplichting voor de betreffende productgroep daadwerkelijk van kracht is. Voor ijzer en staal is dat op dit moment nog niet het geval, omdat de specifieke gedelegeerde handeling voor deze productgroep nog niet is gepubliceerd.
Voor wie en welke situaties dit beschrijft
Dit betreft marktdeelnemers — fabrikanten, importeurs en in bepaalde gevallen distributeurs — die halffabricaten van ijzer en staal binnen de EU op de markt brengen, op het moment dat een productspecifieke gedelegeerde handeling onder de ESPR voor deze productgroep van toepassing is geworden. Het gaat hier om de situatie ná het ingaan van die verplichting, niet om de huidige situatie. Vandaag bestaat er voor ijzer en staal nog geen wettelijke verplichting tot een digitaal productpaspoort, dus de hierboven genoemde bevoegdheden van markttoezichthouders zijn op dit specifieke punt nu nog niet van toepassing. Dit artikel gaat ook niet over andere verplichtingen die mogelijk al wel gelden voor staalproducten, zoals CE-markering of andere productregels — die staan los van het productpaspoort en worden hier niet behandeld.
Wanneer dit ingaat: de datum staat nog niet vast
Er is nog geen definitieve ingangsdatum voor de paspoortplicht voor ijzer en staal. Wat wel vaststaat, is het algemene werkplan van de Europese Commissie voor de ESPR voor de periode 2025-2030: daarin wordt een eerste gedelegeerde handeling verwacht in 2026, waarna de verplichtingen doorgaans achttien maanden later ingaan. Of en wanneer dit specifiek voor ijzer en staal gebeurt, hangt af van de gedelegeerde handeling die de Commissie voor deze productgroep nog moet vaststellen. Zodra die handeling is gepubliceerd, is de precieze datum bekend. Tot die tijd geldt: er is geen wettelijke verplichting tot een paspoort, en de handhavingsinstrumenten die hierboven zijn beschreven, hebben op dit punt nog geen toepassing.
Wat dit praktisch betekent, stap voor stap
Voor een staalhandel of metaalverwerker die zich hierop wil voorbereiden, is de eerste stap simpel: nagaan of het eigen productassortiment onder de reikwijdte van een toekomstige gedelegeerde handeling voor ijzer en staal valt. Een tweede stap is het op orde krijgen van de gegevens die een fabrikant of importeur normaal al beschikbaar heeft — herkomst, samenstelling, certificaten — omdat die gegevens de basis vormen voor een paspoort zodra dat verplicht wordt. Een derde stap is het volgen van de publicatie van de gedelegeerde handeling, omdat pas dan duidelijk wordt welke producten, welke gegevens en welke ingangsdatum gelden. Een vierde stap, voor wie nu al vooruit wil werken, is het inrichten van een proces waarin deze gegevens bij elke levering worden vastgelegd, zodat het samenstellen van een paspoort geen aparte inspanning wordt zodra de verplichting ingaat. Dit platform is bedoeld om die laatste stap te ondersteunen: het paspoort samenstellen uit de gegevens van fabrikant of importeur, tien jaar hosten en de QR-datadrager leveren, zodra de verplichting van kracht is.
Grondslag: verordening 2019/1020 en artikel 40 van de ESPR
De bevoegdheden van markttoezichthouders om corrigerende maatregelen te eisen, het op de markt aanbieden te beperken of een product terug te laten roepen, volgen uit Verordening (EU) 2019/1020 over markttoezicht en conformiteit van producten. Deze verordening geldt in het algemeen voor producten die niet aan de daarvoor geldende eisen voldoen, en biedt dus ook het kader voor handhaving zodra het digitaal productpaspoort onder de ESPR een van die eisen wordt. Daarnaast bevat artikel 40 van de ESPR (Verordening (EU) 2024/1781) bepalingen die gericht zijn op het voorkomen van omzeiling van de regels en van verslechtering van prestaties om aan verplichtingen te ontkomen. Dit laat zien dat de wetgever bij het opstellen van de ESPR al rekening heeft gehouden met de mogelijkheid dat marktdeelnemers proberen onder de verplichtingen uit te komen, en dat er specifiek op is gelet dit te ondervangen.
Wie nu al wil voorsorteren op de toekomstige verplichting, kan het beste beginnen met het ordenen van de productgegevens die een fabrikant of importeur al standaard bijhoudt, en de publicatie van de gedelegeerde handeling voor ijzer en staal in de gaten houden — de precieze eisen en de ingangsdatum worden pas dan definitief.
Waar dit op gebaseerd is
- Verordening (EU) 2019/1020 (markttoezicht en conformiteit van producten)
- Verordening (EU) 2024/1781 (ESPR), artikel 40 (voorkoming van omzeiling en verslechtering van prestaties)
De verordening zelf staat op EUR-Lex. Wij verwijzen per bewering; u hoeft ons niet te geloven.
Wat u concreet moet doen
Wat er van u wordt verwacht
Zodra de verplichting voor een productpaspoort voor staal daadwerkelijk ingaat, verandert er iets structureels: staal zonder paspoort mag dan niet meer op de EU-markt worden gebracht of beschikbaar worden gesteld. Wat dat concreet betekent, hangt af van de rol die een bedrijf in de keten speelt. Verordening (EU) 2019/1020 regelt het markttoezicht op producten in het algemeen, en die logica — dat marktdeelnemers verantwoordelijk zijn voor conformiteit, en dat toezichthouders daarop mogen controleren — is ook het kader waarbinnen het productpaspoort straks wordt gehandhaafd.
Zorgen dat het paspoort er is voordat het product de markt op gaat
Voor fabrikanten en importeurs betekent dit dat het paspoort onderdeel wordt van het proces vóórdat een partij staal wordt verkocht of geleverd, niet iets dat achteraf wordt aangevuld. Voor een bedrijf van 10 tot 100 medewerkers betekent dit praktisch dat iemand — vaak iemand in kwaliteit, inkoop of logistiek — de taak krijgt om te controleren of elke partij een paspoort heeft vóór verzending. Wie hierin welke rol speelt, is niet voor iedereen vanzelfsprekend; wie is verantwoordelijk voor het productpaspoort van staal? gaat daar verder op in, en voor bedrijven die zelf staal invoeren is ook relevant of zij daarbij als importeur of als fabrikant worden gezien, zoals beschreven in ben ik importeur of fabrikant volgens de ESPR?.
Het paspoort niet laten verdwijnen of verouderen in de keten
Artikel 40 van de ESPR (Verordening (EU) 2024/1781) gaat over het voorkomen van omzeiling en verslechtering van prestaties — het paspoort mag niet worden losgekoppeld van het product, vervangen door verouderde informatie, of anderszins ontdaan worden van zijn functie. Voor een handelsbedrijf betekent dit dat een paspoort dat bij binnenkomst correct was, ook bij verkoop nog correct en gekoppeld aan het juiste product moet zijn. Bij ompakken, hergroeperen van partijen of doorverkoop onder een andere aanduiding ontstaat het risico dat de koppeling tussen fysiek product en digitaal paspoort verloren gaat.
De QR-datadrager fysiek aanwezig en leesbaar houden
Het paspoort moet toegankelijk zijn via een datadrager op of bij het product. Voor een bedrijf dat staal opslaat, versnijdt of herverpakt, betekent dit dat er een praktische routine moet zijn om die datadrager (bijvoorbeeld een label of QR-code) mee te laten gaan met het materiaal, ook als het van pallet wisselt of in kleinere eenheden wordt verkocht.
Reageren op vragen van toezichthouders
Verordening (EU) 2019/1020 geeft toezichthouders de bevoegdheid om documentatie en conformiteit te controleren. Voor een bedrijf betekent dit dat er een aanspreekpunt en een dossier moeten zijn waaruit blijkt welk paspoort bij welke partij hoort, en wie dat heeft aangeleverd.
Waar het misgaat in de praktijk
Een aantal situaties komt in de praktijk steeds terug. Ten eerste: een partij staal wordt ingekocht bij een leverancier buiten de EU die nog geen paspoort aanlevert, en de Nederlandse afnemer merkt te laat dat de verantwoordelijkheid daarmee bij hem kan komen te liggen — dit speelt vaak wanneer niet vooraf is vastgelegd wie welke rol vervult, zie mijn fabrikant zit buiten de EU — wie regelt het productpaspoort dan?.
Ten tweede: een handelaar versnijdt een coil in kleinere eenheden en verkoopt die door, zonder dat de QR-datadrager mee verhuist naar elke nieuwe eenheid. De informatie bestaat dan nog wel, maar is niet meer gekoppeld aan het fysieke product dat bij de eindafnemer terechtkomt.
Ten derde: een bedrijf verkoopt staal onder een eigen merknaam of eigen artikelcode, zonder te beseffen dat deze herbranding een eigen set verplichtingen met zich meebrengt — dit wordt verder uitgewerkt in ik verkoop staal onder mijn eigen merk — welke verplichtingen krijg ik?.
Ten vierde: verkoop via een online marktplaats, waarbij niet duidelijk is wie in die transactie als verantwoordelijke partij geldt voor het aanwezig zijn van het paspoort — een vraag die aan de orde komt in wat betekent het productpaspoort als ik staal via een online marktplaats verkoop?.
Ten vijfde: een distributeur gaat ervan uit dat alleen de fabrikant verantwoordelijkheden heeft, terwijl distributeurs en handelaren eigen, aanvullende verplichtingen kunnen hebben zodra zij staal doorverkopen — zie welke verplichtingen heeft een distributeur of handelaar van staal?.
Wat u kunt vastleggen
- Een overzicht per leverancier van wie het paspoort aanlevert en op welk moment in het inkoopproces dat gebeurt.
- Een interne procedure voor wat er gebeurt als een partij staal zonder paspoort binnenkomt: wie wordt geïnformeerd, en wordt de partij tijdelijk apart gehouden.
- Een registratie van welke QR-datadrager bij welke partij en welk paspoort hoort, zeker bij versnijden, herverpakken of samenvoegen van materiaal.
- Afspraken met de eigen klanten over hoe het paspoort wordt doorgegeven bij verkoop, inclusief bij verkoop in kleinere eenheden dan de oorspronkelijk ontvangen partij.
- Een vastgelegd aanspreekpunt binnen het bedrijf voor vragen van een toezichthouder, met een dossier dat aantoont welk paspoort bij welke levering hoort.
- Indien van toepassing, een aantekening over hoe het productpaspoort zich verhoudt tot andere rapportageverplichtingen die al lopen, zoals besproken in hoe combineer ik mijn cbam rapportage met het productpaspoort.
Welke toezichthouder in Nederland concreet gaat controleren en welke bevoegdheden die daarbij krijgt, staat nog niet in detail vast; zodra hierover meer bekend is, wordt dat hier aangevuld — zie ook welke toezichthouder controleert het productpaspoort in nederland. Hetzelfde geldt voor de vraag welke boete kan volgen bij het ontbreken van een paspoort: dat bedrag staat nog niet vast in de gedelegeerde handeling, en wordt behandeld in welke boete kan ik krijgen als ik geen productpaspoort heb voor mijn staal zodra hierover duidelijkheid is. Wat verder vaak over het hoofd wordt gezien, is de vraag wie aansprakelijk is als het paspoort er wél is maar de gegevens erin niet kloppen — dat is een ander vraagstuk dan het ontbreken van een paspoort, en wordt behandeld in wie is aansprakelijk als er foute gegevens in het productpaspoort staan.
Dit is geen juridisch advies. Deze pagina geeft algemene informatie over de regelgeving waar dit platform over gaat. Wij kennen uw situatie niet. Bij twijfel over uw eigen geval raadpleegt u een jurist of de bevoegde toezichthouder.
Geschreven met AI op basis van de bronnen hierboven, gecontroleerd door een mens op 2026-08-22. Klopt er iets niet? Laat het weten — correcties krijgen voorrang.